<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T17:18:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BW4212</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Breda" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Breda</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">811351-11   12/506</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4212">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:05:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-04-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4212 Rechtbank Breda , 25-04-2012 / 811351-11   12/506</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4212:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep tegen niet ontvankelijk verklaring door de Rechter-commissaris van de officier van justitie in een vordering tot bewaring. Vraag of er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4212:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK BREDA</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnr.: 811351-11</para>
      <para>rk-nummer:  12/506</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het door de officier van justitie bij deze rechtbank ingestelde</para>
      <para>hoger beroep d.d. 16 april 2012 tegen de beslissing d.d. 13 april 2012 van de</para>
      <para>rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze</para>
      <para>rechtbank, waarbij de officier van justitie niet ontvankelijk werd verklaard,</para>
      <para>strekkende tot het verlenen van een bevel tot bewaring tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte]</para>
      <para>geboren op [datum en plaats]</para>
      <para>wonende te zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De procedure.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
      <para>- de vordering tot inbewaringstelling d.d. 12 april 2012;</para>
      <para>- de beslissing van de rechter-commissaris d.d. 12 april 2012;</para>
      <para>- de vordering tot bewaring d.d. 13 april 2012;</para>
      <para>- de beslissing van de rechter-commissaris d.d. 13 april 2012;</para>
      <para>- de appelschriftuur d.d. 14 april 2012;</para>
      <para>- het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer d.d. 25 april 2012,</para>
      <para>  waaruit blijkt dat de officier van justitie is gehoord.</para>
      <para>  Tevens is verdachte gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De beoordeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van hetgeen ter zitting ter sprake is gekomen en hetgeen is</para>
      <para>vastgelegd in de beschikkingen van de rechters-commissarissen d.d. 12 en 13</para>
      <para>april 2012, stelt de rechtbank het volgende vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tezamen met de vordering tot in bewaring stelling die op 12 april 2012 door</para>
      <para>de rechter-commissaris is behandeld, heeft de Officier van Justitie een</para>
      <para>beperkt proces-verbaal overgelegd. Op basis van die stukken heeft de</para>
      <para>rechter-commissaris geoordeeld dat er geen ernstige bezwaren bestaan.</para>
      <para>Na deze beslissing heeft de officier van Justitie een nieuwe vordering</para>
      <para>ingediend, waarbij meer stukken waren gevoegd dan bij de eerdere vordering</para>
      <para>waren gevoegd. Het betreft met name  een extra omvangrijk proces-verbaal. Een</para>
      <para>proces-verbaal waarvan de gehele inhoud reeds bekend was op het moment van</para>
      <para>indiening van de eerdere vordering, maar welke stukken per abuis niet bij de</para>
      <para>eerste vordering waren gevoegd. De rechter-commissaris heeft de officier van</para>
      <para>Justitie niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgangspunt is dat de officier van justitie het recht heeft om een nieuwe</para>
      <para>vordering als voornoemd in te dienen wanneer zich na een eerdere afwijzing</para>
      <para>nieuwe feiten en omstandigheden voordoen. Daaronder zijn te verstaan feiten</para>
      <para>en omstandigheden die de officier van justitie nog niet bekend waren bij het</para>
      <para>doen van de eerste vordering. Daaronder vallen niet feiten en omstandigheden</para>
      <para>naar voren komend in stukken die de officier kende maar die hij niet bij de</para>
      <para>eerste vordering had gevoegd. Van dat laatste is in dit geval sprake. De</para>
      <para>rechter-commissaris heeft dan ook terecht geoordeeld dat er geen sprake is van</para>
      <para>nieuwe feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Laatstgenoemd oordeel van de rechter-commissaris had echter moeten leiden tot</para>
      <para>afwijzing en niet tot niet-ontvankelijkheid. Nu er geen sprake is van</para>
      <para>inhoudelijke beletselen of van schending van beginselen van goede procesorde,</para>
      <para>is voor deze zwaarste sanctie jegens de officier van justitie geen plaats. De</para>
      <para>rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren met de aantekening dat de</para>
      <para>vordering had moeten zijn afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De beslissing.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst de vordering d.d. 13 april 2012 af en verklaart het beroep</para>
      <para>ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 25 april 2012 door mr. Kooijman, voorzitter, en</para>
      <para>mrs. Van Breugel en Rijken, rechters, in tegenwoordigheid vanJacet , griffier.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>