<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2007:BB2796</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T14:17:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BB2796</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-08-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">472913 CV Expl. 06-7341</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2007:BB2796">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2007:BB2796</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T01:49:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2007:BB2796 Rechtbank Arnhem , 31-08-2007 / 472913 CV Expl. 06-7341</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2007:BB2796:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betekening aan Engelse limited. Degene die alles regelt in Nederland aansprakelijk op grond van de artt. 3:70 en 6:162 BW?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2007:BB2796:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>Vonnis</para>
    <para />
    <para />
    <para>RECHTBANK ARNHEM</para>
    <para />
    <para>Sector kanton</para>
    <para />
    <para>Locatie Nijmegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	472913 \ CV EXPL  06-7341 \ 199 jt</para>
      <para>uitspraak van	31 augustus 2007</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vonnis</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eisende partij] </para>
      <para>wonende te Utrecht</para>
      <para>gemachtigde BrantjesGroenVeerman Advocaten                      </para>
      <para>eisende partij</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht [gedaagde sub 1] </para>
      <para>gevestigd te Seaham Grange, Engeland </para>
      <para>niet verschenen</para>
      <para>2. </para>
      <para>[gedaagde sub 2]  </para>
      <para>wonende te Druten</para>
      <para>procederend in persoon                  </para>
      <para>gedaagde partijen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eisende partij], [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd.</para>
      <para>De procedure</para>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit</para>
      <para>-	de dagvaardingen van 11 en 12 oktober 2006 met producties</para>
      <para>-	de conclusie van antwoord met producties</para>
      <para>-	de conclusie van repliek met een productie</para>
      <para>-	de conclusie van dupliek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>In de zaak tegen [gedaagde sub 1]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ambtshalve</para>
      <para>1. De artt. 18 en 19 EEX-verordening kennen een exclusieve bevoegheidsregeling voor een zaak als deze. Nu onweersproken is gesteld dat [eisende partij] laatstelijk in Vianen heeft gewerkt, is de kantonrechter, gelet op de artt. 19 sub 2a EEX-verordening juncto 107 Rv, bevoegd van deze vordering kennis te nemen. </para>
      <para>De dagvaarding zal echter nietig worden verklaard, in aanmerking genomen art. 19 lid 1 Betekeningsverordening. Uit het als productie bij repliek overgelegde certificate of service or non-service of documents blijkt immers dat de dagvaarding niet was served in accordance with the law of the Meber State addressed of anderszins in persoon of aan de woonplaats van [gedaagde sub 1] was afgegeven. De situatie van art. 7 Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening doet zich hier niet voor. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>In de zaak tegen [gedaagde sub 2]</para>
    <para />
    <para>2. [eisende partij] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeeld om aan hem te betalen € 1.836,- netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 800,- vermeerderd met de wettelijke rente, alsmede hem veroordeeld in de proceskosten.  </para>
    <para />
    <para>3. [eisende partij] heeft een contract of services gesloten met [gedaagde sub 1], dat als arbeidsovereenkomst moet worden gekwalificeerd. Hij heeft, ondanks herhaalde aanmaning, niet betaald gekregen voor de werkzaamheden ten behoeve van [gedaagde sub 1] verricht in de weken 43 en 44 van 2005 voor [naam bedrijf X] te Vianen. Hij heeft toen in totaal 102 uren gewerkt tegen een netto-uurtarief van € 18,-, zodat zijn vordering € 1.836,- netto bedraagt. [gedaagde sub 2] blijkt te fungeren als een soort tussenpersoon voor [gedaagde sub 1] in Nederland. De vordering jegens [gedaagde sub 2] is gebaseerd op de stelling dat [gedaagde sub 2] als gevolmachtigde van [gedaagde sub 1] is opgetreden en op grond van art. 3:70 BW aansprakelijk is jegens [eisende partij], omdat de volmacht blijkt te ontbreken. Daarnaast heeft [gedaagde sub 2] zich jegens [eisende partij] onrechtmatig gedragen door de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid te wekken, althans betalingen die door de feitelijke werkgever van [eisende partij], [naam bedrijf X] te Vianen, zijn gedaan voor de door hem verrichte werkzaamheden te blokkeren terwijl hij wel bevoegd is over de bankrekening van [gedaagde sub 1] te beschikken. </para>
    <para />
    <para>4. [gedaagde sub 2] voert gemotiveerd verweer.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beoordeling</para>
      <para>5. Ingevolge art. 11 Verdrag betreffende het toepasselijk recht op vertegenwoordiging is Nederlands recht op de vordering voor zover gebaseerd op het door [gedaagde sub 2] moeten instaan voor de omvang van zijn volmacht van toepassing. Voor zover de vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad is op grond van art. 3 lid 1 Wet conflictenrecht onrechtmatige daad eveneens Nederlands recht van toepassing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Uit art. 3:70 BW vloeit voort dat de pseudo-gevolmachtigde aan de derde de door het ontbreken van een toereikende volmacht ontstane schade dient te vergoeden. De stellingen van [eisende partij] zien echter niet op een dergelijke situatie. [eisende partij] stelt namelijk: “Alles wijst er op dat de heer [gedaagde sub 2] (…) zich verschuilt achter een Engelse limited, althans feitelijk de touwtjes in handen heeft. … De heer [gedaagde sub 2] profiteert waarschijnlijk van de betalingen die voor de werkzaamheden van [eisende partij] zijn gedaan door [naam bedrijf X].” [eisende partij] stelt dus niet dat [gedaagde sub 2] ten onrechte zich heeft voorgedaan als vertegenwoordiger van [gedaagde sub 1] toen hij de arbeidsovereenkomst met [gedaagde sub 1] sloot, waardoor [gedaagde sub 1] niet gebonden is aan de arbeidsovereenkomst. De schade wegens non-betaling van het loon over de weken 43 en 44 van 2005 door [gedaagde sub 1] kan dan ook niet door [eisende partij] worden verhaald op [gedaagde sub 2] als zijnde pseudo-gevolmachtigde van [gedaagde sub 1] op grond van art. 3:70 BW of onrechtmatige daad, reeds omdat de arbeidsovereenkomst tussen [gedaagde sub 1] en [eisende partij] en de daaruit voortvloeiende loonbetalingsverplichting van [gedaagde sub 1] niet door [eisende partij] worden betwist. </para>
    <para />
    <para>7. Ook de stelling dat [gedaagde sub 2] de betalingen van [naam bedrijf X] voor de door [eisende partij] verrichte werkzaamheden blokkeert, terwijl hij wel de beschikking heeft over de bankrekening van [gedaagde sub 1] waarop die betalingen zijn gedaan heeft, kan de vordering niet schragen. Immers, niet gesteld is dat [gedaagde sub 2] bevoegd is om loonbetalingen vanaf die rekening te doen en dat hij willens en wetens niet tot de onderhavige loonbetalingen aan [eisende partij] is overgegaan, terwijl het saldo van die rekening dat toeliet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. De slotsom is dat de vordering zal worden afgewezen. [eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld.    </para>
      <para>De beslissing</para>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>in de zaak jegens [gedaagde sub 1]</para>
    <para />
    <para>verklaart de dagvaarding nietig,</para>
    <para />
    <para>in de zaak jegens [gedaagde sub 2]</para>
    <para />
    <para>wijst de vordering af,</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [eisende partij] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [gedaagde sub 2] begroot op nihil aan salaris gemachtigde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2007.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>