<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2012:BV2074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T09:48:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV2074</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/800635-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2012:BV2074">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2012:BV2074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:33:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2012:BV2074 Rechtbank Arnhem , 30-01-2012 / 05/800635-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2012:BV2074:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De militaire kamer spreekt man vrij van diefstal in vereniging in Kandahar te Afghanistan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2012:BV2074:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK ARNHEM</para>
    <para />
    <para>Sector strafrecht</para>
    <para />
    <para>Meervoudige militaire Kamer</para>
    <para />
    <para>Promis II</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/800635-11 </para>
      <para>Datum zitting	: 16 januari 2012</para>
      <para>Datum uitspraak	: 30 januari 2012</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Tegenspraak</para>
    <para />
    <para>In de zaak van</para>
    <para />
    <para>de officier van justitie in het arrondissement Arnhem</para>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>naam		: [verdachte],</para>
      <para>geboren op	: [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>adres		: [adres],</para>
      <para>plaats		: [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman		: mr. P. Reitsma, advocaat te Nijkerk.</para>
      <para>Officier van justitie	: mr. J.C. Stikkelman. </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>1.	De inhoud van de tenlastelegging</para>
    <para />
    <para>Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat: </para>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 tot en met 12 </para>
      <para>januari 2011 te of nabij Kandahar en/of Tarin Kowt, althans in Afghanistan, </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) </para>
      <para>met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een </para>
      <para>hoeveelheid stuwhout, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende </para>
      <para>aan Ministerie van Defensie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan </para>
      <para>verdachte en/of zijn mededader(s);</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 tot en met 12 </para>
      <para>januari 2011 te of nabij Kandahar en/of Tarin Kowt, althans in Afghanistan, </para>
      <para>(telkens) opzettelijk een hoeveelheid stuwhout, in elk geval enig goed, geheel </para>
      <para>of ten dele toebehorende aan Ministerie van Defensie, in elk geval aan een </para>
      <para>ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan </para>
      <para>door misdrijf, te weten in beheer/onder toezicht, onder zich had, (telkens) </para>
      <para>wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2.	Het onderzoek ter terechtzitting</para>
    <para />
    <para>De zaak is op 16 januari 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. P. Reitsma, advocaat te Nijkerk.</para>
    <para> </para>
    <para>De officier van justitie, mr. J.C. Stikkelman, heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.</para>
    <para> </para>
    <para>Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3.	De beslissing inzake het bewijs</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de militaire kamer van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het stuwhout heeft gestolen zodat verdachte van het primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. </para>
      <para>De militaire kamer acht evenmin wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het stuwhout heeft verduisterd en zal verdachte daarom ook vrijspreken van het subsidiair tenlastegelegde.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer overweegt daartoe als volgt.</para>
      <para>De officier van justitie heeft aangeveerd dat verdachte zich het stuwhout opzettelijk wederrechtelijk zou hebben toegeëigend op het moment van de verkoop van het hout tegen een fors geld bedrag. </para>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat het hout weliswaar met zijn instemming werd vervreemd maar dat hij er, totdat hij na de verkoop van het hout, waarbij hijzelf niet aanwezig was, onverwacht een groot geldbedrag aan opbrengst kreeg overhandigd, vanuit is gegaan dat het stuwhout niet veel waard was, en dat dit zou worden afgestoten met toestemming van kapitein [naam], toentertijd G4 in de staf van de Redeployment Task Force 2 waartoe verdachte behoorde. </para>
      <para>De militaire kamer acht deze verklaring niet onaannemelijk. </para>
      <para>De militaire kamer neemt hierbij in aanmerking dat kapitein [naam] tijdens het huishoudelijk onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de commandant van de voornoemde Task Force heeft verklaard dat hij begin januari 2011 tijdens een werkbezoek, op een moment dat verdachte was opgenomen in het militaire hospitaal, met de waarnemend commandant [naam]en over het stuwhout heeft gesproken en daarbij heeft gezegd dat dit stuwhout wat hem betreft mocht worden vervreemd, ook indien er een -geringe- financiële vergoeding voor zou worden ontvangen. </para>
      <para>Ook de verklaring van verdachte dat hij er totdat hij het geldbedrag kreeg overhandigd, vanuit ging dat stuwhout, dat nat was geworden en daarom als zodanig niet meer bruikbaar was, geen (of nauwelijks) waarde had acht de militaire kamer niet onaannemelijk, nu ook [naam] en [naam]en daar, blijkens hun verklaringen in eerste instantie van uit gingen.</para>
      <para>Dat verdachte al vóór de verkoop op de hoogte was dat de verkoop van het stuwhout veel meer zou opbrengen acht de militaire kamer niet bewezen. De enkele verklaring van sergeant [naam] dat hij al voor de uiteindelijke verkoop een offerte aan verdachte had laten zien waaruit de grote waarde bleek, is daartoe onvoldoende, temeer nu de verklaring van De [naam] op dit punt summier is.</para>
      <para>Het vorenstaande betekent dat de stelling van verdachte dat hij tot en met de verkoop van het hout er van uit ging dat het om een gelegitimeerde afstoting zou gaan, niet weerlegt kan worden zodat niet bewezen kan worden dat er sprake was van opzettelijke wederrechterlijke toe-eigening. Dit brengt met zich dat verdachte wordt vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para> </para>
    <para>4.	De beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank, rechtdoende:</para>
    <para />
    <para>Spreekt verdachte vrij van het onder primair en subsidiair ten laste gelegde feit.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>                                     </para>
    <para>  </para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. T.P.E.E. van Groeningen, als voorzitter, </para>
      <para>mr. J.M.J.M. Doon, rechter, </para>
      <para>kapitein ter zee van administratie mr. F.N.J. Jansen, militair lid,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 januari 2012.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>