<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2010:BL8544</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T22:24:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL8544</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">189976</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2010:BL8544">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2010:BL8544</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:08:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2010:BL8544 Rechtbank Arnhem , 17-03-2010 / 189976</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2010:BL8544:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot betaling van facturen uit hoofde van een uitzendovereenkomst, waarvan het bestaan wordt betwist. Dit verweer wordt verworpen, evenals het niet onderbouwde verweer dat eiseres in verzuim verkeerde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2010:BL8544:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK ARNHEM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 189976 / HA ZA 09-1708</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 17 maart 2010</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht</para>
      <para>STRATEC BUSINESS CONTRACTS LTD,</para>
      <para>gevestigd te Epworth Doncaster, Verenigd Koninkrijk,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. R.A. van Weelderen te Deventer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>FOKKE BOUW B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Eemnes,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. R.B. van Heijningen te ’s-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna Stratec en Fokke Bouw genoemd worden.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	het tussenvonnis van 11 november 2009</para>
      <para>-	het proces-verbaal van comparitie van 15 januari 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De feiten</para>
      <para>2.1.	Stratec heeft aan Fokke Bouw acht facturen gestuurd. De facturen belopen in totaal een bedrag van EUR 18.620,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2.	Fokke Bouw heeft de facturen die Stratec haar heeft gestuurd niet betaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het geschil</para>
      <para>3.1.	Stratec vordert   samengevat - veroordeling van Fokke Bouw tot betaling van EUR 18.620,00, vermeerderd met rente en kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	Stratec baseert haar vordering op nakoming van de uitzendovereenkomst die partijen hebben gesloten.</para>
    <para />
    <para>3.3.	Fokke Bouw voert verweer. Zij stelt – samengevat – primair dat zij geen overeenkomst heeft gesloten met Stratec en subsidiair dat Stratec zelf in verzuim verkeerde nu de uitzendkrachten hun werk niet goed deden en het werk niet af hebben gemaakt, dat Fokke Bouw schade heeft geleden en dat het onredelijk en onbillijk is dat Stratec betaling vordert. </para>
    <para />
    <para>3.4.	Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beoordeling</para>
      <para>Rechtsmacht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.1.	Eiseres is gevestigd te Epworth Doncaster, welke plaats in het Verenigd Koninkrijk is gelegen. Zodoende heeft de rechtsverhouding tussen Stratec en Fokke Bouw een internationaal karakter.</para>
    <para />
    <para>4.2.	Artikel 2 lid 1 van de Europese Verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Verordening) bepaalt dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat opgeroepen worden voor de gerechten van die lidstaat. Vennootschappen hebben voor de toepassing van de Verordening hun woonplaats op de plaats van hun hoofdvestiging (artikel 60 EEX-Verordening). Fokke Bouw is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die is gevestigd in Nederland, zodat de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft.</para>
    <para />
    <para>Toepasselijk recht</para>
    <para />
    <para>4.3.	De tweede vraag is welk recht van toepassing is op de rechtverhouding tussen partijen. Stratec baseert haar vordering op een uitzendovereenkomst die zij heeft gesloten met Fokke Bouw. De algemene voorwaarden die, zoals blijkt uit de overeenkomst die Stratec in deze procedure heeft overgelegd, op die overeenkomst van toepassing zijn, verwijzen naar een bepaling van het Nederlands Burgerlijk Wetboek. Door deze bepaling in de overeenkomst op te nemen hebben partijen kennelijk een keuze gemaakt voor de toepassing van Nederlands recht, zodat als gevolg van artikel 3 lid 1 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO) de overeenkomst wordt beheerst door Nederlands recht. Nederlands recht zal daarom bij de beoordeling van de rechtsverhouding tussen partijen worden toegepast.</para>
    <para />
    <para>Uitzendovereenkomst</para>
    <para />
    <para>4.4.	Stratec heeft ter onderbouwing van haar stelling dat zij een overeenkomst heeft gesloten met Fokke Bouw ter comparitie twee uitzendovereenkomsten en ondertekende urenstaten overgelegd. In de uitzendovereenkomsten en de urenstaten worden de namen van vier arbeidskrachten genoemd. Voorts heeft zij een schriftelijke verklaring van [getuige] in het geding gebracht, waarin deze verklaart dat hij en de andere arbeidskrachten die in de overeenkomsten staan genoemd voor Fokke Bouw hebben gewerkt en dat de urenstaten door een medewerker van Fokke Bouw werden ondertekend. Fokke Bouw is ter comparitie niet verschenen en heeft de aldus gemotiveerde stelling van Stratec niet (gemotiveerd) betwist. Als vaststaand kan daarom worden aangenomen dat partijen een overeenkomst hebben gesloten. Uit hoofde daarvan is Fokke Bouw gehouden tot betaling van een vergoeding voor de verrichte werkzaamheden. </para>
    <para />
    <para>Verzuim</para>
    <para />
    <para>4.5.	Subsidiair heeft Fokke Bouw nog aangevoerd dat Stratec in verzuim verkeerde. Voor zover Fokke Bouw heeft bedoeld te stellen dat hij daarom gerechtigd was zijn verplichting tot nakoming op te schorten tot dat de schade is vergoed, heeft te gelden dat niet is gesteld en niet is gebleken dat hij mededeling heeft gedaan dat en op welke grond hij opschort, waardoor hem geen opschortingsrecht toekomt. Voor het overige heeft te gelden dat Stratec gemotiveerd heeft gesteld dat Fokke Bouw niet heeft geklaagd over de uitzendkrachten die Stratec haar heeft geleverd. Het had vervolgens op de weg van Fokke Bouw gelegen om nader te onderbouwen en te bewijzen aan te bieden dat zij wel heeft geklaagd. Zij heeft dat echter nagelaten, zodat als vaststaand kan worden aangenomen dat Fokke Bouw niet heeft geklaagd. Dat brengt mee dat zij geen beroep kan doen op een mogelijk gebrek in de prestatie van Stratec. Het subsidiaire verweer van Stratec zal ook daarom worden verworpen. De vordering in de hoofdsom kan worden toegewezen nu de omvang van de facturen niet is betwist.</para>
    <para />
    <para>Rente en kosten</para>
    <para />
    <para>4.6.	Stratec vordert naast de hoofdsom tevens wettelijke rente. Fokke Bouw heeft de verschuldigdheid daarvan niet betwist, zodat dit deel van de vordering kan worden toegewezen.</para>
    <para />
    <para>4.7.	Stratec heeft gesteld buitengerechtelijke kosten gemaakt te hebben en heeft vergoeding daarvan gevorderd. Voldaan dient te worden aan het vereiste dat alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. In dit geval is niet gebleken dat niet aan dit vereiste is voldaan, zodat de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden toegewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.8.	Fokke Bouw zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stratec worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	EUR 	72,25</para>
      <para>- vast recht		460,00</para>
      <para>- salaris advocaat		1.158,00 (2,0 punten × tarief EUR 579,00)</para>
      <para>Totaal	EUR 	1.690,25</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>5.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.1.	veroordeelt  Fokke Bouw om aan Stratec te betalen een bedrag van EUR 20.798,42 (twintigduizendzevenhonderdachtennegentig euro en tweeënveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over het nog niet betaalde deel van het bedrag van EUR 18.620,00 vanaf 30 juli 2009 tot de dag van volledige betaling,</para>
    <para />
    <para>5.2.	veroordeelt Fokke Bouw in de proceskosten, aan de zijde van Stratec tot op heden begroot op EUR 1.690,25,</para>
    <para />
    <para>5.3.	verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2010.</para>
    <para>		</para>
    <para>		</para>
    <para>		</para>
    <para />
    <para>Coll.: GL</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>