<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2012:3843</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-09T10:55:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">214257 HA ZA  11-528</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2012:3843">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2012:3843</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-09T10:54:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2012:3843 Rechtbank Arnhem , 31-10-2012 / 214257 HA ZA  11-528</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2012:3843:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2012:3843:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <bridgehead role=" bold">VONNIS</bridgehead>
  <mediaobject>
    <imageobject>
      <imagedata align="center" scale="100" fileref="b39be3e8-e6db-43e5-8cd3-267f515b0a28" depth="3" width="525" format="image/png" />
    </imageobject>
  </mediaobject>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ARNHEM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 214257 / HA ZA 1 1-528</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Vonnis van 31 oktober 2012</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para> in de zaak van</para>
    <para />
    <para>de rechtspersoon naar Chinees recht van <emphasis role="bold">HAIER ELECTRICAL APPLIANCES CORP. LTD.,</emphasis></para>
    <para> gevestigd te Qingdao, Shandong (China), </para>
    <para>eiseres, </para>
    <para>advocaat mr. F.H. Aalderink te Rotterdam, tegen</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [gedaagde] , </emphasis>
    </para>
    <para>wonende te [plaats] , </para>
    <para>gedaagde, </para>
    <para>advocaat mr. H.S. Bugter te Bennekom.</para>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna Haier en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    <para>1. De procedure</para>
    <para />
    <para>	1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het tussenvonnis van 28 maart 2012, waarover wordt opgemerkt dat het in dat tussenvonnis genoemde proces-verbaal van comparitie ten onrechte is gedateerd op 26 januari 201 1. De comparitie heeft op 26 januari 2012 plaatsgevonden. - de akte uitlatingjurisdictie aan de zijde van Haier - de akte uitlating producties aan de zijde van Haier - de antwoordakte aan de zijde van [gedaagde] .</para>
    <para />
    <para>1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para>2. De verdere vaststelling van de feiten</para>
    <para>2.1.	In 2007 heeft het Qingdao Intermediate People's Court of Shandong Province uitspraak gedaan in het incident waarin [gedaagde] en [betrokkene 1] de rechtsmacht van dat gerecht betwistten. Uit de vertaling van die uitspraak wordt geciteerd:</para>
    <para />
    <para>"This Court has accepted the lawsuit ofguarantee contract dispute filed by Haier als [betrokkene 2] against [betrokkene 1] (...) and (. . .) [gedaagde] (...) as Defendants. During the period ofdefense, the Defendants raised objections to thejurisdiction ofthis Court, and claimed that as the Defendants have no assets that could be seized, nor any representative once, in Qingdao, and that the contract-in-dispute was neither signed nor performed in Qingdao, this Court has nojurisdiction over the case.</para>
  </parablock>
  <mediaobject>
    <imageobject>
      <imagedata align="center" scale="100" fileref="c6528578-7480-4cb6-abf7-1410d6b5ecb7" depth="3" width="524" format="image/png" />
    </imageobject>
  </mediaobject>
  <parablock>
    <para>After review and examinaton, this Court believes that the case is aforeign-related commercial dispute. The Guarantee Letter issued by [betrokkene 1] and [gedaagde] to Haier shows primafacie that the Guarantee Letter was signed by the Defendants overseas and subsequentlyfaxed to Haier. The fact that [betrokkene 2] has provided the document to this Court shows that [betrokkene 2] has accepted the Guarantee Letter. According to the PRC Contract Law, the place where acceptance takes effect is the place where contract is formed; where the contract is signed by digital Telegraph, the place ofthe principal office ofthe recipient shall be the place offormation ofthe contract. The place offormation ofthe Guarantee Letter is Qingdao, Shandong Province. This Court therefore hasjurisdiction over the case based on the place offormation ofthe contract. (...) "</para>
    <para />
    <para>3. De verdere beoordeling</para>
    <para />
    <para>3.1.	Zoals in het vorige tussenvonnis al is overwogen, is allereerst de vraag aan de orde of de Chinese uitspraken voldoen aan de criteria voor erkenning in Nederland. Vooropgesteld wordt dat het feit dat in Italië een aan de onderhavige zaak gelieerde procedure aanhangig is, niet in de weg staat aan de beoordeling van de onderhavige kwestie, voorzover deze betrekking heeft op de erkenning van de in China gewezen uitspraak (zie HvJ EG 20 januari 1994, nr. C-129/92 Jur 1994, p. 1-1 17, NJ 1994, 351).</para>
    <para />
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9fdace13-0661-4a19-aee6-533b509925c0" depth="2" width="2" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>3.2.	Voor wat betreft de criteria voor erkenning van de Chinese uitspraak in Nederland, wordt allereerst ingegaan op de rechtsmacht van het Chinese gerecht. Het Chinese gerecht heeft zijn bevoegdheid ontleend aan de plaats waar de overeenkomst tot stand is gekomen, naar zijn oordeel in China als de plaats waar de letter of guarantee door Haier is ondertekend dan wel geaccepteerd.</para>
    <para />
    <para>3.3.	De plaats waar de overeenkomst tot stand is gekomen is echter geen internationaal aanvaarde grond voor rechtsmacht. Noch in de Verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo), noch in het voordien geldende EEX-Verdrag, noch in het Verdrag van Lugano betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EVEX), is een dergelijke grond voor internationale rechtsmacht opgenomen. In de navolgende bilaterale verdragen inzake de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen, is de plaats waar de overeenkomst tot stand is gekomen evenmin opgenomen als - in het kader van erkenning en tenuitvoerlegging aanvaarde - grond voor internationale bevoegdheid. Voor wat betreft de bilaterale verdragen (hoewel deze verdragen sinds de inwerkingtreding van het EEXVerdrag en de EEX-Verordening hun betekenis goeddeels hebben verloren) wordt verwezen</para>
    <para />
    <para>naar:</para>
    <para>-Verdrag van 30 augustus 1962 (Nederlands-Duits executieverdrag)</para>
    <para>-Verdrag van 17april 1959 (Nederlands-Italiaans executieverdrag)</para>
    <para>-Verdrag van 6 februari 1963 (Nederlands-Oostenrijks executieverdrag)</para>
    <para>-Verdrag van 17 november 1967 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland betreffende de wederkerige erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken.</para>
    <para>Ten slotte is relevant dat in het concept voor het Haags bevoegdheids- en executieverdrag (waaraan onder de auspiciën van de Haagse Conferentie werd gewerkt) deze grond werd genoemd als een exorbitante grond voor jurisdictie (zie artikel 18 lid 2 onderj van het preliminary document van augustus 2000). Verwezen wordt voorts naar de opsomming van internationaal aanvaarde bevoegdheidsgronden in de dissertatie van Rosner, Cross-Border</para>
  </parablock>
  <mediaobject>
    <imageobject>
      <imagedata align="center" scale="100" fileref="08fd811b-b0c5-4ed5-8179-304f3e0c6ee7" depth="3" width="525" format="image/png" />
    </imageobject>
  </mediaobject>
  <parablock>
    <para>Recognition and Enforcement of Foreign Money Judgments in Civil and Commercial</para>
    <para>Matters, Groningen 2004, p. 34-39, waarin deze bevoegdheidsgrond evenmin voorkomt. Van Lith, International Jurisdiction and Commercial Litigation, Rotterdam 2009, p. 417, noemt het 'forum celebrationis' wel maar merkt ook op dat deze grond voor rechtsmacht aan belang heeft ingeboet in de moderne tijd, waarin door moderne communicatiemiddelen minder eenduidig valt vast te stellen waar een overeenkomst is gesloten. Zij beschrijft voorts dat ook in commonlawlanden deze grond voor rechtsmacht slechts onder aanvullende omstandigheden wordt aanvaard. Haar conclusie is dat deze grond voor rechtsmacht 'outdated en coincidental' is (p. 418) en leidt tot rechtsonzekerheid.</para>
    <para />
    <para>3.4. Geconcludeerd wordt dat de Chinese rechter rechtsmacht heeft aangenomen op een niet internationaal aanvaarde grond. </para>
    <para />
    <para>3.5.	Dan ligt vervolgens de vraag voor of dat beslissend is om erkenning aan de uitspraak te onthouden. Haier heeft aangevoerd dat niet zozeer beslissend is op welke grond de Chinese rechter zich in feite bevoegd heeft geoordeeld, maar of de Chinese rechter op een internationaal aanvaarde grond bevoegd wis. Volgens Haier zou de Chinese rechter 66k bevoegd zijn geweest op de internationaal aanvaarde grond dat de verbintenis van [gedaagde] in China dient te worden nagekomen. De gestelde verbintenis van [gedaagde] strekt immers tot betaling van een geldsom, terwijl een dergelijke verbintenis, zo stelt Haier, naar het toepasselijke Engelse recht een brengschuld is en dus in China moet worden nagekomen. [gedaagde] heeft dat betwist, stellende dat uit de letter of guarantee helemaal geen verbintenis voortvloeit tot betaling aan Haier.</para>
    <para />
    <para>3.6.	Haier wordt in haar stelling niet gevolgd. Het uitgangspunt van artikel 43 1 Rv is dat - buiten wettelijke of verdragsrechtelijke grondslag - beslissingen van vreemde rechters hier niet ten uitvoer worden gelegd en dat de gedingen opnieuw bij de Nederlandse rechter worden beslist en afgedaan. De Hoge Raad heeft voor condemnatoire uitspraken aanvaard dat in dat kader met een marginale beoordeling van de vreemde uitspraak kan worden volstaan indien de partijen zich vrijwillig aan de rechtsmacht van de vreemde rechter	hebben onderworpen. In de lagere rechtspraak en in de literatuur is geoordeeld dat hetzelfde geldt indien sprake is van een internationaal algemeen aanvaarde grond voor rechtsmacht van de vreemde rechter. Dat gaat echter niet zo ver dat ook zouden moeten worden erkend beslissingen van vreemde rechters, die zich bevoegd hebben geoordeeld op een internationaal niet aanvaarde grond, alleen omdat een grond voor rechtsmacht denkbaar is die wel internationaal aanvaard is, terwijl die grond echter wordt betwist (mr. Bugter heeft onder meer ter comparitie aangevoerd dat een betaling bepaald niet onder alle omstandigheden naar Engels recht een brengschuld is; zie voorts de bovengeciteerde Chinese uitspraak in het incident: "the Defendants raised objections to the jurisdiction of this Court, and claimed that (. . .) the contract-in-dispute was neither signed nor performed in Qingdao (.. .)") en over de toepasselijkheid van die grond in China geen debat en geen daarop gerichte feitenvaststelling heeft plaatsgevonden. Dit strookt overigens ook, naar analogie, met de beslissingen van het Hof van Justitie van 15 juli 2010 en 9 november 2010 (NJ 201 1, 498 en 499).</para>
    <para />
    <para>3.7. De slotsom is dat niet is komen vast te staan dat de buitenlandse uitspraak is gegeven door een gerecht dat op een internationaal aanvaarde grond bevoegd was en dat de uitspraak zich reeds daarom niet leent voor erkenning in Nederland.</para>
    <para />
  </parablock>
  <mediaobject>
    <imageobject>
      <imagedata align="center" scale="100" fileref="f6e02c32-7b3c-41e0-9cd7-fb6c8d017a16" depth="3" width="526" format="image/png" />
    </imageobject>
  </mediaobject>
  <parablock>
    <para>3.8. Dat betekent dat op grond van de hoofdregel van artikel 43 1 lid 2 Rv het geding in beginsel opnieuw dient te worden behandeld en afgedaan. Dat doet vervolgens tevens de vraag rijzen naar de verhouding tussen de onderhavige procedure en de procedure in Italië, dit in verband met artikel 28 EEX-Verordening. Hierover zullen de partijen zich dienen uit te laten.</para>
    <para />
    <para>	3.9.	Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
    <para />
    <para>	<emphasis role="bold">3.	De beslissing</emphasis></para>
    <para />
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <para>3.1.	bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 november 2012 voor het nemen van een akte door Haier over hetgeen is vermeld onder 3.8., waarna de wederpartij op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,</para>
    <para />
    <para>	3.2.	houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op</para>
    <para>31 oktober 2012.</para>
  </parablock>
  <mediaobject>
    <imageobject>
      <imagedata align="center" scale="100" fileref="65b3bc45-eebd-4c14-bbcb-16a837125971" depth="120" width="563" format="image/png" />
    </imageobject>
  </mediaobject>
  <parablock>
    <para>O</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>