<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2013:17499</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T11:18:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2246945 EJ VERZ 13-87000</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:17499">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:17499</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-16T11:02:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2013:17499 Rechtbank Den Haag , 22-10-2013 / 2246945 EJ VERZ 13-87000</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2013:17499:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Derdenbeslag op AOW. Verzoeker woont niet in Nederland. Relatief bevoegde kantonrechter. 475e Rv 438a Rv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2013:17499:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">RECHTBANK DEN HAAG </emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team kanton Den Haag </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummer: 2246945 EJ VERZ 13-87000</para>
    <para>Datum: 22 oktober 2013 </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Beschikking in de zaak van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoekster],<?linebreak?><?linebreak?>wonende te [woonplaats]Duitsland,</title>
    <para>verzoekende partij tot vaststelling van een <emphasis role="bold">beslagvrije voet</emphasis>, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot het derdenbeslag gelegd onder: </para>
      <para>de <emphasis role="bold">Sociale Verzekeringsbank</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Amstelveen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna worden aangeduid als “verzoekende partij” en de “SVB”. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft kennis genomen van het verzoekschrift met bijlagen van 8 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekende partij verzoekt de kantonrechter om op grond van het bepaalde in artikel 475e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een beslagvrije voet vast te stellen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 475e Rv is de kantonrechter absoluut bevoegd om kennis te nemen van verzoeken gestoeld op dat artikel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De relatieve bevoegdheid moet naar het oordeel van de kantonrechter worden vastgesteld aan de hand van de bijzondere regeling van artikel 438a lid 1 Rv, welke bepaling een uitzondering vormt op de hoofdregel die is neergelegd in artikel 262 Rv. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter acht hiervoor redengevend dat het thans in artikel 438a lid 1 Rv bepaalde, voorheen in artikel 429c lid 12 Rv (oud) stond, met dien verstande dat waar thans in de bepaling “de voorzieningenrechter” staat, in de oude bepaling “de president van de rechtbank of de kantonrechter” stond. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever de bepaling heeft willen overbrengen naar “een meer geëigende plaats”.<footnote-ref linkend="_d2035228-9d93-48d4-a056-8bf341d0a8ea" /> Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet waarom de kantonrechter niet (meer) is opgenomen in artikel 438a lid 1 Rv en evenmin dat de wetgever heeft beoogd de relatieve bevoegdheidsregel in zaken gestoeld op artikel 475e Rv te willen wijzigen. Een en ander vormt voor de kantonrechter aanleiding om te veronderstellen dat de relatieve bevoegdheid moet worden vastgesteld aan de hand van het bepaalde in artikel 438a lid 1 Rv. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 438a lid 1 Rv heeft de kantonrechter vast te stellen waar de executie plaatsvindt. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat in ieder geval Amstelveen, de plaats waar de SVB haar zetel heeft. </para>
      <para>Het is de kantonrechter niet (in voldoende mate bekend) welke functie de vestigingen van de SVB hebben en wat de werkzaamheden zijn die vanuit die vestigingen worden verricht. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen of aan de vestigingen betekende exploten van derdenbeslag handelingen betreffen welke vanuit die vestigingen plegen te worden verricht. De kantonrechter kan aldus niet vaststellen of artikel 49 Rv een grondslag geeft voor betekening van exploten aan die vestigingen en of de executie (ook) op die vestigingen plaatsvindt. Dat exploten toch aan deze vestigingen worden betekend en dat daaraan vervolgens uitvoering wordt gegeven door de SVB, berust op een afspraak van de SVB met (onder meer) deurwaarders. Deze afspraak rechtvaardigt naar het oordeel van de kantonrechter echter niet de conclusie dat de executie plaatsvindt op de plaats waar het beslagexploot betekend is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot de slotsom dat de kantonrechter bevoegd is in de plaats waar de SVB haar zetel heeft. Dat is de kantonrechter te Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar Team kanton van de rechtbank Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d2035228-9d93-48d4-a056-8bf341d0a8ea" label="1">
    <para>Memorie van Toelichting bij de Herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg, p. 178.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>