<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2006:AV0473</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:40:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AV0473</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">134817</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045">Burgerlijk Wetboek Boek 2</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=19">Burgerlijk Wetboek Boek 2 19</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=23c">Burgerlijk Wetboek Boek 2 23c</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=248">Burgerlijk Wetboek Boek 2 248</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0008290">Financiële-verhoudingswet</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0008290&amp;artikel=1">Financiële-verhoudingswet 1</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2006, 238</rdf:li>
          <rdf:li>JRV 2006, 253</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2006/111</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2006/120</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2006:AV0473">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2006:AV0473</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T23:05:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2006:AV0473 Rechtbank Arnhem , 11-01-2006 / 134817</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2006:AV0473:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Faillissement van eerder opgeheven en volgens bestuurder(s) ontbonden vennootschap. Summierlijk gebleken van bate(n).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2006:AV0473:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Rechtbank Arnhem</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer:		134817</para>
      <para>Insolventienummer:	06/14 F / es</para>
      <para>Datum vonnis:		11 januari 2006</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vonnis </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>BEHEERMAATSCHAPPIJ ‘[verzoekster]’ N.V.,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>procureur mr. W.J.G.M. van den Broek,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tot faillietverklaring van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>[verweerder] B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Arnhem,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>verschenen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De gang van zaken</para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift strekkende tot faillietverklaring van [verweerder] B.V. Het verzoek is ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beheermaatschappij ‘[verzoekster]’ N.V., statutair gevestigd te [adres] (nader te noemen: verzoekster). Het verzoek is ter zitting van 4 januari 2006 behandeld. Namens verzoekster is verschenen mr. M.S.W. Begheijn. Namens [verweerder] B.V. is verschenen [verweerder]. De uitspraak is op heden bepaald.</para>
    <para />
    <para>De beoordeling</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit geval doet zich de bijzondere omstandigheid voor dat verzoekster op 15 augustus 2005 door een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders (art. 2: 19 lid 1 B.W.) is ontbonden en dat het bestuur opgaaf heeft gedaan aan het handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Centraal Gelderland dat er op het tijdstip van ontbinding geen baten meer (zouden) zijn en dat de verzoekster is opgehouden te bestaan (art. 2: 19 lid 4 B.W.).</para>
      <para>Door de voormalig (mede-)aandeelhouder en medebestuurder van [verweerder] B.V. is er ter zitting op gewezen dat [verweerder] B.V. is opgehouden te bestaan. Het is echter vaste jurisprudentie dat het oordeel van het bestuur van een ontbonden rechtspersoon geen baten meer heeft en is opgehouden te bestaan, vatbaar is voor toetsing door de rechter indien een schuldeiser, stellende dat de rechtspersoon nog baten heeft, het faillissement aanvraagt. De rechter dient dan niet alleen te beoordelen of aan de vereisten voor faillietverklaring is voldaan, maar moet ook de vraag beantwoorden of summierlijk is gebleken dat er nog baten zijn. Is aan bedoelde voorwaarden voldaan en wordt deze vraag bevestigend beantwoord, dan moet het faillissement worden uitgesproken en moet de rechtspersoon geacht worden ter afwikkeling van het faillissement te zijn blijven bestaan (HR 27 januari 1995 NJ 1995, 579). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit geval staat vast dat verzoekster een vordering heeft op [verweerder] B.V. en dat [verweerder] B.V. in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Aan de (“normale”) vereisten voor faillietverklaring is dus voldaan.</para>
      <para>De rechtbank is verder van oordeel dat summierlijk is gebleken dat er nog baten zijn. Namens verzoekster is ter zitting – onweersproken – gesteld dat de jaarrekening over 2002 niet tijdig openbaar zijn gemaakt (zijn gedeponeerd) zodat op grond van art. 2: 248 Fw. niet alleen geldt dat sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur maar ook dat – behoudens tegenbewijs – moet worden aangenomen dat dit kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Op grond hiervan zijn de bestuurders jegens de boedel – de gezamenlijke crediteuren – hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort. Daarnaast is aangevoerd dat er - ook buiten de te late deponering van de jaarrekening - anderszins aanwijzingen zijn voor onbehoorlijk bestuur. Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat summierlijk is gebleken dat er nog baten zijn, zijnde in dit geval een mogelijke vordering jegens de (voormalige) bestuurders van [verweerder] B.V. op grond van art. 2: 248 B.W.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De slotsom is dat het faillissement van [verweerder] B.V. moet worden uitgesproken.</para>
    <para />
    <para>De beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>verklaart </para>
    <para />
    <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verweerder] B.V., statutair gevestigd te [adres], ingeschreven bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland onder nummer 09120702,</para>
    <para />
    <para>in staat van faillissement;</para>
    <para />
    <para>benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank mr. B.J. Engberts;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt aan tot curator mr. S.V. Hardonk</para>
      <para>Postbus 560</para>
      <para>6800 AN  Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>geeft last aan de curator tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Engberts en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van W.H. van Alst als griffier op 11 januari 2006.</para>
    <para />
    <para>de griffier	de rechter</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>