<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2927</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-31T14:48:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBBRE:2011:4123</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BU2927</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Breda" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Breda</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/4018</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2015:3508" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:3508, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2017:1524" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2017:1524, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2011/2742 met annotatie van Mr. P.A. Caljé</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2011-2692</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2011110202</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2927">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2927</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:04:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2927 Rechtbank Breda , 21-09-2011 / 10/4018</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2927:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bestuurdersaansprakelijkheid</para>
        <para>De dga van een BV is terecht aansprakelijk gesteld voor niet betaalde omzetbelasting. De BV kon de betalingsonmacht niet meer rechtsgeldig melden na oplegging van de naheffingsaanslag nu het niet tijdig betalen van de omzetbelasting is te wijten aan grove schuld van hetzij de BV, hetzij de accountant. Grove schuld van de accountant wordt aan de BV toegerekend.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2927:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK BREDA</para>
      <para>Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Procedurenummer: AWB 10/4018</para>
    <para />
    <para>Uitspraakdatum: 21 september 2011</para>
    <para />
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[belanghebbende], wonende te [woonplaats], België,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de ontvanger van de Belastingdienst/Zuidwest, kantoor Roosendaal,</para>
      <para>de ontvanger. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bestreden uitspraak op bezwaar </para>
      <para>De uitspraak van de ontvanger van 2 augustus 2010 op het bezwaar van belanghebbende tegen de beschikking aansprakelijkstelling met nummer [nummer] gedagtekend 12 november 2009.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting </para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2011 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn [advocaat], verbonden aan [advocatenkantoor] te Breda, alsmede namens de ontvanger, [gemachtigde].</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>1.Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>2.Gronden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.Belanghebbende is directeur van [de BV] BV (de BV). Aan de BV zijn met dagtekening 25 maart 2009 naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de jaren 2006 en 2007. Daarbij is heffingsrente vastgesteld en zijn verzuimboeten opgelegd. De totale bedragen waren in €:</para>
      <para>	2006	2007	Totaal</para>
      <para>Omzetbelasting	75.965	42.626	118.591</para>
      <para>Boete	3.798	2.131	5.929</para>
      <para>Heffingsrente	8.665	2.693	11.358</para>
      <para>Totaal	88.428	47.450	135.878</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.Belanghebbende is bij beschikking van 12 november 2009 aansprakelijk gesteld voor een bedrag van € 139.470. De aansprakelijkstelling betrof bovenvermelde aanslagen en is in de beschikking als volgt gespecificeerd:</para>
      <para>	2006	2007	Totaal</para>
      <para>Bedrag van de aanslag	88.428	47.450	</para>
      <para>In aanslag begrepen heffingsrente	(8.665)	(2.693)	</para>
      <para>Tot op heden verschuldigde kosten	5.454	3.209	</para>
      <para>	93.882	50.659	144.541</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3.In de uitspraak op bezwaar is het bedrag van de aansprakelijkstelling verminderd tot € 122.851. De vermindering betrof volgens de uitspraak de boeten ad € 3.798 (2006) en € 2.131 (2007). In de uitspraak zijn telfouten gemaakt. De uiteindelijke aansprakelijkstelling betreft voor € 118.591 omzetbelasting en voor € 4.260 heffingsrente. De aansprakelijkstelling voor de kosten en boeten is vervallen. </para>
    <para />
    <para>2.4.De naheffingsaanslagen zijn aan de BV opgelegd naar aanleiding van een brief van belanghebbendes accountant van 6 februari 2009 waarbij suppletieaangiften omzetbelasting voor 2006 en 2007 waren gevoegd. In die brief is tevens de betalingsonmacht van de BV gemeld als bedoeld in artikel 36, tweede lid, Invorderingswet 1990. In geschil is of die melding rechtsgeldig is. De ontvanger stelt dat de melding niet rechtsgeldig is omdat het aan grove schuld van de BV te wijten is dat de omzetbelasting meer beloopt dan die welke op aangifte had moeten worden voldaan en de melding niet is gedaan binnen twee weken na de dag waarop de belasting behoorde te zijn voldaan (artikel 7 Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990). </para>
    <para />
    <para>2.5.De bedragen die in de suppletieaangiften zijn vermeld, betreffen de omzetbelasting in verband met koop- aannemingsovereenkomsten van de BV. Bij het opmaken van de leveringsakten voor de in het kader daarvan overgedragen grond heeft de notaris aan de kopers tevens direct een eerste aannemingstermijn in rekening gebracht. De bedragen daarvan zijn wel in de akten vermeld maar zonder afzonderlijke vermelding van de daarin begrepen omzetbelasting. Die omzetbelasting is niet in de aangiften over de betreffende tijdvakken verwerkt. </para>
    <para />
    <para>2.6.Belanghebbende heeft gesteld dat de BV alle relevante gegevens, inclusief alle stukken en afrekeningen van de notaris, steeds tijdig aan de accountant heeft doorgegeven en dat de accountant de fout heeft gemaakt. De rechtbank hecht geloof aan die stelling, mede gezien de toelichting van belanghebbende ter zitting.</para>
    <para />
    <para>2.7.De vraag die dan voorligt, is of het aan grove schuld van de accountant te wijten is dat de belasting niet tijdig op aangifte is voldaan en zo ja, of die grove schuld aan de BV moet worden toegerekend.</para>
    <para />
    <para>2.8.Vaststaat dat de BV na elke leveringsakte van de notaris bedragen ontving die betrekking hadden op de levering van grond en een eerste aannemingstermijn. De accountant die de aangiften omzetbelasting deed op basis van onder meer die stukken, zou bij enigszins zorgvuldige beoordeling van de bedragen moeten hebben beseft dat over die aannemingstermijnen omzetbelasting verschuldigd was. De rechtbank acht het dan ernstig verwijtbaar dat de accountant de ontvangen bedragen zonder meer als ontvangsten heeft geboekt zonder afzondering van omzetbelasting. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze gedraging niet worden afgedaan als een simpele vergissing, zoals belanghebbende bepleit, maar is het niet boeken en aangeven van die omzetbelasting aan te merken als grove schuld van de accountant.</para>
    <para />
    <para>2.9.Naar het oordeel van de rechtbank dient de grove schuld van de accountant aan de BV te worden toegerekend. Dat geldt ook indien de BV, zoals belanghebbende heeft betoogd, aan de juistheid van wat de accountant deed in redelijkheid niet hoefde te twijfelen. </para>
    <para />
    <para>2.10.Hetgeen onder 2.8. en 2.9. is overwogen, leidt tot de conclusie dat de BV de betalingsonmacht niet meer rechtsgeldig kon melden nu ten tijde van de melding een langere periode dan twee weken na het verlopen van de normale aangiften- en betalingstermijnen was verstreken. Het gelijk is aan de ontvanger. </para>
    <para />
    <para>2.11.Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2.12.De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para>Aldus gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, voorzitter, mr. C.A.F.M. Stassen en mr. D. Hund, rechters, en door de voorzitter en mr. M.J.M. Mies, griffier, ondertekend.</para>
    <para />
    <para>De griffier,	De voorzitter,</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 21 september 2011.</para>
    <para />
    <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 3 oktober 2011.</para>
    <para />
    <para>Rechtsmiddel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, </para>
      <para>5201 CZ ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
      <para>1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
      <para>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
      <para>a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>b. een dagtekening;</para>
      <para>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      <para>d. de gronden van het hoger beroep.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>