<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2010:BR4697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-26T14:44:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBARN:2010:2667</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BR4697</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/5111</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2010:BR4697">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2010:BR4697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:39:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2010:BR4697 Rechtbank Arnhem , 07-12-2010 / 09/5111</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2010:BR4697:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij rechtbank heeft in de uitspraak met registratienummer AWB 08/5815 het door verweerder verleende ontslag vernietigd. Als gevolg van deze vernietiging kan het besluit ten aanzien van de eindafrekening ten gevolge van het ontslag naar het oordeel van de rechtbank evenmin in stand blijven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2010:BR4697:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ARNHEM</para>
      <para>Sector bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>registratienummer: AWB 09/5111 </para>
    <para />
    <para>uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 7 december 2010.</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser], eiser,</para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar, verweerder.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Aanduiding bestreden besluit</para>
    <para />
    <para>Besluit van verweerder van 3 november 2009.</para>
    <para />
    <para>2. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 29 mei 2009 heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat aan hem een bedrag van [bedrag] bruto wordt overgemaakt voor de uitbetaling van verlofuren, etc. in verband met zijn ontslag, één en ander vermeerderd met [bedrag] netto aan wettelijke rente.</para>
    <para />
    <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder het gemaakte bezwaar ongegrond verklaard onder overneming van de overwegingen van de ‘Personele Kamer van de Adviescommissie voor de behandeling van bezwaarschriften’. Verweerder heeft hiermee het eerder genoemde besluit van 29 mei 2009 gehandhaafd.</para>
    <para />
    <para>Tegen het in rubriek 1 aangeduide besluit is beroep ingesteld. Naar de door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.</para>
    <para />
    <para>Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 31 augustus 2010. Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Kroeze voornoemd. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. L.S. van Loon, advocaat te ’s-Hertogenbosch, en [naam], (voormalig) juridisch adviseur bij verweerder. </para>
    <para />
    <para>3. Overwegingen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van zijn ontslag heeft eiser verweerder bij brief van 25 september 2008 verzocht om een eindafrekening op te stellen en tot uitbetaling over te gaan van nog openstaande posten. </para>
      <para>Bij het in rubriek 1 vermelde besluit van 29 mei 2009, welk besluit bij het bestreden besluit is gehandhaafd, heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat, op grond van artikel 6:2:3 van de Zevenaarse arbeidsvoorwaardenregeling (hierna: ZAR), een bedrag van [bedrag] bruto zal worden overgemaakt voor [aantal overuren] openstaande verlofuren, vermeerderd met een bedrag van [bedrag] netto aan wettelijke rente. Hierbij is verweerder er van uit gegaan dat eiser tijdens zijn ziekte alleen over een periode van zes maanden vakantie-uren heeft opgebouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Eiser kan zich met deze eindafrekening niet verenigen en stelt dat artikel 6:2:3, derde lid, van de ZAR door verweerder onjuist is toegepast waarbij eiser zich beroept de richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (hierna: de Richtlijn) en hij verwijst naar een uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 20 januari 2009, registratienummers C-350/06 en C-520/06. Eiser meent dat hij ook over de periode van 25/07/06 tot 13/02/08 verlof heeft opgebouwd, welke uren nog moeten worden uitbetaald.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    <para />
    <para>De door eiser verzochte eindafrekening is gebaseerd op een ontslag met ingang van 14 februari 2008. Bij uitspraak van heden (registratienummer AWB 08/5815) heeft de rechtbank het door verweerder verleende ontslag vernietigd. Als gevolg van deze vernietiging kan het besluit ten aanzien van de eindafrekening naar het oordeel van de rechtbank evenmin in stand blijven.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Voorts ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. </para>
    <para />
    <para>Nu niet gebleken is van door eiser gemaakte proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, acht de rechtbank geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. Daarbij overweegt de rechtbank dat de door eiser gemaakte reiskosten reeds zijn toegekend bij uitspraak van deze rechtbank van heden (registratienummer AWB 08/4143.</para>
    <para />
    <para>Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank, mede gelet op artikel 8:74 van de Awb, tot de volgende beslissing.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>herroept het besluit van 29 mei 2009;</para>
      <para>bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;</para>
      <para>bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,- aan hem vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Vermeulen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A.C. Modderman, griffier.</para>
    <para />
    <para>De griffier,	De rechter,</para>
    <para />
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 7 december 2010.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    <para />
    <para>Verzonden op: 7 december 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>