<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2013:15619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-16T03:47:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/422786 FA RK 132-5036</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBSGR:2012:25290" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBSGR:2012:25290</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:15619">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:15619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-19T11:14:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2013:15619 Rechtbank Den Haag , 10-10-2013 / C/09/422786 FA RK 132-5036</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2013:15619:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>gerechtelijke vaststelling vaderschap en kinderalimentatie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2013:15619:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 12-5036</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/422786</para>
    <para>Datum beschikking: 10 oktober 2013</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gerechtelijke vaststelling vaderschap en kinderalimentatie</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 2 juli 2012 ingekomen verzoekschrift van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de moeder],</title>
    <parablock>
      <para>de moeder,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>advocaat mr. B. Blom te Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de man], </title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>advocaat: mr. J.G. Schnoor te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</title>
    <parablock>
      <para>de minderjarige,</para>
      <para>in rechte vertegenwoordigd door mr. G.C. Mourits, advocaat te Reeuwijk,</para>
      <para>in de hoedanigheid van bijzonder curator.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 12 november 2012 is – kort samengevat –:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de moeder toegelaten tot het leveren van bewijs (door middel van getuigen) dat in de periode tussen half november 2010 en half december 2010 de man heeft ingestemd met een daad die de verwekking van de minderjarige tot gevolg kon hebben, anders dan kunstmatige inseminatie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de behandeling van de zaak aangehouden tot 1 januari 2013 pro forma;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>iedere verdere beslissing ten aanzien van het verzoek tot vaststelling vaderschap en kinderalimentatie aangehouden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 juni 2013 heeft het getuigenverhoor plaatsgevonden van de heer [naam] door             mr. A.M. Brakel als rechter-commissaris. De moeder heeft ter terechtzitting afstand gedaan van het horen van nadere getuigen, waaronder mevrouw [naam].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:</para>
    </parablock>
    <para>- de brief d.d. 1 maart 2013 met bijlagen van de zijde van de moeder;	</para>
    <para>- de brief d.d. 2 april 2013 met bijlagen van de zijde van de man;</para>
    <para>- de brief d.d. 7 juni 2013 met een bijlage van de zijde van de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 september 2013 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: partijen en hun advocaten alsmede de bijzondere curator. Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De afstamming</emphasis>
      </para>
      <para>Uit artikel 1:207, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek volgt dat het vaderschap van een man op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op grond dat de man als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad door de rechtbank kan worden vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals in de voorgaande beschikking reeds is overwogen is de man met de door hem overgelegde donorverklaring voorshands geslaagd in het op hem rustende bewijs dat hij niet de verwekker is van de minderjarige. De moeder is, gelet op haar bewijsaanbod, vervolgens in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs te leveren van het feit dat in de periode tussen half november 2010 en half december 2010 de man heeft ingestemd met een daad die de verwekking van de minderjarige tot gevolg kon hebben, anders dan kunstmatige inseminatie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder stelt zich op het standpunt dat de door de rechtbank opgedragen bewijsopdracht onjuist is geformuleerd, gelet op het in bovenstaand artikel gemaakte onderscheid tussen de situatie van de verwekker en de situatie van de levensgezel. </para>
      <para>Kennelijk stelt de moeder zich thans op het standpunt dat de man moet worden aangemerkt als levensgezel op grond waarvan hij ingestemd heeft met een daad die de verwekking van de minderjarige tot gevolg kan hebben gehad (kunstmatige inseminatie). Gelet op die stelling ligt het, naast bovengenoemde bewijsopdracht, op de weg van de moeder aan te tonen dat de man in de periode van conceptie tussen half november 2010 en half december 2010 als haar levensgezel ingestemd heeft met een daad die de verwekking van de minderjarige tot gevolg kan hebben gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. Voor zover de door de moeder overgelegde e-mails al zouden bewijzen dat sprake is geweest van een seksuele omgang tussen partijen dan wel een relatie op grond waarvan de man zou moeten worden aangemerkt als levensgezel van de moeder – hetgeen de man gemotiveerd betwist – zien die e-mails op de situatie van ver voor de conceptieperiode (eerste helft 2010) dan wel ruim erna (de periode rond de geboorte van de minderjarige). Hetzelfde geldt voor de door de moeder overgelegde foto's. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De door de moeder overgelegde verklaringen van familie en vriendinnen, voor zover deze al zien op de conceptieperiode, acht de rechtbank evenmin voldoende bewijs nu deze verklaringen niet objectief zijn noch onder ede zijn afgelegd. De moeder heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, de betreffende personen niet laten oproepen als getuige, hetgeen voor haar eigen risico komt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de door de heer [naam] als getuige afgelegde verklaring blijkt niet van een relatie tussen de moeder en de man van welke aard ook.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tot slot dateert het bezoek van partijen aan het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde van het Academisch Medisch Centrum (AMC) met een IVF-verzoek uit maart 2010, derhalve evenmin uit de conceptieperiode. Bovendien heeft de man uitdrukkelijk betwist dat partijen als partner naar de afspraak zijn gegaan. Volgens de man hebben partijen, op voorstel van de moeder, zich uitsluitend als stel voorgedaan bij het AMC om de lange wachttijden te omzeilen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de man de verwekker is van de minderjarige dan wel dat de man als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van de minderjarige tot gevolg kan hebben gehad. Het verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over de minderjarige zal derhalve worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De kinderalimentatie</emphasis>
      </para>
      <para>Nu het verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap zal worden afgewezen en de man derhalve niet onderhoudsplichtig jegens de minderjarige is, zal het verzoek van de moeder tot vaststelling van kinderalimentatie eveneens worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de verzoeken af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Heirman-Huisman als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van                 10 oktober 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>