<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBARN:2005:AT5595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T14:33:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AT5595</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">118890</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2005:AT5595">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBARN:2005:AT5595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:18:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBARN:2005:AT5595 Rechtbank Arnhem , 06-04-2005 / 118890</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBARN:2005:AT5595:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De vordering betreft het vervoer over de weg van Spijkenisse naar Pristina, Kosovo. Op grond van art. 1 lid 1 CMR zijn de bepalingen van dit verdrag op de vervoerovereenkomst van toepassing. De rechtbank is op grond van art. 31 lid 1 sub a CMR bevoegd van het geschil kennis te nemen, omdat gedaagde partij in het arrondissement is gevestigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBARN:2005:AT5595:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Rechtbank Arnhem 	</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rolnummer:	118890 / HA ZA 04-1883</para>
      <para>Datum vonnis:		6 april 2005</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Vonnis </para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser],</para>
      <para>voorheen handelende onder de naam Dosfrigos Transport en Expeditie,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>procureur mr. H. van Ravenhorst,</para>
      <para>advocaat mr. H.M.J. Simonis te Breda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	de vennootschap onder firma</para>
      <para>[gedaagde] V.O.F.,</para>
      <para>gevestigd te Elst, gemeente Overbetuwe,</para>
      <para>2.	[gedaagde],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>3.	[gedaagde 3],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>procureur mr. W.H.B.M. Litjens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para> 	Het verloop van de procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> 	Dit verloop blijkt uit: </para>
      <para>- het tussenvonnis van 8 december 2004</para>
      <para>- het proces-verbaal van comparitie van 23 februari 2005. [eiser] is niet ter comparitie verschenen. De advocaat van [eiser] heeft de rechtbank bericht dat hij niet meer weet waar [eiser] woont en dat hij geen contact meer met hem heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> 	Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <para />
    <para> 	De feiten</para>
    <para />
    <para> 	Deze zaak gaat over het vervoer van onder meer wodka en sigaretten naar het hoofdkwartier van Unmik in Kosovo. Voor dit vervoer is op 30 november 2001 een CMR-vrachtbrief (nr. NL 20011132) opgemaakt, waarin Es-Ko International Inc. (MC) te Monaco als afzender, Es-Ko Bond te Pristina, Kosovo, als geadresseerde en [betrokkene 1] B.V. als vervoerder staan vermeld. Plaats van lading is Spijkenisse, plaats van aflevering Kosovo. [betrokkene 1] heeft het vervoer uitbesteed aan [eiser], die het op zijn beurt heeft uitbesteed aan [gedaagde]. [betrokkene 1] had de opdracht gekregen van Köpcke Holland B.V.</para>
    <para />
    <para> 	Voor het vervoer zijn vijf T1-documenten opgemaakt, ook gedateerd 30 november 2001, genummerd 1216 325, 1216 326, 1216, 327, 1216 328 en 1216 329. In de CMR-vrachtbrief is in vak 13 vermeld: “The freight forwarder will be held responsible for the return mail to the shipper regarding the slip from form of the T1-documents duly signed and stamped by Customs office of the E.C.”. </para>
    <para />
    <para> 	De chauffeur, de heer [betrokkene 2], is op 30 november 2001 vertrokken. Het vervoer heeft plaatsgevonden via Italië en Albanië. [betrokkene 2] heeft aan de Albanees-Kosovaarse grens vijf dagen moeten wachten in verband met complicaties met de vervoersdocumenten.</para>
    <para />
    <para> 	De inspecteur van de belastingdienst/douane district Rotterdam heeft zich op het standpunt gesteld dat de T1-documenten niet geheel waren gezuiverd conform art. 96 van het Communautair Douane Wetboek. Hij heeft Köpcke vijf uitnodigingen tot betaling tot een totaal van € 19.573,32 gestuurd.</para>
    <para />
    <para />
    <para> 	Het geschil</para>
    <para />
    <para> 	[eiser] vordert dat de rechtbank in een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] (en haar vennoten) hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 19.573,32, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van verzuim, met de buitengerechtelijke incassokosten en met de kosten van het geding.</para>
    <para />
    <para> 	[eiser] stelt dat de vervoerder de verplichting heeft de T1-documenten te zuiveren, wat wil zeggen dat de goederen onder overlegging van de T1-documenten aan het douanekantoor van bestemming worden aangebracht en door dat kantoor worden gecontroleerd. [eiser] stelt dat [gedaagde] niet voor zuivering van de documenten heeft zorggedragen, waardoor Köpcke uitnodigingen tot betaling heeft ontvangen. Köpcke heeft [betrokkene 1] daarvoor aansprakelijk gesteld, die op haar beurt [eiser] aansprakelijk heeft gesteld. Omdat [gedaagde] is tekortgeschoten in haar verplichtingen op grond van de vervoersovereenkomst, dient [gedaagde] [eiser]s schade te vergoeden.</para>
    <para />
    <para> 	[gedaagde] voert gemotiveerd verweer.</para>
    <para />
    <para />
    <para> 	De beoordeling</para>
    <para />
    <para> 	De vordering betreft het vervoer over de weg van Spijkenisse naar Pristina, Kosovo. Op grond van art. 1 lid 1 CMR zijn de bepalingen van dit verdrag op de vervoerovereenkomst van toepassing. De rechtbank is op grond van art. 31 lid 1 sub a CMR bevoegd van het geschil kennis te nemen, omdat [gedaagde] in het arrondissement is gevestigd.</para>
    <para />
    <para> 	[gedaagde] heeft zich op verjaring van de vordering beroepen. Hij heeft gesteld dat de vordering van [eiser] op grond van art. 32 lid 1 aanhef en sub c CMR is verjaard. [eiser] verweert zich o.a. met de stelling dat hij de verjaring heeft gestuit bij brief van 23 februari 2001. [gedaagde] betwist die brief te hebben ontvangen. [eiser] stelt ook dat de verjaringstermijn van drie jaren geldt, omdat [gedaagde] opzet of bewuste roekeloosheid kan worden verweten. Volgens hem dient het niet overhandigen van de douanebescheiden gelijk te worden gesteld met opzet. [gedaagde] betwist dat er sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid.</para>
    <para />
    <para> 	De rechtbank overweegt als volgt. [eiser] heeft over de feiten die volgens hem tot de aansprakelijkheid van [gedaagde] hebben geleid, niet meer gesteld dan dat [gedaagde] de T-documenten niet heeft gezuiverd. Daarmee heeft [eiser] onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld die tot de conclusie zouden kunnen leiden dat [gedaagde] de schade met opzet of schuld, die volgens Nederlands recht met opzet wordt gelijkgesteld, heeft toegebracht. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat [gedaagde] over de zuivering van de T1-documenten het volgende in de conclusie  van antwoord heeft gesteld. Volgens chauffeur [betrokkene 2] heeft de Kosovaarse douane de zending wegens ongenoegzaamheid van de documenten niet doorgelaten. [betrokkene 2] heeft toen na overleg met [eiser] rechtstreeks contact opgenomen met [betrokkene 1]. [betrokkene 1] heeft [betrokkene 2] verteld dat zij de ontbrekende formulieren zou meegeven aan een chauffeur van haar die vijf dagen later langs dezelfde douanepost zou rijden. Dat is gebeurd. Deze chauffeur van [betrokkene 1] heeft vervolgens de douaneformaliteiten, ook ten behoeve van het transport door [gedaagde], afgewikkeld. Als er dus fouten zijn gemaakt, zijn deze volgens [gedaagde] niet door haar gemaakt maar door [betrokkene 1]. [eiser] is niet ter comparitie verschenen, omdat zijn advocaat de rechtbank heeft geschreven dat deze hem niet meer kan bereiken. Dit betekent dat het verweer van [gedaagde] onweersproken is gebleven. Dat leidt ook tot de conclusie dat de zuivering van de T-documenten niet is veroorzaakt door opzet of aan opzet gelijk te stellen schuld van [gedaagde]. De verjaringstermijn is daarom 1 jaar.</para>
    <para />
    <para> 	De verjaringstermijn vangt op grond van art. 32 lid 1 sub c CMR drie maanden na het sluiten van de vervoersovereenkomst aan. De vervoersovereenkomst is blijkens de CMR-vrachtbrief gesloten op 30 november 2001. Naar het oordeel van de rechtbank betekent dit dat de vordering van [eiser] is verjaard op 28 februari 2003, tenzij [eiser] de verjaring daarvóór heeft gestuit. [eiser] heeft gesteld dat hij de verjaring heeft gestuit door zijn ongedateerde brief die volgens hem op 21 februari 2003 is verzonden. [gedaagde] heeft de ontvangst van de brief gemotiveerd betwist. Gezien deze betwisting heeft [eiser] de last te bewijzen dat [gedaagde] de brief heeft ontvangen. [eiser] heeft niet aangeboden te bewijzen dat [gedaagde] de brief heeft ontvangen. De rechtbank ziet geen aanleiding [eiser] dit bewijs ambtshalve op te dragen. Dit betekent dat niet is vast komen te staan dat de brief van [eiser] die beweerdelijk op 21 februari 2003 is verzonden, [gedaagde] heeft bereikt. Dit betekent weer dat de verjaring van de vordering niet is gestuit en dat de vordering is verjaard.</para>
    <para />
    <para> 	Het voorgaande brengt mee dat de vordering zal worden afgewezen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>	De beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <para>wijst de vordering af,</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 430,- wegens griffierecht en op € 904,- voor salaris procureur.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2005.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>