<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T22:50:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AZ3846</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Breda" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Breda</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-12-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">417628 AZ 06-1052</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3846">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:49:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3846 Rechtbank Breda , 01-12-2006 / 417628 AZ 06-1052</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3846:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>proceskosten bij vroegtijdig intrekken ontbindingsverzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3846:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK BREDA</para>
      <para>Sector kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie Tilburg</para>
    <para />
    <para>zaak/rolnr.: 417628-AZ-06-1052</para>
    <para />
    <para>beschikking d.d. 1 december 2006</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachtezoekster], </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>verzoekende partij, </para>
      <para>gemachtigde: mr. M.A.P.J. van den Biggelaar, advocaat te Waalre,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerster], </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.A.J. Dappers, advocaat te Ravenstein.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het verloop van het geding</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>a. het op 12 oktober 2006 ter griffie ontvangen verzoekschrift met 9 producties;</para>
      <para>b. het daarop ontvangen verweerschrift met 3 producties;</para>
      <para>c. een faxbericht van de gemachtigde van verzoekster d.d. 6 november 2006 met 5 producties;</para>
      <para>d. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de mondelinge behandeling ter zitting van 7 november 2006;</para>
      <para>e. de pleitnota van de gemachtigde van verzoekster d.d. 7 november 2006;</para>
      <para>f. een faxbericht van de gemachtigde van verzoekster d.d. 15 november 2006;</para>
      <para>g. een schrijven van de gemachtigde van verweerster d.d. 23 november 2006;</para>
      <para>h. een faxbericht van de gemachtigde van verzoekster d.d. 24 november 2006.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2 De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast. </para>
    <para />
    <para>Partijen zullen verder worden aangeduid als [verzoekster] respectievelijk [verweerster].</para>
    <para />
    <para>2. Het verzoek en de beoordeling</para>
    <para />
    <para>2.1 De kantonrechter overweegt dat [verzoekster] haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst na mondelinge behandeling ter zitting heeft ingetrokken middels een faxbericht d.d. 15 november 2006.</para>
    <para />
    <para>2.2 [verweerster] heeft bij schrijven d.d. 23 november gesteld zich niet met de intrekking van het verzoek te kunnen verenigen en om uitspraak gevraagd.</para>
    <para />
    <para>2.3 [verzoekster] heeft zich naar aanleiding van de brief van [verweerster] op het standpunt gesteld dat het niet meer mogelijk is om uitspraak te doen, nu zij haar verzoek heeft ingetrokken en [verweerster] geen zelfstandig verzoek heeft ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4 De kantonrechter overweegt dat, in tegenstelling tot de dagvaardingsprocedure,</para>
      <para>geen bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn opgenomen omtrent proceskosten bij afbreking van instantie in verzoekschriftprocedures. Naar het oordeel van de kantonrechter kan een verzoekende partij, in dit geval [verzoekster], geheel zelfstandig tot intrekking van het verzoek overgaan. Door het ontbreken van een verzoek is een inhoudelijke beoordeling daarvan niet meer mogelijk. Wel acht de kantonrechter zich, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het bepaalde in artikel 7:685, negende lid Burgerlijk Wetboek, bevoegd om een beslissing te geven omtrent de proceskosten. Daartoe is met name reden waar een mondelinge behandeling reeds heeft plaatsgehad. </para>
      <para>De kantonrechter zal derhalve beslissen als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>verstaat dat het verzoek is ingetrokken;</para>
    <para />
    <para>verwijst de verzoekende partij in de kosten van de procedure en veroordeelt deze derhalve tot betaling van die kosten aan de zijde van de verwerende partij gevallen en tot op heden begroot op € 400,- voor salaris van de gemachtigde van de verwerende partij. </para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Godrie, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2006, in tegenwoordigheid van de griffier mr J.E. Meijer.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>