<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T12:47:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ1573</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">108220</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1573">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:00:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1573 Rechtbank Arnhem , 06-04-2011 / 108220</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1573:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inmiddels is in de hoofdzaak, nadat de zaak in hoger beroep is behandeld, duidelijk geworden dat de vorderingen van eisers in de hoofdzaak niet zullen worden toegewezen. Daaruit volgt dat de vordering in vrijwaring afgewezen dient te worden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1573:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Vonnis</para>
      <para>RECHTBANK ARNHEM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 108220 / HA ZA 03-2235</para>
    <para />
    <para>Vonnis in vrijwaring van 6 april 2011</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>REGIO OOST KEUKEN &amp; BAD B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Rijssen,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. J.W. Kobossen te Nijmegen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>INTERKEUKENGILDE B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Den Dolder, gemeente Zeist,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. J.M.W. Werker te Arnhem,</para>
      <para>2.	de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>HDB GROEP B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Den Dolder, gemeente Zeist,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. A.G.P. van der Baan te Almere,</para>
      <para>3.	[gedaagde],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,</para>
      <para>4.	de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>INTERNATIONAL FINANCIAL PROMOTIONS B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Eiseres zal hierna Regio Oost Keuken &amp; Bad worden genoemd en gedaagden zullen worden aangeduid als gedaagden sub 1, 2, 3 en 4 of Interkeukengilde c.s..</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	de dagvaarding</para>
      <para>-	de conclusies van antwoord van gedaagden sub 1, 2 en 3</para>
      <para>-	de verstekverlening tegen gedaagde sub 4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Vervolgens is vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De overwegingen</para>
      <para>2.1.	Inmiddels is in de hoofdzaak, nadat de zaak in hoger beroep is behandeld, duidelijk geworden dat de vorderingen van eisers in de hoofdzaak niet zullen worden toegewezen. Daaruit volgt dat de vordering in vrijwaring afgewezen dient te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.	Regio Oost Keuken &amp; Bad zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Interkeukengilde c.s. worden begroot</para>
      <para>voor gedaagde sub 1 op:</para>
      <para>- griffierecht		€	3.632,00</para>
      <para>- salaris advocaat		1.421,00 (1,0 punt × tarief € 1.421,00)</para>
      <para>totaal		€ 	5.053,00</para>
      <para> voor gedaagde sub 2 op: </para>
      <para>- griffierecht		€	3.632,00</para>
      <para>- salaris advocaat		1.421,00 (1,0 punt × tarief € 1.421,00)</para>
      <para>totaal		€          	5.053,00</para>
      <para>voor gedaagde sub 3 op:</para>
      <para>- griffierecht		€	3.632,00</para>
      <para>- salaris advocaat		1.421,00 (1,0 punt × tarief € 1.421,00)</para>
      <para>totaal		€ 	5.053,00</para>
      <para>en voor gedaagde sub 4 op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.1.	wijst de vorderingen af,</para>
    <para />
    <para>3.2.	veroordeelt Regio Oost Keuken &amp; Bad in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde sub 1 tot op heden begroot op € 5.053,00,</para>
    <para />
    <para>3.3.	veroordeelt Regio Oost Keuken &amp; Bad in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde sub 2 tot op heden begroot op € 5.053,00,</para>
    <para />
    <para>3.4.	veroordeelt Regio Oost Keuken &amp; Bad in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde sub 3 tot op heden begroot op € 5.053,00,</para>
    <para />
    <para>3.5.	veroordeelt Regio Oost Keuken &amp; Bad in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde sub 4 tot op heden begroot op nihil,</para>
    <para />
    <para>3.6.	verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen onder 3.2, 3.3 en 3.4 uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar, mr. O. Nijhuis en mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2011.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>