<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2013:14775</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-13T15:08:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 13/25443</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;g=2013-11-05">Vreemdelingenwet 2000</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:14775">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:14775</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-05T14:59:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2013:14775 Rechtbank Den Haag , 21-10-2013 / AWB 13/25443</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2013:14775:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Somalië, vreemdelingenbewaring, zicht op uitzetting. </para>
      <para />
      <para />
      <para>Bij uitspraak van 6 september 2013, zaaknummer 201306297/1/V3, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) geoordeeld dat het zicht op uitzetting naar Somalië niet ontbreekt. In haar uitspraak heeft de Afdeling uiteengezet hoe de werkwijze met betrekking tot de uitzetting van Somaliërs thans is. </para>
      <para />
      <para>De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting bevestigd dat deze werkwijze en de afspraken die in dit verband tussen de Nederlandse en Somalische autoriteiten zijn gemaakt onverkort van kracht zijn. Volgens verweerder omvat de werkvoorraad op dit moment thans 20 vreemdelingen en wordt getracht per maand twee Somalische vreemdelingen uit te zetten. Per uitzettingsgelegenheid beziet verweerder welke vreemdeling hiervoor in aanmerking komt. Verweerder hanteert niet het systeem dat de vreemdeling die het langst in bewaring verblijft, het eerst voor uitzetting in aanmerking komt. Ten behoeve van eiser heeft bureau Bijzonder Vertrek op 2 september 2013 een kennisgeving verzonden aan de Somalische autoriteiten teneinde zijn uitzetting te effectueren. </para>
      <para />
      <para>Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het zicht op uitzetting van eiser niet ontbreekt. Overigens heeft te gelden dat voor eiser onverminderd de mogelijkheid bestaat om zelfstandig te vertrekken naar Somalië. In zoverre heeft eiser de duur van de voortduring van zijn bewaring zelf in de hand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2013:14775:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: AWB 13/25443</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2013</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], geboren op [geboortedatum], van Somalische nationaliteit, eiser,</bridgehead>
    <para>gemachtigde mr. drs. R.E.J.M. van den Toorn, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, te Den Haag, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigde mr. M.N. Lorier.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Op 24 juli 2013 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in bewaring gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 9 augustus 2013 is een eerder beroep strekkende tot opheffing van de vreemdelingenbewaring, ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 1 oktober 2013 beroep ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontneming. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van het beroep heeft verweerder op 3 oktober 2013 een voortgangsrapportage ingezonden. Eiser heeft hierop gereageerd bij fax van 4 oktober 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 14 oktober 2013, waar eiser is bijgestaan door mr. drs. S.A.M. Fikken, waarnemend voor eisers gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Eiser stelt dat zicht op uitzetting naar Somalië ontbreekt. Eiser verwijst in dit verband naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 10 juli 2013, waaruit volgt dat er een werkvoorraad is van 41 personen en dat er dit jaar tot nu toe slechts één persoon is uitgezet. Het is niet bekend welke criteria verweerder hanteert bij de besluitvorming wie daadwerkelijk wordt uitgezet, zodat niet uit te sluiten valt dat het nog geruime tijd zal duren voordat eiser wordt ingepland.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij uitspraak van 6 september 2013, zaaknummer 201306297/1/V3, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) geoordeeld dat het zicht op uitzetting naar Somalië niet ontbreekt. In haar uitspraak heeft de Afdeling uiteengezet hoe de werkwijze met betrekking tot de uitzetting van Somaliërs thans is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting bevestigd dat deze werkwijze en de afspraken die in dit verband tussen de Nederlandse en Somalische autoriteiten zijn gemaakt onverkort van kracht zijn. Volgens verweerder omvat de werkvoorraad op dit moment thans 20 vreemdelingen en wordt getracht per maand twee Somalische vreemdelingen uit te zetten. Per uitzettingsgelegenheid beziet verweerder welke vreemdeling hiervoor in aanmerking komt. Verweerder hanteert niet het systeem dat de vreemdeling die het langst in bewaring verblijft, het eerst voor uitzetting in aanmerking komt. Ten behoeve van eiser heeft bureau Bijzonder Vertrek op 2 september 2013 een kennisgeving verzonden aan de Somalische autoriteiten teneinde zijn uitzetting te effectueren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het zicht op uitzetting van eiser niet ontbreekt. Overigens heeft te gelden dat voor eiser onverminderd de mogelijkheid bestaat om zelfstandig te vertrekken naar Somalië. In zoverre heeft eiser de duur van de voortduring van zijn bewaring zelf in de hand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op het vorenstaande wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om </para>
        <para>schadevergoeding afgewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>Beslist wordt als volgt. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om verweerder te veroordelen tot schadevergoeding af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door mr. R.J.A. Schaaf als rechter in tegenwoordigheid van C. van Osch als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <footnote-ref linkend="_d1caa9f1-4ce2-491b-8c29-fc56a4a4501e" />
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d1caa9f1-4ce2-491b-8c29-fc56a4a4501e" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>Afschrift verzonden:</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>