<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBASS:2012:BW0283</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T23:00:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BW0283</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Assen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Assen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19.993000-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBASS:2012:BW0283">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBASS:2012:BW0283</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:55:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBASS:2012:BW0283 Rechtbank Assen , 27-03-2012 / 19.993000-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBASS:2012:BW0283:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Noordelijke Fraude Kamer acht niet wettig en overtuigend bewezen dat een verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bijstandfraude en dat de verdachte de wetenschap had van de in de tenlastelegging vermelde opbrengsten en werkzaamheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBASS:2012:BW0283:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK ASSEN</para>
    <para />
    <para>Sector Strafrecht</para>
    <para />
    <para>Parketnummer:  19/993000-12</para>
    <para />
    <para>datum uitspraak: 27 maart 2012</para>
    <para />
    <para>op tegenspraak</para>
    <para />
    <para />
    <para>VONNIS van de rechtbank te Assen, meervoudige kamer voor strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, zitting houdende te Assen, in de zaak tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte 2],</para>
      <para>geboren op [datum] 1963 te [plaats],</para>
      <para>wonende te [plaats], [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 februari 2012 en 13 maart 2012. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>TENLASTELEGGING</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij tezamen en in vereniging met [verdachte 1], althans alleen, op één of meer</para>
      <para>tijdstippen in of omstreeks de periode 30 november 2007 tot en met 31 augustus</para>
      <para>2010 in de gemeente Midden-Drenthe, in elk geval in Nederland,(telkens) in</para>
      <para>strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde</para>
      <para>verplichting, te weten krachtens artikel 17 van de Wet Werk en Bijstand,</para>
      <para>opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens aan de gemeente</para>
      <para>Midden-Drenthe te verstrekken, immers hebbende verdachte en/of [verdachte 1]</para>
      <para>(telkens) niet (volledig) aan genoemde instantie gemeld - zakelijk</para>
      <para>weergegeven - dat verdachte en/of [verdachte 1] inkomsten dan wel de</para>
      <para>beschikking over vermogen heeft/hebben gehad door:</para>
      <para>- de verkoop van een aardappelselektiekar aan [betrokkene] voor EUR 9.222,50,</para>
      <para>  welke opbrengst op rekeningnummer 1261.78.763 t.n.v. Lohnbetrieb Agratec</para>
      <para>  GmbH is ontvangen en over welke rekening verdachte en/of [verdachte 1] (als</para>
      <para>  enige) de beschikking had(den), en/of</para>
      <para>- de verkoop van een aantal landbouwmachines aan de firma Hahebo voor EUR</para>
      <para>  164.696,00, welke opbrengst op rekeningnummer 1261.78.763 t.n.v. Lohnbetrieb</para>
      <para>  Agratec GmbH is ontvangen en over welke rekening verdachte en/of [verdachte 1] </para>
      <para>  (als enige) de beschikking had(den) en/of van welke opbrengst</para>
      <para>  nadien EUR 110.000,-, althans een deel, is overgeboekt naar een rekening</para>
      <para>  t.n.v. GMS AGRI, binnen welke onderneming verdachte en/of [verdachte 1] (als</para>
      <para>  enige) de beschikking had(den) over de bankrekening, en/of</para>
      <para>- het laten betalen van een factuur van EUR 6.761,86 door de gemeente Emmen</para>
      <para>  naar rekeningnummer 1261.78.763 t.n.v. Lohnbetrieb Agratec GmbH en over</para>
      <para>  welke rekening verdachte en/of [verdachte 1] (als enige) de beschikking</para>
      <para>  had(den), terwijl deze factuur deels door een andere (failliete) onderneming</para>
      <para>  van verdachte uitgeschreven had moeten worden, en/of</para>
      <para>- het niet melden van deelname in Lohnbetrieb Agratec GmbH en/of GMS AGRI,</para>
      <para>  althans in één of meer onderneming(en) waarbinnen verdachte en/of [verdachte 1] </para>
      <para>  als enige feitelijk de zeggenschap had(den) en/of binnen welke</para>
      <para>  onderneming(en) sprake was van actieve vermogensbestanddelen waarover</para>
      <para>  verdachte en/of [verdachte 1] de beschikking had(den), en/of</para>
      <para>- het verkrijgen/opnemen van (contante) gelden uit/van GMS AGRI, althans één</para>
      <para>  of meer rechtsperso(o)n(en);</para>
      <para>zulks terwijl dit/deze feit(en) kon(den) strekken tot bevoordeling van</para>
      <para>zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijs moest</para>
      <para>vermoeden dat dat/die gegeven(s) van belang waren voor de vaststelling van</para>
      <para>verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, dan wel</para>
      <para>voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming;</para>
      <para>art 227b Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Vordering van de officier van justitie</para>
    <para />
    <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte ter zake van het haar tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Bewijsoverwegingen</para>
    <para />
    <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de stukken en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de wetenschap had van de in de tenlastelegging vermelde opbrengsten en werkzaamheden. Uit het dossier blijkt dat het gaat om opbrengsten die haar echtgenoot uit mogelijk frauduleuze handelingen heeft verkregen. Uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting en de inhoud van het dossier blijkt onvoldoende om aan te kunnen nemen dat verdachte wetenschap heeft gehad van deze handelingen en opbrengsten, laat staan dat zij daarbij betrokken is geweest. De verdachte heeft ter zitting verkaard dat zij jarenlang heeft moeten rondkomen van de bijstanduitkering en overigens geen inkomen heeft genoten of werkzaamheden heeft verricht. Tevens heeft zij aangegeven gedurende de tenlastegelegde periode nimmer gelden van haar (ex-)man te hebben ontvangen. De verdachte zal daarom van het haar tenlastegelegde worden vrijgesproken.</para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para />
    <para>- verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. H.H.A. Fransen, voorzitter, L.W. Janssen en </para>
      <para>J. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van A.E. Tuinstra, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 maart 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs. L.W. Janssen en J. van Bruggen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>3</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>