<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBBRE:2012:BV3911</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T14:12:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV3911</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Breda" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Breda</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">696266 az 11-295</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290">Burgerlijk Wetboek Boek 7</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290&amp;artikel=685">Burgerlijk Wetboek Boek 7 685</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=246">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 246</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=289">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 289</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JAR 2012/83 met annotatie van mr. M.W. Koole</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2012-0137</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2012-0137</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2012:BV3911">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2012:BV3911</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:38:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBBRE:2012:BV3911 Rechtbank Breda , 01-02-2012 / 696266 az 11-295</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBBRE:2012:BV3911:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekken verzoekschrift ontbinding arbeidsovereenkomst. Handhaven verzoek proceskostenveroordeling. Artikel 289 Rv. In de rechtspraak is er discussie over de vraag of bij een verzoekschriftenprocedure artikel 246 Rv (doorhaling op de rol) zich leent voor analoge toepassing. (Zie bijvoorbeeld JAR 14-01-2012, afl.1 nummer 1). I.c.toewijzing proceskosten op grond van Regel 1.2.8. van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken sector kanton.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBBRE:2012:BV3911:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK BREDA</para>
      <para>team kanton Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaak/rolnr.: 696266 \ AZ VERZ  11-295</para>
    <para />
    <para>beschikking d.d. 1 februari 2012 </para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Your Professionals Finance B.V., </para>
      <para>gevestigd te Almere,</para>
      <para>verzoekende partij, </para>
      <para>gemachtigde: mr. M.G. van der Vliet-Blokziel, advocaat te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerder], </para>
      <para>wonende te [adres], </para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.A.J. Saman, advocaat te Bergen op Zoom. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen verder YPF en [verweerder] worden genoemd.</para>
    <para />
    <para>1. Het verloop van het geding</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>a. het op 20 december 2011 ter griffie ontvangen verzoekschrift;</para>
      <para>b. het daarop ontvangen verweerschrift;</para>
      <para>c. de fax-brief d.d. 13 januari 2012 zijdens YPF, met het bericht dat het verzoekschrift wordt ingetrokken;</para>
      <para>d. de fax-brief d.d. 13 januari zijdens [verweerder], met het verzoek YPF in de proceskosten te veroordelen;</para>
      <para>e. de fax-brief d.d. 13 januari 2012 zijdens YPF, waarin verweer wordt gevoerd tegen de gevraagde proceskostenveroordeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2 De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast. </para>
    <para />
    <para>1.3 Partijen hebben schriftelijk laten weten dat een mondelinge behandeling niet hoeft plaats te vinden. </para>
    <para />
    <para>2. Het verzoek</para>
    <para />
    <para>2.1 YPF verzocht aanvankelijk de ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Dit verzoek is ingetrokken. </para>
    <para />
    <para>2.2 [verweerder] heeft verzocht YPF in de proceskosten te veroordelen. </para>
    <para />
    <para>2.3 YPF heeft tegen dit verzoek verweer gevoerd.</para>
    <para />
    <para>3. De beoordeling</para>
    <para />
    <para>3.1 [verweerder] baseert zijn vordering op het feit dat hij kosten heeft gemaakt naar aanleiding van het verzoekschrift van YPF; namens [verweerder] heeft zich immers op 12 januari 2012 een gemachtigde gemeld die een verweerschrift heeft ingediend. In zijn fax-brief d.d. 13 januari 2012 verzoekt [verweerder] dan ook om YPF in verband hiermee in de proceskosten te veroordelen.</para>
    <para />
    <para>3.2 Volgens YPF is voor de situatie die thans is ontstaan, te weten voortduren van de arbeidsovereenkomst, geen proceskostenveroordeling gevraagd. YPF verwijst in dit verband naar het petitum van het verweerschrift, waarin slechts voor de situatie waarin de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden de term ‘Kosten rechtens’ wordt gebezigd.  </para>
    <para />
    <para>3.3 De kantonrechter stelt vast dat over de intrekking van het verzoekschrift tussen partijen overeenstemming bestaat. De vraag die moet worden beantwoord is of YPF de proceskosten van [verweerder] dient te betalen. In verband hiermee wordt het volgende overwogen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4 Op grond van het bepaalde in artikel 289 Rv kan een proceskostenveroordeling op verzoek of ambtshalve worden uitgesproken. Ten aanzien van het verzoek geldt het volgende. Regel 1.2.8. van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken sector kanton bepaalt: “Zolang nog niet op het verzoekschrift is beslist, kan het verzoek worden ingetrokken. Wanneer bij het verweer om een kostenveroordeling wordt gevraagd en dit na intrekking wordt gehandhaafd, zal de kantonrechter daarop beslissen.”</para>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter wordt in het verweer om een kostenveroordeling gevraagd. De uitdrukking ‘Kosten rechtens’ dient immers te worden opgevat als een verzoek tot veroordeling van YPF in de proceskosten. In de onderhavige zaak is derhalve sprake van handhaving van het verweer, zoals bedoeld in de hierboven aangehaalde regel van het Procesreglement. Nu YPF in een laat stadium, te weten 1 dag na de ontvangst van het verweerschrift van [verweerder] en 5 dagen voor de geplande mondelinge behandeling, zijn verzoekschrift heeft ingetrokken is de rechtbank van oordeel dat [verweerder] de kosten nodeloos heeft gemaakt en dat er aanleiding bestaat YPF in de proceskosten te veroordelen. Het verzoek van [verweerder] zal derhalve worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.  De beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>verstaat dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is ingetrokken; </para>
    <para />
    <para>veroordeelt YPF in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [verweerder] begroot op € 200,00 voor salaris van de gemachtigde.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.M. van Breevoort, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2012.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>