<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2009:3629</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-19T09:53:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 09/3086 (hoofdzaak) en AWB 09/3087 (voorlopige voorziening)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2009:3629">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2009:3629</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-19T09:33:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2009:3629 Rechtbank Arnhem , 06-10-2009 / AWB 09/3086 (hoofdzaak) en AWB 09/3087 (voorlopige voorziening)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2009:3629:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Lichte bouwvergunning. Artikel 19 derde lid Wet op de Ruimtelijke Ordening. Ongegrond. Antennedrager.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2009:3629:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="386132ec-b867-4535-b0f8-cfbee38566f8" depth="2" width="530" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <emphasis role="bold">uitspraak</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ARNHEM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>registratienummers: AWB 09/3086 (hoofdzaak) en AWB 09/3087 (voorlopige voorziening)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter ingevolge artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 6 oktober 2009 in bet geding tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] , </emphasis>verzoeker, wonende te [plaats 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ubbergen, </emphasis>verweerder, alsmede</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [vergunninghoudster] B.V., </emphasis>partij ex artikel 8:26 v.an de Awb (hierna: vergunninghoudster),</para>
      <para>te [plaats 2].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Aanduiding bestreden besluit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Besluit van verweerder van 24 juni 2009.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 29 oktober 2008 heeft verweerder vrijstelling ex artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO(oud)) en lichte bouwvergunning verleend aan vergunninghoudster voor het vernieuwen van een antennedrager voor mobiele communicatie op het perceel [locatie] te [plaats 1].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het in rubriek 1 genoemde besluit heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar van verzoeker gedeeltelijk gegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertegen heeft verzoeker bij brief van 30 juli 2009 beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij brief van gelijke datum heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende schorsing van het bestreden besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is behandeld ter zitting van</para>
      <para>1 oktober 2009. Verzoeker is aldaar in persoon verschenen. Verweerder heeft zich aldaar doen vertegenwoordigen door [persoon A]. Namens vergunningshoudster is verschenen</para>
      <para>
        [persoon B].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan we!, voorafgaande aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening</para>
      <para>treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 8:86, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter indien het verzoek, bedoeld in artikel 8:81 van de Awb, wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, tevens onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
      <para>In dit geding moet worden beoordeeld of het bestreden besluit de rechterlijke toetsing kan doorstaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft de procedurele fouten die verzoeker aan de orde heeft gesteld, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het hier geen kwesties van openbare orde betreft die zouden kunnen leiden tot vernietiging van het besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot verzoekers vrees voor gezondheidseffecten, verwijst de voorzieningenrechter naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling; o.a. uitspraak van 8 april 2009, LJN: B10447), waarin is bepaald dat de voorhanden zijnde onderzoeken thans geen aanleiding geven de plaatsing van antenne- en UMTS-masten bij woonbebouwing te voorkomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het onderzoek naar alternatieve locaties overweegt de voorzieningenrechter als volgt.</para>
      <para>Verweerder heeft in de bezwaarschriftprocedure op advies van de Commissie Bezwaarschriften alsnog een onderzoek laten uitvoeren naar alternatieve locaties. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat er binnen de zoekcirkel geen stedenbouwkundig aanvaardbare locaties zoals sportvelden en industrieterreinen zijn en dat geen van de drie onderzochte locaties uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar te noemen is. Wanneer op de huidige locatie niet al een mast zou staan, zou deze locatie niet de voorkeur genieten. Hoewel de huidige locatie ten opzichte van de twee alternatieve locaties vanuit stedenbouwkundig oogpunt als minder aanvaardbaar wordt bestempeld, kan volgens het onderzoeksrapport niet gesteld worden dat de impact van plaatsing van de verhoogde mast op een van de alternatieve locaties substantieel minder is dan de impact die verhoging van de mast op de huidige locatie teweeg zou brengen.</para>
      <para>Verweerder heeft de resultaten van het onderzoek overgenomen en op grond daarvan het bestreden besluit in stand gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het aantal locaties in het onderzoek is beperkt door de door [vergunninghoudster] opgegeven zoekcirkel. Deze beperking is naar het oordeel van de voorzieningenrechter aanvaardbaar, nu er alleen binnen die zoekcirkel sprake kan zijn van een gelijkwaardig alternatief voor [vergunninghoudster]. Er is de</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>voorzieningenrechter ook overigens niet gebleken van gebreken aan het onderzoek. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerder de resultaten van het onderzoek, zoals neergelegd in het onderzoeksrapport, niet aan zijn besluit ten grondslag had mogen leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt voorts dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat het bestuursorgaan eerst en vooral heeft te beslissen omtrent het bouwplan zoals dat bij hem is ingediend. lndien dit bouwplan op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat voor verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Dergelijke alternatieven zijn er, gelet op het onderzoeksrapport, kennelijk niet. De door verzoeker verwachte aantasting van zijn woongenot door de nieuwe, hogere antennemast wordt door verweerder niet ontkend, maar wordt, mede gelet op het feit dat er op de betreffende locatie reeds een antennemast staat, aanvaardbaar geacht. Er is de voorzieningenrechter daarbij niet gebleken van een onjuiste of onvolledige belangenafweging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bovenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel, dat de stellingen van verzoeker tegen het bestreden besluit geen doe! treffen.</para>
      <para>Het beroep dient mitsdien ongegrond te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig over te gaan tot een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van bet verzoek om voorlopige voorziening</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gegeven de hierna weer te geven beslissing in de hoofdzaak, bestaat er in dit geval geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mitsdien wordt beslist als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing</para>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
      <para>Ten aanzien van de hoofdzaak:</para>
      <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
      <para>Ten aanzien van bet verzoek om voorlopige voorziening:</para>
      <para>wijst het verzoek af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. W.F. Bijloo, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.A. Murray, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2009.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6: 13 van de Awb, binnen zes weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's Gravenhage.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Hoger beroep staat </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">niet </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">open voor zover is beslist op het verzoek om voorlopige voorziening.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>