<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBBRE:2007:BB1190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:34:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBBRE:2007:2712</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BB1190</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Breda" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Breda</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 06/2517</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2008/22.2.1</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2007/1676</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2007:BB1190">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2007:BB1190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T01:44:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBBRE:2007:BB1190 Rechtbank Breda , 17-07-2007 / AWB 06/2517</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBBRE:2007:BB1190:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De inspecteur heeft belanghebbende bij uitspraak op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard in verband met het ontbreken van een motivering. In verweer komt de inspecteur tot de conclusie dat belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, in zoverre is het beroep derhalve gegrond verklaard. Voor het overige is het beroep ongegrond verklaard nu belanghebbende niet heeft bewezen dat de aanslag vennootschapsbelasting tot een te hoog bedrag is vastgesteld. De betwiste aanslag blijft derhalve in stand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBBRE:2007:BB1190:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK BREDA</para>
      <para>Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Procedurenummer: AWB 06/2517</para>
    <para />
    <para>Uitspraakdatum: 17 juli 2007</para>
    <para />
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen</para>
    <para />
    <para>[belanghebbende] BV, gevestigd te [woonplaats], eiseres,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Eiseres en verweerder worden hierna aangeduid als respectievelijk belanghebbende en inspecteur.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bestreden uitspraak op bezwaar </para>
      <para>De uitspraak van de inspecteur van 12 april 2006 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende voor het jaar 2002 opgelegde aanslag vennootschapsbelasting naar een belastbaar bedrag van € 179.614. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting </para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juli 2007. </para>
      <para>Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens belanghebbende haar bestuurder, alsmede de inspecteur.</para>
      <para>De zaken, bij de rechtbank geregistreerd onder de nummers: 05/4687, 05/4591, 06/1231, 06/2518 en 06/2517 zijn gelijktijdig behandeld.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para />
    <para>1.	Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>-	verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>-	vernietigt de uitspraak op bezwaar;</para>
      <para>-	verklaart het bezwaar ontvankelijk;</para>
      <para>-	handhaaft de aanslag;</para>
      <para>-	veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 966, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die dit bedrag aan belanghebbende moet vergoeden;</para>
      <para>-	gelast dat de Staat het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 281 aan deze vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.	Gronden</para>
    <para />
    <para>2.1. Aan belanghebbende is door de inspecteur een aangiftebiljet vennootschapsbelasting uitgereikt over het jaar 2002, dat ook na aanmaning niet ingediend. De inspecteur heeft vervolgens op de voet van artikel 11, tweede lid, AWR ambtshalve de aanslag vennoot¬schapsbelasting vastgesteld naar het bovengenoemde belastbaar bedrag. </para>
    <para />
    <para>2.2. Tegen deze aanslag is belanghebbende in bezwaar gekomen. De inspecteur heeft belanghebbende bij uitspraak op bezwaar van 12 april 2006 niet ontvankelijk verklaard met als reden dat belanghebbende haar bezwaren niet had gemotiveerd. In zijn verweerschrift heeft de inspecteur geconcludeerd dat belanghebbende alsnog ontvankelijk moet worden verklaard in haar bezwaar. </para>
    <para />
    <para>2.3. De inspecteur heeft het belastbare bedrag berekend aan de hand van, naar de rechtbank verstaat, de door belanghebbende bij de Kamer van Koophandel op 3 maart 2004 ingediende jaarstukken over 2002. De berekening is als volgt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vermogen per 31 december 2002	€ 	4.422</para>
      <para>vermogen per 1 januari 2002		-12.073</para>
      <para>vermogens toename		16.495</para>
      <para>pensioenvoorziening 31 12	76.553	</para>
      <para>pensioenvoorziening 1-1	- 66.353	</para>
      <para>correctie pensioen voorziening		10.200</para>
      <para>crediteuren 31 12	302.750	</para>
      <para>crediteuren 1-1	- 158.823	</para>
      <para>correctie crediteuren		143.927</para>
      <para>vorderingen op aandeelhouder 31 12	220.983	</para>
      <para>vorderingen op aandeelhouder 1- 1	78.771	</para>
      <para>gemiddeld saldo	149.877	</para>
      <para>gemiddelde rente 6%		    8.993</para>
      <para>belastbare winst		179.615</para>
      <para>verrekenbare verliezen		           0</para>
      <para>belastbaar bedrag	€	179.615</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2.4. Met hetgeen zij heeft aangevoerd heeft belanghebbende, op wie ten deze de bewijslast rust, naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de aangifte vennootschapsbelasting 2002 door haar werd ingediend. Belanghebbende heeft niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aangifte op enig moment door haar ter post is bezorgd. Derhalve is niet de vereiste aangifte gedaan. Ingevolge artikel 27e Awr verklaart de rechtbank het beroep dan ongegrond, tenzij belanghebbende doet blijken dat de aanslag tot een onjuist bedrag is vastgesteld. </para>
    <para />
    <para>2.5. Met de door haar overgelegde stukken noch met hetgeen zij ter zitting heeft aangevoerd heeft belanghebbende bewezen dat de aanslag tot een te hoog bedrag werd vastgesteld. Belanghebbende heeft weliswaar gesteld dat er nog sprake was van compensabele verliezen, maar zij heeft daaromtrent geen bewijs bijgebracht. Ook overigens heeft belang¬hebbende niet bewezen dat het belastbare bedrag lager zou moeten zijn dan het door de inspecteur berekende bedrag. De rechtbank verwerpt belanghebbendes stelling dat zij niet in staat is geweest om stukken te overleggen omdat deze binnen het kader van een onderzoek door de FIOD in beslag zijn genomen, nu zij tegenover de gemotiveerde betwisting hiervan door de inspecteur, geen enkel bewijs van de gestelde inbeslagname heeft overgelegd. </para>
    <para />
    <para>2.6. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur met de onder 2.3. weergegeven berekening een redelijke schatting van de winst heeft gemaakt. </para>
    <para />
    <para>2.7. Gelet op het onder 2.2. overwogene is het beroep gegrond omdat het bezwaar ten onrechte niet ontvankelijk is verklaard. De aanslag blijft echter in stand.</para>
    <para />
    <para>2.8. De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belang¬hebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 966 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1,5).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 17 juli 2007 door mr.W. Brouwer, voorzitter, mr A.A. den Hartog </para>
      <para>en mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. L. Abbing-van Kleef, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: </para>
    <para />
    <para />
    <para>Rechtsmiddel</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
      <para>1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
      <para>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
      <para> 	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. een dagtekening;</para>
      <para> 	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      <para> 	d. de gronden van het hoger beroep.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>