<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2012:BV7593</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T19:57:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV7593</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">781423 BH 11-10596 BMnr. 3176</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656">Burgerlijk Wetboek Boek 1</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=447">Burgerlijk Wetboek Boek 1 447</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2012/80 met annotatie van P. Vlaardingerbroek</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2012:BV7593">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2012:BV7593</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:46:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2012:BV7593 Rechtbank Arnhem , 24-02-2012 / 781423 BH 11-10596 BMnr. 3176</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2012:BV7593:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>'Omdat de beloning van 5% op grond van artikel 1:447 lid 1 eerste volzin BW, enkel is gebaseerd op de omvang van de netto opbrengsten van het belegde vermogen, kan geen vergoeding worden toegekend voor de tijdsinspanning die bewindvoersters bij de aanvang van het bewind hebben verricht. De beloning staat los van de tijdsinspanning. Het is een resultaatsbeloning.'</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2012:BV7593:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>Rechtbank Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector kanton</para>
      <para>Locatie Wageningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 781423 BH 11-10596</para>
      <para>Kenmerk:	BM 3176</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>	Machtiging inzake bewind meerderjarigen</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter te Wageningen</para>
    <para />
    <para>Gezien:</para>
    <para />
    <para>het verzoekschrift dat op 10 oktober 2011 is ingediend door mevrouw [X] en mevrouw [Y], bewindvoersters over het vermogen van [Z], waarbij zij aan de kantonrechter verzoeken om als vergoeding voor hun taken van 5% van de netto-opbrengst van de vruchten van het vermogen bij rechthebbende in rekening te mogen brengen, zijnde € 503,38 per persoon over 2010. Voorts verzoeken bewindvoersters dit bedrag aan te mogen vullen tot € 1.000,00 per persoon over 2010 aangezien de aanvangsfase van het bewind veel tijd heeft gekost.</para>
    <para />
    <para>Overwegende:</para>
    <para />
    <para>dat de kantonrechter van oordeel is dat het verzoek om een vergoeding van 5% van de netto-opbrengst van de vruchten van het vermogen bij rechthebbende in rekening te mogen brengen is gegrond op artikel 1:447 BW. Nu dit verzoek is gegrond op de wet en de door bewindvoersters berekende vergoeding ad € 503,38 per persoon juist is, wordt het verzoek toegewezen.</para>
    <para />
    <para>Dat de kantonrechter van oordeel is dat het verzoek om een extra vergoeding niet gegrond is op de wet. De bewindvoesters hebben de keuze om een vergoeding op grond van artikel 1:447 lid 1 eerste volzin BW, dan wel een vergoeding volgens de Aanbevelingen meerderjarigenbewind van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele en Kantonsectoren (verder de Aanbevelingen), te verzoeken. Bewindvoersters hebben ervoor gekozen een vergoeding op grond van artikel 1:447 BW te vragen. Omdat de beloning enkel is gebaseerd op de omvang van de netto opbrengsten van het belegde vermogen, kan geen vergoeding worden toegekend voor de tijdsinspanning die bewindvoersters bij de aanvang van het bewind hebben verricht. De beloning staat los van de tijdsinspanning. Het is een resultaatsbeloning. Dat is anders in het door het LOVCK aanbevolen forfaitaire beloningssysteem, dat is gebaseerd op standaardvergoedingen voor pakketten standaardtaken. In dat systeem past een aparte beloning voor werkzaamheden (lees: tijdsinspanning) die noodzakelijk zijn voor het opstarten van een nieuw bewind: de intakevergoeding. Derhalve wijst de kantonrechter het verzoek om een extra vergoeding op te mogen nemen af.</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Beschikkende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	bepaalt dat mevrouw [X] en mevrouw [Y], bewindvoersters over het vermogen van [Z] in verband met hun werkzaamheden als bewindvoerder over 2010 een beloning van </para>
      <para>€ 503,38 per persoon toekomt ten laste van het vermogen van voornoemde rechthebbende;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>-	wijst de aanvullende vergoeding af.</para>
    <para />
    <para>Gegeven op 24 februari 2012 door mr. P.A. Huidekoper, kantonrechter te Wageningen en door deze en de griffier ondertekend.</para>
    <para />
    <para>de griffier,						de kantonrechter,</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:</para>
    <para />
    <para>-	door de verzoeker(s) en door degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak</para>
    <para />
    <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening ervan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para />
    <para>Het beroep dient te worden ingesteld door indiening van een beroepschrift ter griffie van het gerechtshof te Arnhem, welk beroepschrift opgesteld dient te worden door een advocaat.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>