<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBBRE:2011:BR2507</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T17:41:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BR2507</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Breda" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Breda</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/994512-11 appel</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903">Wetboek van Strafvordering</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=59c">Wetboek van Strafvordering 59c</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NbSr 2011/397</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2011:BR2507">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2011:BR2507</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:33:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBBRE:2011:BR2507 Rechtbank Breda , 21-07-2011 / 02/994512-11 appel</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBBRE:2011:BR2507:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging van de beschikking van de R-C waarin ten aanzien van drie verdachten van (leiding geven aan ) opzettelijke brandstichting op het terrein van Chemie Pack, is beslist dat zij onmiddellijk in vrijheid dienen te worden gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBBRE:2011:BR2507:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK BREDA</para>
    <para />
    <para />
    <para>Parketnummer: 02/994512-11</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het door de officier van justitie bij deze rechtbank ingestelde</para>
      <para>hoger beroep d.d. 11 juli 2011 tegen de beslissing d.d. 4 juli van de</para>
      <para>rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze</para>
      <para>rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren op [datum en plaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De procedure.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
      <para>- de appelakte;</para>
      <para>- de appelschriftuur;</para>
      <para>- het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer, waaruit blijkt dat de</para>
      <para>  officier van justitie en de raadsman zijn gehoord.</para>
      <para>De betrokkende is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De beoordeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 4 juli 2011 heeft de rechter-commissaris bij deze</para>
      <para>rechtbank, de inverzekeringstelling van verdachte onrechtmatig geoordeeld en</para>
      <para>zijn onmiddellijke invrijheidstelling bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing is door het Openbaar Ministerie hoger beroep ingesteld</para>
      <para>bij akte van 11 juli 2011. In de akte is opgenomen dat het beroep wordt</para>
      <para>ingesteld tegen de afwijzing van de inverzekeringstelling door de</para>
      <para>rechter-commissaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer alleen naar laatstgenoemde zin wordt gekeken, dan is beroep ingesteld</para>
      <para>tegen een niet door de rechter-commissaris genomen beslissing en zou, zoals</para>
      <para>de raadsman van verdachte heeft betoogd, niet-ontvankelijkheid in de rede</para>
      <para>liggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van art. 59 c lid 1 Wetboek van Strafvordering kan beroep worden</para>
      <para>ingesteld tegen de beschikking tot onmiddellijke invrijheidstelling. De</para>
      <para>wetgever heeft met de invoering van deze mogelijkheid een voorziening willen</para>
      <para>scheppen omdat er bij de beoordeling door de rechter-commissaris, geen sprake</para>
      <para>was van een afwijzing van een vordering. Die voorziening moet dan ook als de</para>
      <para>enig mogelijke worden beschouwd. Een beslissing tot onmiddellijke</para>
      <para>invrijheidstelling was in dit geval in de beschikking van de</para>
      <para>rechter-commissaris ook opgenomen. Bij de beoordeling van de vraag of het</para>
      <para>beroep zich ook tegen die beslissing richt, moet voor ogen worden gehouden</para>
      <para>dat een onmiddellijke invrijheidstelling inhoudt dat de inverzekeringstelling</para>
      <para>niet meer kan worden voortgezet, zodat mitsdien de beschikking van de</para>
      <para>rechter-commissaris tot onmiddellijke invrijheidstelling impliciet ook een</para>
      <para>afwijzing inhoudt van de wens van het Openbaar Ministerie om de</para>
      <para>inverzekeringstelling voort te zetten. Gelet hierop zal de rechtbank het</para>
      <para>beroep beschouwen als te zijn ingesteld tegen dat deel van de beslissing</para>
      <para>waartegen de wet beroep toelaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag of de beschikking van de rechter-commissaris ex-nunc of ex-tunc moet</para>
      <para>worden getoetst, laat de rechtbank in het midden gelet op het hierna te geven</para>
      <para>oordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen naar voren komt in de verklaringen opgenomen in het</para>
      <para>proces-verbaal dat is gevoegd bij de appélmemorie van de Officier van</para>
      <para>Justitie, lijkt vooralsnog de conclusie gerechtvaardigd dat op 5 januari 2011</para>
      <para>de brand bij Chemie-pack is ontstaan doordat door een werknemer is geprobeerd</para>
      <para>een bevroren membraanpomp, die werd gebruikt voor het oppompen van een</para>
      <para>vloeistof, ter plaatse, in de buurt van brandbare stoffen, met een brander te</para>
      <para>ontdooien. Dat daaraan voorafgaand, diezelfde dag, een of meer andere</para>
      <para>werknemers, al dan niet tezamen met voornoemde werknemer, eerder op die wijze</para>
      <para>hebben ontdooid, lijkt eveneens als conclusie te mogen worden getrokken. Van</para>
      <para>enige directe betrokkenheid van verdachte bij dat gebeuren blijkt echter niet</para>
      <para>uit het proces-verbaal. Evenmin dat hij opdracht heeft  gegeven tot</para>
      <para>voornoemde handeling. Weliswaar lijkt uit het proces-verbaal naar voren te</para>
      <para>komen dat na de brand door verdachte en/of anderen gepoogd zou zijn om te</para>
      <para>bewerkstelligen dat over de oorzaak zou worden gezwegen, maar dat feit op</para>
      <para>zich is onvoldoende om aansprakelijkheid van verdachte voor het feit zelf te</para>
      <para>scheppen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wil van aansprakelijkheid sprake kunnen zijn, dan zal tenminste moeten komen</para>
      <para>vast te staan dat verdachte wetenschap ervan had dat deze werkwijze in het</para>
      <para>bedrijf gebruikelijk was en dat hij daartegen niets heeft ondernomen, dan wel</para>
      <para>dat hij die handeling uitdrukkelijk heeft aanvaard. Dat daarvan sprake is,</para>
      <para>staat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende vast. Weliswaar komt uit</para>
      <para>het proces-verbaal naar voren dat één of twee werknemers in 2010 blijkbaar op</para>
      <para>vergelijkbare wijze te werk zijn gegaan, maar onvoldoende staat vast dat</para>
      <para>verdachte daarvan op de hoogte was of  daarvan op de hoogte is gebracht, dan</para>
      <para>wel of hij rekening moest houden met een dergelijke handelwijze en mitsdien</para>
      <para>vóór 5 januari 2011 wist dat deze werkwijze werd toegepast. De verklaring van</para>
      <para>één van de werknemers dat er al langere tijd problemen waren met de</para>
      <para>membraanpomp wanneer het vroor of koud was, is onvoldoende om dat aan te</para>
      <para>nemen. Onvoldoende blijkt immers uit die verklaring dat er alleen op de</para>
      <para>hiervoor beschreven wijze met dat probleem werd omgegaan. Uit een andere</para>
      <para>verklaring komt immers naar voren dat weliswaar vuur werd gebruikt om een</para>
      <para>bevroren pomp te ontdooien, maar dat dat gebeurde in de werkplaats en niet,</para>
      <para>zoals op 5 januari 2011, ter plaatse in de buurt van brandbare stoffen.</para>
      <para>Mitsdien heeft de rechter-commissaris, ook wanneer bij de beoordeling de</para>
      <para>feiten en omstandigheden worden betrokken die na zijn beschikking bekend zijn</para>
      <para>geworden, naar het oordeel van de rechtbank op juiste gronden beslist dat</para>
      <para>verdachte in redelijkheid niet als verdachte had mogen worden aangemerkt en</para>
      <para>mitsdien terecht de onmiddellijke in vrijheidstelling van verdachte bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De beslissing.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bevestigt de in de aanhef genoemde beschikking van de</para>
      <para>rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 21 juli 2011 door mr Kooijman, voorzitter,</para>
      <para>en mrs Van Gessel en Van Breugel, rechters in tegenwoordigheid van Jacet,</para>
      <para>griffier.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>