<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2013:10539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T02:31:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/436745 en C/09/437640</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:10539">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:10539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-19T12:03:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2013:10539 Rechtbank Den Haag , 29-03-2013 / C/09/436745 en C/09/437640</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2013:10539:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ondertoezichtstelling en afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2013:10539:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Kinderrechter</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: JE RK 13-359 en JE RK 13-473</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/436745 en C/09/437640</para>
    <para>Datum beschikking: 29 maart 2013</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verlenging ondertoezichtstelling en afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis> op de op respectievelijk op 8 februari 2013 en 20 februari 2013 ingekomen verzoekschriften van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, vestiging Rijnland (verder: Bureau Jeugdzorg),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot de minderjarige:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats]; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kind uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van:</para>
      <para>
        [belanghebbende A],</para>
      <para>de moeder, </para>
      <para>wonende te [woonplaats A], </para>
      <para>en</para>
      <para>
        [belanghebbende B],</para>
      <para>de vader, </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres, </para>
      <para>die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minderjarige verblijft feitelijk bij de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verzoekschriften, met als bijlage het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief d.d. 27 maart 2013 van de zijde van de moeder.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 29 maart 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Hierbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [belanghebbende C] namens Bureau Jeugdzorg;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. E.J.W. Schuijlenburg;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de minderjarige. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minderjarige is op 29 maart 2013 ook in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 17 april 2012 de minderjarige onder toezicht gesteld van 17 april 2012 tot 17 april 2013.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking d.d. 15 februari 2013 het verzoek van Bureau Jeugdzorg om de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen voor de duur van de ondertoezichtstelling aangehouden tot deze zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>De verzoeken strekken tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van één jaar, alsmede tot machtiging de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen voor de duur van de ondertoezichtstelling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Schuijlenburg heeft namens de moeder verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De vader is conform de wettelijke vereisten opgeroepen, doch niet verschenen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [belanghebbende C] heeft namens Bureau Jeugdzorg de verzoeken gehandhaafd. Sinds de laatste zitting hebben er positieve veranderingen hebben plaatsgevonden maar de moeder geeft nog onvoldoende openheid en heeft geen inzicht heeft in de zorgen die er zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Schuijlenburg heeft namens de moeder gepleit voor afwijzing van het verzoek tot uithuisplaatsing. De moeder wordt begeleid vanuit GGZ en zij zal meewerken aan een psychologisch onderzoek. In het hele huis is grondig geklust en de minderjarige heeft een nieuwe kamer gekregen. Ook op school gaat het goed met de minderjarige. De raadsman is dan ook van mening dat er onvoldoende gronden zijn voor een machtiging tot uithuisplaatsing. Tegen het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling verzet hij zich niet omdat er nog wat stappen gezet dienen te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft meegedeeld dat zij sinds kort weer contact heeft met haar andere kinderen. Zij vergeet zo nu en dan Bureau Jeugdzorg te informeren, omdat zij er nog niet aan gewend is dat zij zich moet verantwoorden tegenover Bureau Jeugdzorg. Het is echter geen onwil. Tot slot heeft de moeder meegedeeld dat de minderjarige absoluut geen angst heeft voor haar broer en dat het plan om de minderjarige een weekend per maand elders te laten logeren als haar broer thuis is reeds op tafel lag voordat deze zitting plaatsvond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat de minderjarige erg kwetsbaar is en zij een lange tijd niet naar school is gegaan. Gezien de nog broze positieve ontwikkelingen in de thuissituatie, de belaste achtergrond van moeder en de zorgen om de veiligheid van de minderjarige als haar broer een weekend thuis is, is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om een verdere bedreiging van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de minderjarige te voorkomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts is de kinderrechter van oordeel dat de in artikel 1:261, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing niet langer meer aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat voldoende hulp in de thuissituatie is opgestart. Nu de moeder daarnaast in behandeling is bij de GGZ acht de kinderrechter een uithuisplaatsing van de minderjarige niet aan de orde. De kinderrechter benadrukt wel dat intensieve samenwerking tussen de moeder en Bureau Jeugdzorg noodzakelijk is om de veiligheid van de minderjarige te waarborgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Derhalve zal als volgt worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige van 17 april 2013 tot 17 april 2014 met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek van de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland om de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. H. Dragtsma, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2013, in tegenwoordigheid van S.A. van Schaik-van Dommelen als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen <emphasis role="bold">drie maanden </emphasis>na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te </para>
      <para>Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>