<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2011:BU3871</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T10:58:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BU3871</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">755959 CV Expl. 11-3748</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2011:BU3871">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2011:BU3871</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:07:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-11-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2011:BU3871 Rechtbank Arnhem , 07-10-2011 / 755959 CV Expl. 11-3748</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2011:BU3871:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzen incidentele vordering tot vrijwaring.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2011:BU3871:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <para />
    <para>RECHTBANK ARNHEM</para>
    <para />
    <para>burgerlijk recht, sector kanton</para>
    <para />
    <para>Locatie Nijmegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	755959 \ CV EXPL  11-3748 \ MB \ 377 BD</para>
      <para>uitspraak van	7 oktober 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>vonnis in het vrijwaringsincident en in de hoofdzaak</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verhuurder] </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eisende partij in de hoofdzaak</para>
      <para>verwerende partij in het incident</para>
      <para>gemachtigde mr. H.C.J. Oomen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[huurder] </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak</para>
      <para>eisende partij in het incident</para>
      <para>gemachtigde mr.ing. A. Klein</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen worden hierna [verhuurder] en [huurder] genoemd.</para>
    <para />
    <para>1. De procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	de dagvaarding van 19 mei 2011 met producties</para>
      <para>-	de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met een productie</para>
      <para>-	de conclusie van antwoord in het incident.</para>
      <para>2. De vordering in de hoofdzaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.	[verhuurder] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:</para>
      <para>1) de tussen [huurder] en [verhuurder] overeengekomen huurovereenkomst per datum van het te wijzen vonnis ontbindt onder de verplichting voor [huurder] als huurder het gehuurde voor die datum te hebben ontruimd, met afgifte van de sleutels aan [verhuurder].</para>
      <para>2) [huurder] veroordeelt om binnen twee dagen na het in deze te wijzen vonnis de overeengekomen huur te betalen vanaf 1 februari 2011 tot en met de datum van de beëindiging van de huurovereenkomst, te vermeerderen met de contractuele boete als genoemd in artikel 18.2 van de Algemene Bepalingen behorende bij de huurovereenkomst.</para>
      <para>3) [huurder] veroordeelt tot vergoeding van de schade zoals naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vast te stellen op een bedrag van € 83.725,00 als genoemd onder de punten 7 en 9 van de dagvaarding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2011.</para>
      <para>4) bepaalt dat [verhuurder] de bedragen genoemd onder 2 en 3 kan verrekenen met de waarborgsom van € 22.500,00 die [huurder] aan [verhuurder] krachtens de huurovereenkomst heeft betaald zoals gesteld in punt 10 van de dagvaarding.</para>
      <para>5) [huurder] veroordeelt in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.	[verhuurder] baseert zijn vordering, kort samengevat, op de volgende stellingen.</para>
      <para>Hij is op 1 oktober 2007 voor de duur van vijf jaren een huurovereenkomst aangegaan met [huurder] voor wat betreft een bedrijfsruimte aan [adres] tegen een huurprijs van € 70.000,00 per jaar. In januari 2011 heeft de politie een inval gedaan in het gehuurde waarbij een hennepkwekerij is aangetroffen met alle daarbij behorende criminele activiteiten. [huurder] heeft het gehuurde dan ook niet gebruikt voor de overeengekomen bestemming zoals omschreven in de huurovereenkomst en heeft derhalve niet voldaan aan de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. Verder heeft [huurder] zich niet als goed huurder gedragen in de zin van artikel 7:213 BW door het gehuurde te gebruiken voor het ontplooien van criminele activiteiten. Deze tekortkomingen rechtvaardigen de ontbinding van de huurovereenkomst. Voorts heeft het handelen van [huurder] ertoe geleid dat er schade aan het gehuurde is ontstaan, welke schade door hem dient te worden vergoed.</para>
      <para>Ook is [huurder] sinds 1 februari 2011 in gebreke met het betalen van de huurpenningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Het geschil in het incident en de beoordeling daarvan</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1.	[huurder] vordert toestemming om [persoon X] (hierna: [persoon X]) op te roepen in vrijwaring.</para>
      <para>Hij stelt ter onderbouwing dat hij het gehuurde, weliswaar zonder toestemming van </para>
      <para>[verhuurder], heeft onderverhuurd aan [persoon X] en dat [persoon X] degene is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep. Voor zover [huurder] is gehouden tot betaling van welk bedrag dan ook aan [verhuurder], heeft hij er belang bij dat hij door [persoon X] zal worden gevrijwaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	[verhuurder] betwist dat er een rechtsverhouding bestaat tussen [huurder] en [persoon X] die meebrengt dat [persoon X] verplicht is om de nadelige gevolgen van een vonnis tegen [huurder] te dragen. Daarom moet, volgens hem, de incidentele vordering worden afgewezen. Voorts heeft [verhuurder] aangevoerd dat het toewijzen van de incidentele vordering zal leiden tot onredelijke en onnodige vertraging van de hoofdzaak en dat ook om deze reden de incidentele vordering moet worden afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3.	De kantonrechter overweegt hierover als volgt.</para>
      <para>Voor vrijwaring is vereist dat [persoon X] krachtens zijn rechtsverhouding tot [huurder] verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van [huurder] in de hoofdzaak te dragen. </para>
      <para>Ingevolge artikel 210 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ligt het op de weg van [huurder] om te onderbouwen dat met [persoon X] een rechtsverhouding bestaat die voor [persoon X] een verplichting tot vrijwaring meebrengt. Dit heeft hij echter nagelaten. Immers, uit het door [huurder] overgelegde proces-verbaal blijkt niet dat er sprake is van van een huurovereenkomst, dan wel andere rechtsverhouding, tussen [huurder] en [persoon X]. Ook zijn er verder geen stukken overgelegd waaruit volgt dat er sprake is van een rechtsverhouding tussen [huurder] en [persoon X]. De enkele stelling dat sprake is van een onderhuurovereenkomst, die – zo kan uit de stellingen van [verhuurder] worden afgeleid – wordt betwist, is daartoe onvoldoende. De kantonrechter wijst de vordering dan ook af, omdat onvoldoende is gebleken dat [huurder] belang kan hebben bij de oproeping in vrijwaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.4.	[huurder] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [verhuurder] begroot op € 700,00 aan salaris voor de gemachtigde.</para>
    <para />
    <para>4. De beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <para>in het incident </para>
    <para />
    <para>4.1.	wijst de vordering af;</para>
    <para />
    <para>4.2.	veroordeelt [huurder] in de kosten van het incident, tot op heden aan de kant van [verhuurder] begroot op € 700,00;</para>
    <para />
    <para>in de hoofdzaak </para>
    <para />
    <para>4.3.	verwijst de zaak naar de rol van 4 november 2011 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [huurder];</para>
    <para />
    <para>4.4.	houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2011.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>