<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2009:BK9646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:46:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK9646</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/642</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2009:BK9646">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2009:BK9646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:46:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2009:BK9646 Rechtbank Arnhem , 28-12-2009 / 09/642</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2009:BK9646:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing dwangakkoord, advocaat geen onafhankelijke partij, geen onredelijke weigering schuldeisers.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2009:BK9646:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ARNHEM</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: 09/642  </para>
      <para>uitspraakdatum: 28 december 2009</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verzoek gedwongen schuldregeling artikel 287a Faillissementswet</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van: [schulde[schuldenaar], </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>nader te noemen [schuldenaar].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.	De procedure </para>
    <para />
    <para>1.1	Op 18 juni 2009 heeft [schuldenaar] een verzoek ingediend tot het bevelen van haar schuldeisers Tempo Team Professionals via TM Incasso, Vodafone via M.G. de Jong, Laser via AGC Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso en OWM Centrale Zorgverzekeraars via Flanderijn en Van Eck (als ook de schuldeisers die niet hebben gereageerd) om alsnog mee te werken aan een eerder, in mei 2009, aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet. Hiernaast heeft [schuldenaar] een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft per brief van 18 juni 2009 en 10 september 2009 verzocht om aanvullende informatie. In afwachting van de aanvullende informatie is het verzoek</para>
      <para>pro forma aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Op 11 december 20009 hebben Vodafone en Comfort Card alsnog ingestemd met het aangeboden akkoord tegen finale kwijting.</para>
    <para />
    <para>1.2	[schuldenaar] is door de rechtbank gehoord ter terechtzitting van 21 december 2009. Ondanks behoorlijke oproeping om ter zitting te worden gehoord zijn Tempo Team Professionals, Laser en OWM Centrale Zorgverzekeraars  niet ter terechtzitting van 21 december 2009 verschenen. Laser heeft per fax van 21 december 2009 wel inhoudelijk gereageerd. De in het verzoekschrift genoemde schuldeisers -die niet hebben gereageerd -zijn per abuis niet opgeroepen. Op die zitting is tevens gehoord de advocaat van [schuldenaar], mr. [advocaat].</para>
    <para />
    <para>2.	De feiten   </para>
    <para />
    <para>2.1	Het verzoek betreft het opleggen van een schuldregeling aan Tempo Team Professionals, Laser en OWM Centrale Zorgverzekeraars (en andere schuldeisers) inhoudende een betaling van circa 8% van de openstaande vordering tegen finale kwijting. Het betreft een prognose aanbod. Mr. [advocaat] zal € 50,- per maand inhouden in verband met de te maken kosten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2	Tempo Team Professionals, Laser en OWM Centrale Zorgverzekeraars hebben geweigerd in te stemmen met deze schuldregeling. Laser heeft onder meer als argument voor haar weigering mee te werken aan een buitenrechtelijk akkoord aangevoerd dat uit het verzoekschrift volgt dat vier schuldeisers niet akkoord zijn gegaan met het aangeboden akkoord. Uit de bij het verzoekschrift gevoegde crediteurenlijst blijkt volgens Laser echter dat 11 schuldeisers niet akkoord zijn gegaan daarbij staat bij 3 schuldeisers helemaal niets vermeld. Laser gaat er dan ook vanuit dat deze schuldeisers ook niet akkoord zijn gegaan met het aangeboden akkoord. Dit zou betekenen dat 90,14% van de schuldeisers niet akkoord is. Voorts heeft Laser aangevoerd dat nu [schuldenaar] de reguliere schuldhulpverlening via de gemeente niet heeft ingeschakeld de kosten voor het inschakelen van een advocaat bovenop de kosten komen die al gemaakt moeten worden voor het schuldhulpverleningstraject. </para>
      <para>Ten slotte heeft Laser aangevoerd dat in een wettelijke regeling er meer waarborgen zijn dat het maximale wordt gereserveerd ten behoeve van de schuldeisers. Daarbij blijkt uit een loonstrook van [schuldenaar] dat zij slechts 32 uur per week werkt. Volgens Laser is het op voorhand niet onaannemelijk dat de afloscapaciteit van [schuldenaar] gedurende de looptijd van</para>
      <para>een wettelijke schuldsaneringsregeling zal stijgen. Laser is dan ook  van mening dat het bedrag dat kan worden gespaard in het minnelijk traject  lager is dan het bedrag dat gedurende 36 maanden in de wettelijke schuldsaneringsregeling kan worden gespaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3	De totale schuldenlast van [schuldenaar] bedraagt € 87.018,90. 6 van de 19 schuldeisers zijn akkoord gegaan met het aangeboden akkoord. De vorderingen van de schuldeisers die akkoord zijn gegaan met het aangeboden akkoord bedragen 16% van de totale schuldenlast van [schuldenaar]. Dit betekent dat 69% van de schuldeisers met vorderingen van in totaal 84%</para>
      <para>van de totale schuldenlast niet akkoord zijn met het aangeboden akkoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De beoordeling van het verzoek</para>
    <para />
    <para>3.1 	Het verzoek tot oplegging van genoemde schuldregeling aan Tempo Team Professionals, Laser en OWM Centrale Zorgverzekeraars (en de overige, niet instemmende schuldeisers) dient te worden toegewezen indien zij in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of van de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad (artikel 287a Fw.). Blijkens de wetsgeschiedenis (MvT Kamerstukken II 2004/05, 29942, nr. 3 p. 18) bij de totstandkoming van artikel 287a Fw. kan een groot aantal toetsingscriteria van belang zijn bij de beantwoording van deze vraag. Als toetsingscriteria noemt de wetsgeschiedenis bij de totstandkoming van artikel 287a Fw. onder meer de vraag of het voorstel goed en duidelijk is gedocumenteerd en is getoetst door een onafhankelijke partij, of een faillissement of schuldsaneringsregeling enig uitzicht biedt voor de schuldeisers, de grootte van het aandeel van de schuldeiser in de totale schuldenlast en de vraag of de betreffende schuldeiser de enige is, die weigert in te stemmen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2	Allereerst is de vraag of het voorstel is getoetst door een onafhankelijke partij.</para>
      <para>De schuldregeling is door de advocaat van [schuldenaar], mr. [advocaat] voorbereid en getoetst. De gemeentelijke kredietbank is niet bij de totstandkoming van het verzoek betrokken geweest. De rechtbank is van oordeel dat een advocaat in de eerste plaats de belangen van zijn cliënt behartigt. Gezien de aard van zijn positie, kan een advocaat daarom in verzoeken als deze niet als onafhankelijke partij worden beschouwd. </para>
      <para>De rechtbank verwijst naar het arrest van het Gerechtsof ’s Gravenhage van 27 oktober 2009, LJN BK1432. Nu het verzoek niet is uitgevoerd door een onafhankelijke en deskundige partij dient het verzoek te worden afgewezen. Om die reden is het niet nodig de overige niet- instemmende schuldeisers alsnog op te roepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3	De rechtbank overweegt ten overvloede dat niet voldoende vast staat dat de uitvoering van het aanbod leidt tot een uitbetaling aan de schuldeisers die als uiterste moet worden beschouwd waartoe [schuldenaar] in staat is indien dit wordt afgezet tegen hetgeen in een wettelijke schuldsaneringsregeling geldt. De schuldenaar werkt slechts 32 uur per week en heeft derhalve in de wettelijke schuldsaneringsregeling een aanvullende sollicitatieplicht.</para>
      <para>De controle op de naleving van de sollicitatieplicht gedurende de schuldsaneringsregeling is streng. Een schuldenaar zal de bewindvoerder iedere maand vier schriftelijke bewijzen van sollicitatieactiviteiten moeten overleggen. De schuldenaar dient te solliciteren op diverse fulltime banen. De bewindvoerder beoordeelt de naleving van de sollicitatieplicht onder toezicht van de rechter-commissaris. Deze controle kan mr. [advocaat] niet – zeker niet als de advocaat van [schuldenaar] - garanderen. Bovendien biedt de wettelijke regeling meer zekerheden door het huisbezoek, het onderzoek naar activa en de postblokkade. </para>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet voldoende vast staat dat de uitvoering van het aanbod leidt tot een uitbetaling aan de schuldeisers die als uiterste moet worden beschouwd waartoe [schuldenaar] in staat is indien dit wordt afgezet tegen hetgeen in een wettelijke schuldsaneringsregeling geldt. Ten slotte is van belang dat slechts 6 van de 19 schuldeisers akkoord zijn gegaan met het aangeboden akkoord. De vorderingen van de schuldeisers die akkoord zijn gegaan met het aangeboden akkoord bedragen maar 16%</para>
      <para>van de totale schuldenlast van [schuldenaar]. Tegen de achtergrond van genoemde feiten en omstandigheden kan niet geoordeeld worden dat Tempo Team Professionals, Laser en OWM Centrale Zorgverzekeraars in redelijkheid niet tot weigering van instemming konden komen. </para>
      <para>Het verzoek om Tempo Team Professionals, Laser en OWM Centrale Zorgverzekeraars te bevelen in te stemmen met de schuldregeling zal derhalve worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>-	wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Engberts en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 december 2009.</para>
    <para>		</para>
    <para>		</para>
    <para>		</para>
    <para>   </para>
    <para>de griffier							de rechter</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>