<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBASS:2000:AA8432</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T02:19:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA8432</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Assen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Assen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-09-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">00/717 en 724 GEMWT P02 G02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBASS:2000:AA8432">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBASS:2000:AA8432</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:14:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBASS:2000:AA8432 Rechtbank Assen , 27-09-2000 / 00/717 en 724 GEMWT P02 G02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBASS:2000:AA8432:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBASS:2000:AA8432:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>Arrondissementsrechtbank Assen</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Kenmerken: 00 / 717 en 00 / 724 GEMWT P02 G02</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>                           P R O C E S - V E R B A A L </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de mondelinge uitspraak van de president van de Arrondissementsrechtbank te Assen op het</para>
      <para>verzoek om een voorlopige voorziening alsmede in de hoofdzaak in de geschillen tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoekster], gevestigd te</para>
      <para>Mantinge (Westerbork), verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Midden-Drenthe, verweer-</para>
      <para>der.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I. Procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 september 2000 heeft verweerder verzoeksters bezwaren tegen verweerders</para>
      <para>besluit van 15 juni 2000, waarbij vergunning is verleend voor het kappen van 1 linde en 22 eiken</para>
      <para>aan de Orvelterstraat te Westerbork, niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens verzoekster is bij brief van 22 september jl. tegen dit besluit beroep bij de rechtbank</para>
      <para>ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens is namens verzoekster aan de president van de rechtbank verzocht om toepassing te</para>
      <para>geven aan het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij brief van 22 september jl. de gedingstukken overgelegd. Bij op 25 september</para>
      <para>jl. verzonden brief heeft verweerder een verweerschrift ingezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verzoekster en verweerder hebben afschriften van de gedingstukken ontvangen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld ter zitting op 27 september 2000, alwaar namens verzoekster -daartoe</para>
      <para>ambtshalve opgeroepen- [leden]zijn verschenen. Van hen heeft de heer [lid] het verzoek nader toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor verweerder zijn verschenen -daartoe eveneens ambtshalve opgeroepen- de heren </para>
      <para>[gemachtigden], ambtenaar in dienst van de gemeente</para>
      <para>Midden-Drenthe. Van hen heeft [gemachtigde] het standpunt van verweerder nader uiteen</para>
      <para>gezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. Beslissing</para>
    <para />
    <para>Aan het slot van de behandeling heeft de president:</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>                                                                   - Ten aanzien -</para>
    <para />
    <para />
    <para>Kenmerken: 00 / 717 en 00 / 724 GEMWT P02 G02</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Ten aanzien van het beroep:</para>
    <para />
    <para>I. het beroep gegrond verklaard;</para>
    <para />
    <para>II.het bestreden besluit vernietigd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>III.bepaald dat verweerder opnieuw en thans inhoudelijk op de bezwaren van verzoekster dient</para>
      <para>   te beslissen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>IV.bepaald dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht ad Ÿ 450,- aan haar dient te</para>
      <para>   vergoeden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V. de gemeente Midden-Drenthe aangewezen als de rechtspersoon die het onder IV genoemde</para>
      <para>   bedrag dient te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen, alsmede iedere andere belanghebbende, hoger beroep</para>
      <para>instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te 's-Gravenhage. Het hoger</para>
      <para>beroep dient ingesteld te worden door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling</para>
      <para>bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019 te 2500 EA 's-Gravenhage binnen</para>
      <para>zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening:</para>
    <para />
    <para>VI.het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. Motivering</para>
    <para />
    <para>Algemeen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is</para>
      <para>ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of</para>
      <para>administratief beroep is ingesteld, de president van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in</para>
      <para>de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de</para>
      <para>betrokken belangen, dat vereist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 8:86, eerste lid, van de Awb is voorts bepaald dat, indien het verzoek om een voorlopige</para>
      <para>voorziening wordt gedaan wanneer beroep bij de rechtbank is ingesteld en de president van</para>
      <para>oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling</para>
      <para>van de zaak, deze onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak. Deze situatie doet zich hier</para>
      <para>voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Feiten</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder is doende langs de Orvelterstraat (de doorgaande weg vanuit Westerbork naar</para>
      <para>Orvelte en Zweeloo) een fietspad aan te leggen.</para>
      <para>Daarbij is het aanvankelijk de bedoeling geweest om het fietspad (bezien vanaf de wegkant) aan</para>
      <para>de achterzijde van de aldaar aanwezige bomen te situeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>                                                                    - In verband -</para>
    <para />
    <para>Kenmerken: 00 / 717 en 00 / 724 GEMWT P02 G02</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met het niet (volledig) kunnen verwerven van de benodigde grond heeft verweerder</para>
      <para>besloten het fietspad voor een deel over gemeentegrond te laten lopen.</para>
      <para>Ter realisering daarvan heeft verweerder bij besluit van 15 juni 2000 aan de gemeente Midden-</para>
      <para>Drenthe vergunning verleend voor het kappen van 1 linde en 22 eiken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen dit besluit is namens verzoekster bij op 20 juli 2000 ontvangen brief bezwaar gemaakt. Dit</para>
      <para>bezwaar is tijdens een hoorzitting d.d. 5 september jl. mondeling toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder verzoeksters bezwaren niet-ontvankelijk</para>
      <para>verklaard.</para>
      <para>Daartoe heeft verweerder overwogen dat verzoekster niet als een belanghebbende in de zin van</para>
      <para>artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Standpunten van partijen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster doet aanvoeren dat in het bestreden besluit voorbij wordt gegaan aan haar doelstel-</para>
      <para>ling, waarbij daadwerkelijk wordt meegewerkt aan de bescherming van de natuur, het landschap</para>
      <para>en het milieu, daarbij verwijzende naar artikel 3, onder c en f en artikel 4, onder d van de</para>
      <para>statuten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder neigt, achteraf geconfronteerd met de statuten, ernaar te concluderen dat verzoekster</para>
      <para>wel belanghebbende zou kunnen zijn.</para>
      <para>Met betrekking tot de verleende kapvergunning hecht verweerder er aan, gelet op het maatschap-</para>
      <para>pelijk belang, de verkeersveiligheid en het financiële belang dat de aanleg van het fietspad op</para>
      <para>korte termijn is voltooid en dat de daarvoor benodigde kapvergunning in stand blijft.</para>
      <para>Verweerder verzoekt daarbij de president de toetsing niet alleen te beperken tot de ontvankelijk-</para>
      <para>heidsvraag, maar ook een inhoudelijk oordeel te geven over de verleende kapvergunning. Dit,</para>
      <para>met het oog op het feit dat de aanleg voor 1 december a.s. moet zijn voltooid ter verkrijging van</para>
      <para>EVRO/ISP-subsidie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beoordeling</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De president dient in deze te beoordelen of verweerder terecht het bezwaar van verzoekster</para>
      <para>tegen de bij besluit van 15 juni 2000 verleende kapvergunning niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
      <para>Daartoe wordt het volgend overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft, daarbij het advies van de Commissie van advies voor de bezwaar- en</para>
      <para>beroepschriften volgend geoordeeld dat, verzoekster niet kan worden aangemerkt als een</para>
      <para>belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb.</para>
      <para>De president deelt dat oordeel niet. Zulks op grond van het volgende.</para>
      <para>Onder belanghebbende wordt ingevolge artikel 1:2 Awb verstaan degene wiens belang recht-</para>
      <para>streeks bij een besluit is betrokken. In het derde lid is bepaald dat ten aanzien van rechtsperso-</para>
      <para>nen als hun belangen mede worden beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij</para>
      <para>krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder beharti-</para>
      <para>gen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>                                                                   - Blijkens de -</para>
    <para />
    <para />
    <para>Kenmerken: 00 / 717 en 00 / 724 GEMWT P02 G02</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de statuten stelt verzoekster zich -onder meer- ten doel om daadwerkelijk mee te werken</para>
      <para>aan de bescherming van de natuur, het landschap en het milieu (artikel 3, onder f). Zij tracht dit</para>
      <para>doel -blijkens de statuten- onder meer te verwezenlijken door: 'alle andere wettige middelen en</para>
      <para>meer speciaal het aantekenen casu quo indienen van bezwaar en beroep in woord en/of geschrift</para>
      <para>zowel op administratiefrechtelijk als op strafrechtelijk gebied, tegen (rechts)handelingen in strijd</para>
      <para>met datgene wat de vereniging casu quo [verzoekster] nastreeft'.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande is de president van oordeel dat verweerder verzoekster ten onrechte</para>
      <para>niet als een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb heeft aangemerkt. Met name</para>
      <para>het feit dat verzoekster in haar statuten het voeren van procedures ter verwezenlijking van haar</para>
      <para>doelstelling heeft opgenomen acht de president in dit opzicht redengevend.</para>
      <para>Het bestreden besluit dient dan ook, onder gegrondverklaring van het beroep, vernietigd te</para>
      <para>worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verweerders verzoek om thans tevens een oordeel te geven over de bezwaren van</para>
      <para>verzoeker kan niet worden voldaan. Uit het stelsel van de Awb vloeit voort dat eerst verweerder</para>
      <para>zich een oordeel vormt naar aanleiding van de bezwaren, in een volledige heroverweging van het</para>
      <para>primaire besluit, na advisering door de betreffende bezwarencommissie. Verweerder zal zich dan</para>
      <para>ook alsnog over de bezwaren van verzoekster moeten buigen, waartoe (wederom) het oordeel</para>
      <para>van de Commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften zal moeten worden gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel het beroep voor gegrondverklaring in aanmerking komt, ziet de president geen aanleiding</para>
      <para>tot het treffen van een voorlopige voorziening, aangezien verweerder bij een vernietiging van het</para>
      <para>besluit op bezwaar geen gebruik mag maken van de kapvergunning, gelet op de in de kapver-</para>
      <para>gunning opgenomen voorwaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. J.S. van der Kolk, fungerend president en uitgesproken in het </para>
      <para>openbaar op</para>
      <para>door mr. J.S. van der Kolk, in tegenwoordigheid van mr. W.P. Claus, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>mr. W.P. Claus                                       mr. J.S. van der Kolk</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden op:</para>
      <para>typ: mh</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>