<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:9818</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-10-06T11:41:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/791217 / KG ZA 26-657 LV/EV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_intellectueeleigendomsrecht">Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9818">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9818</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-10-05T15:17:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:9818 Rechtbank Amsterdam , 01-10-2026 / C/13/791217 / KG ZA 26-657 LV/EV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:9818:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort Geding. Vordering tot staken merkinbreuk (en plaatsen rectifcatie en verstrekken gegevens) afgewezen. Merk van eiseres heeft een gering onderscheidend vermogen en er is onvoldoende gevaar voor verwarring met het teken van gedaagde. Vordering op basis van handelsnaaminbreuk (via artikel 6:162 BW) eveneens afgewezen wegens een gebrek aan verwarringsgevaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:9818:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Amsterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht, voorzieningenrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/13/791217 / KG ZA 26-657 LV/EV</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 1 oktober 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WORK &amp; PEOPLE ANALYTICS B.V. tevens handelend als REWORC B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Rotterdam,</para>
      <para>eisende partij bij dagvaarding van 3 augustus 2026,</para>
      <para>hierna te noemen: W&amp;P,</para>
      <para>advocaten: mr. S.A. Klos en mr. A. Ringnalda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>REWORKS TECHNOLOGIES LTD,</title>
    <parablock>
      <para>te Londen (Verenigd Koninkrijk),<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">COLLIERS REAL ESTATE ADVISORY SERVICES B.V.</emphasis>,</para>
      <para>te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: Colliers, </para>
      <para>advocaat: mr. J.C.H. van Manen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de mondelinge behandeling van 8 september 2026 zijn namens W&amp;P verschenen <?linebreak?>[naam 1] ( [functie 1] ) en [naam 2] ( [functie 2] ) met mr. Klos en mr. Ringnalda. Namens Colliers zijn via een digitale verbinding verschenen [naam 3] ( [functie 3] ) en [naam 4] ( [functie 4] ) met mr. Van Manen, die fysiek bij de zitting aanwezig was. W&amp;P heeft haar vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht aan de hand van een pleitnota. Colliers heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een pleitnota. Beide partijen hebben producties ingediend en vragen van de voorzieningenrechter beantwoord. Vonnis is bepaald op vandaag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>W&amp;P houdt zich onder meer bezig met de ontwikkeling en exploitatie van een softwareplatform voor de optimalisatie van kantoorvastgoed, waarmee gebruikers kantoorruimte efficiënt kunnen inzetten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>W&amp;P is in 2012 opgericht en bood haar softwareplatform aanvankelijk aan onder de naam 'Work &amp; People Analytics', die zij ook als handelsnaam gebruikte. In 2021 heeft zij een rebranding doorgevoerd en sindsdien handelt zij onder de naam ‘Reworc’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>W&amp;P is houder van het Benelux woordmerk ‘reworc’, ingeschreven op 26 maart 2021. Het merk is vastgelegd in klasse 9 voor ‘Softwareplatforms, Softwaretoepassingen, Softwareplatforms voor samenwerkingsmanagement, Samenwerkingsmanagementplatforms [software], Software voor schatting van behoefte aan middelen’ en in klasse 42 voor ‘Softwareonderzoek’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Colliers is een internationale vastgoedonderneming en haar dienstverlening is gerelateerd aan handel in onroerend goed. Zij heeft een platform gelanceerd voor de optimalisatie van kantoorruimte onder het teken ‘Reworks’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>W&amp;P heeft Colliers per brief van 20 mei 2026 gesommeerd de inbreuk op haar merkrechten te staken. Colliers heeft in reactie daarop de inbreuk betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>W&amp;P vordert – samengevat – om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. Colliers te bevelen binnen 1 werkdag na betekening van dit vonnis iedere verdere inbreuk op de merkrechten met betrekking tot het Benelux-merk REWORC te staken en gestaakt te houden;</para>
        <para>II. Colliers te bevelen binnen 1 werkdag na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden ieder verder onrechtmatig handelen bestaande uit het gebruik van een onderscheidingsteken dat verwarringwekkend overeenstemt met de handelsnaam van W&amp;P;</para>
        <para>III. Colliers te bevelen binnen 1 werkdag na betekening van dit vonnis op de thuispagina van hun websites ( [website 1] en [website 2] ) bovenaan op een direct zichtbare plaats een rectificatie van de merkinbreuk te plaatsen;</para>
        <para>IV. Colliers te bevelen binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan mrs. Klos en Ringnalda een opgave te verstrekken van de volgende gegevens:</para>
        <para>a. alle door of namens gedaagden in druk of digitaal verspreide marketingmaterialen waarin het teken is gebruikt;</para>
        <para>b. de volledige namen en contactgegevens van alle in Nederland, België en Luxemburg gevestigde bedrijven die door of namens Colliers zijn aangeschreven of anderszins zijn benaderd met gebruikmaking van het teken;</para>
        <para>c. de volledige namen en contactgegevens van alle in Nederland, België en Luxemburg gevestigde klanten aan wie toegang tot het onder het teken aangeboden softwareplatform is verkocht of anderszins is verstrekt;</para>
        <para>V. een dwangsom te verbinden aan het onder I. tot en met V. gevorderde;</para>
        <para>VI. Colliers te veroordelen in de volledige proceskosten op grond van artikel 1019 h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), advocaatkosten daaronder begrepen;</para>
        <para>VII. de termijn voor het instellen van de bodemprocedure op grond van art. 1019i Rv te bepalen op zes (6) maanden te rekenen vanaf de dag van de betekening van dit vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>W&amp;P legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Zij is houder van het Benelux merk ‘reworc’. Het merk beschikt over maximaal inherent onderscheidend vermogen, aangezien het geen eigenschap van een software(platform)product omschrijft of daaraan refereert. Het woord ‘Reworc’ is – in de context van softwareplatforms – louter een fantasiewoord. Door het teken 'Reworks' te gebruiken ter onderscheiding van haar softwareplatform in de Benelux maakt Colliers inbreuk op de merkrechten van W&amp;P. Het door Colliers onder het teken 'Reworks' aangeboden softwareplatform dient eveneens voor <emphasis role="italic">workplace optimization</emphasis>. Het platform is bedoeld om organisaties in kaart te laten brengen welke kantoorruimtebehoeftes bij hun werknemers bestaan en hun vastgoedportefeuilles zo efficiënt mogelijk op die behoeftes te laten afstemmen. Daarnaast is door Colliers' gebruik van het merk ‘Reworks' gevaar van verwarring met de handelsnaam ‘Reworc’ en de onder die handelsnaam gevoerde onderneming te duchten. Het teken ‘Reworks' wordt immers gebruikt voor een softwareplatform dat qua doel en functionaliteit identiek is aan het softwareplatform waarop de onderneming van W&amp;P drijft. Partijen zijn bovendien geen onbekenden van elkaar: Colliers adviseert klanten van W&amp;P over het beheer van hun vastgoedportefeuilles en maakt daarbij gebruik van het Reworc-softwareplatform waartoe deze klanten toegang hebben. Colliers dient het gebruik derhalve te staken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Colliers voert verweer. Zij voert aan dat de merkregistratie waar W&amp;P zich op beroept niet geregistreerd is voor de diensten die zij aanbiedt. Bovendien is ‘Reworc’ beschrijvend voor het herwerken (<emphasis role="italic">reworking</emphasis>) van bedrijfsruimte en daarmee geen geldig merk. De vorderingen op basis van het merkenrecht dienen daarom afgewezen te worden. Nu Colliers de naam ‘Reworks’ niet als handelsnaam gebruikt en geen bijkomende omstandigheden gesteld zijn, is er geen sprake van onrechtmatig handelen. De vorderingen van W&amp;P dienen afgewezen te worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen gegeven, nu de gestelde inbreuk voortduurt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Merkrecht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>W&amp;P stelt dat Colliers door het gebruik van ‘Reworks’ een inbreuk maakt op haar merkrecht. Zij grondt haar vordering op artikel 2.20 lid 2 sub a, dan wel op artikel 2.20 lid 2 sub b Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Merkinbreuk sub a</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het teken ‘Reworks’ is niet gelijk aan W&amp;P’s woordmerk ‘reworc’, vanwege het verschil in schrijfwijze van de ‘k’ en ’c’ en de toegevoegde ‘s’. Er kan derhalve geen sprake zijn van inbreuk in de zin van sub a van artikel 2.20 lid 2 BVIE, dat voor identieke tekens is bedoeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Merkinbreuk sub b</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toetsingskader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Van inbreuk in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub b BVIE is sprake als het betrokken teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en wordt gebruikt voor het aanbieden van dezelfde of overeenstemmende waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het publiek gevaar voor verwarring bestaat. Daartoe dient eerst te worden beoordeeld in hoeverre sprake is van visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming tussen de tekens. Deze vergelijking is gebaseerd op de totaalindruk die het merk en het teken wekken bij het relevante publiek, bestaande uit de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende en omzichtige gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten. Hierbij moeten alle relevante omstandigheden van het concrete geval in acht worden genomen, met name de mate van overeenstemming tussen het merk en het teken, de (mate van) soortgelijkheid van de betrokken waren of diensten en het onderscheidend vermogen van het merk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>W&amp;P doet een beroep op haar Benelux woordmerk ‘reworc’. Hierna zal worden beoordeeld of het door Colliers gebruikte teken ‘Reworks’ daarop inbreuk maakt in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub b BVIE. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overeenstemming tekens</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Visueel is sprake van een grote mate van overeenstemming tussen ‘reworc’ en ‘Reworks’. Slechts de laatste twee letters zijn verschillend. Ook auditief zijn het merk en het teken in hoge mate overeenstemmend, omdat zij beiden bestaan uit twee lettergrepen waarvan het overgrote deel dezelfde klank heeft. Slechts de ‘s’ aan het einde bij ‘Reworks’ levert een verschil op, welk verschil bovendien niet goed te horen is als het woord als bezitsvorm wordt gebruikt. Begripsmatig is er geen verschil tussen het merk en het teken, omdat de gemiddelde consument deze zal opvatten als een afgeleide van het woord ‘reworking’. Er kan derhalve gesproken worden van overeenstemming tussen het merk en het teken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Soortgelijkheid waren en/of diensten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>W&amp;P beroept zich op haar Benelux merkregistratie die is ingeschreven in klasse 9 voor ‘Softwareplatforms, Softwaretoepassingen, Softwareplatforms voor samenwerkingsmanagement, Samenwerkingsmanagementplatforms [software], Software voor schatting van behoefte aan middelen’ en in klasse 42 voor ‘Softwareonderzoek’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil of W&amp;P een rechtsgeldig merk heeft op grond waarvan zij het gebruik van het teken ‘Reworks’ kan verbieden, gelet op de beschrijving van de registratie in klasse 9 (waarin slechts producten thuishoren en geen diensten) en de zeer beperkte omschrijving in klasse 42, die niet aansluit op haar activiteiten. De voorzieningenrechter laat het antwoord op die vraag in het midden, nu ook als er sprake is van een geldig merk met een geldige beschrijving (in de juiste klassen), niet aannemelijk is dat Colliers inbreuk maakt op de merkrechten van W&amp;P, vanwege het ontbreken van verwarringsgevaar. Dat zal als volgt worden toegelicht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verwarringsgevaar</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De kern van het geschil bestaat eruit dat moet worden beoordeeld of, gelet op alle omstandigheden van het geval, sprake is van verwarringsgevaar. Daarbij wordt meegewogen dat het onderscheidend vermogen van het merk ‘reworc’ zeer gering is. Het is in grote mate beschrijvend voor de diensten die door W&amp;P worden aangeboden. Het anders spellen van een merk (rewor<emphasis role="underline">c</emphasis> in plaats van rewor<emphasis role="underline">k</emphasis>), terwijl het merk fonetisch gelijk blijft, neemt het beschrijvende karakter niet weg. Dat betekent dat de beschermingsomvang van het merk gering is. Partijen bieden weliswaar gelijke en/of overeenstemmende diensten aan, maar, zoals ook bleek uit de stukken die door Colliers zijn ingediend, zijn er veel ondernemingen die het woord ‘rework’ (of een afgeleide daarvan) gebruiken in het kader van (platforms voor) kantoren, werkplekken en/of onroerend goed. Met de geringe beschermingsomvang kan W&amp;P vooral optreden tegen (vrijwel) identieke tekens en daarvan is geen sprake. Daar komt bij dat Colliers tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij het teken ‘Reworks’ enkel nog zal gebruiken in combinatie met ‘Colliers’: ‘Colliers Reworks’. Zij heeft die wijziging voorafgaand aan de mondelinge behandeling ook al doorgevoerd op haar website. Het gevaar voor verwarring is daarmee weggenomen. Gelet op het beschrijvende karakter van ‘Reworks’ wordt ‘Colliers’ als het dominante bestanddeel van het teken gezien, waarmee de totaalindrukken voldoende ver uit elkaar liggen.  </para>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="204b658a-5af0-4aa9-9a2f-b1be7b6e362f" depth="54" width="275" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De conclusie op grond van het voorgaande is dat het verwarringsgevaar tussen het merk en het teken onvoldoende is en daarmee niet aannemelijk is geworden dat een merkinbreuk door Colliers op de merkrechten van W&amp;P in een bodemprocedure zal worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Handelsnaamrecht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>W&amp;P heeft verder gesteld dat de door haar gebruikte handelsnaam 'Reworc' bescherming geniet van de Handelsnaamwet. Colliers gebruikt ‘Reworks’ weliswaar niet als handelsnaam, maar het gebruik van ‘Reworks’ zorgt volgens W&amp;P wel voor verwarringsgevaar met haar oudere handelsnaam en is daarmee onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Gelet op het feit dat er geen verwarringsgevaar bestaat tussen ‘Reworc’ en ‘Colliers Reworks’ kan een beroep op artikel 6:162 BW niet slagen. Zelfs in het geval dat verwarringsgevaar wel zou worden aangenomen, leidt dat niet tot een andere uitkomst. Beschrijvende handelsnamen zijn via artikel 6:162 BW beschermd voor zover sprake is van verwarringsgevaar, maar dan zullen andere, bijkomende omstandigheden nodig zijn om het latere gebruik van dezelfde of een slechts in geringe mate afwijkende naam onrechtmatig te kunnen achten.<footnote-ref linkend="_880a8096-2af5-42d0-ba6c-a5cc6f5c27f5" /> Dat daarvan in dit geval sprake zou zijn is door W&amp;P onvoldoende onderbouwd. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van oneerlijke mededinging of dat Colliers er bewust voor heeft gekozen om deze naam te gebruiken. Dat partijen elkaar eerder hebben ontmoet en Colliers via een klant gebruik zou hebben gemaakt van de Reworc-software is daarvoor niet voldoende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Concluderend is het onvoldoende aannemelijk dat Colliers inbreuk maakt op de handelsnaam Reworc.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rectificatie en verstrekken gegevens</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Bij die stand van zaken worden alle vorderingen van W&amp;P, waaronder de met inbreuk samenhangende vorderingen tot het plaatsen van een rectificatie en het verstrekken van gegevens, afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>W&amp;P is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Colliers heeft gevorderd dat W&amp;P wordt veroordeeld in de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h Rv.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Deze zaak ziet op de handhaving van de intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019h Rv. Voor de proceskostenveroordeling wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven voor IE-zaken<footnote-ref linkend="_1dd6ccd8-682d-4628-abc3-692378a27406" />. Deze zaak wordt aangemerkt als een ‘normale zaak’ waarbij een maximumtarief geldt van € 18.000.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>De gespecificeerde kosten van Colliers bedragen in totaal € 21.878,50 en die overstijgen dit maximumtarief, zodat enkel het maximumtarief van € 18.000 zal worden toegewezen. De proceskosten van Colliers worden begroot op:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>735</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>18.000</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>189</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>18.924</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>weigert de gevraagde voorzieningen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt W&amp;P in de proceskosten van € 18.924, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als W&amp;P niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.<footnote-ref linkend="_b8714bd0-0a52-4a16-98af-3989c42c5e8e" /></para>
        <para />
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_880a8096-2af5-42d0-ba6c-a5cc6f5c27f5" label="1">
    <para> HR 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:269.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1dd6ccd8-682d-4628-abc3-692378a27406" label="2">
    <para> versie 1 februari 2026 <emphasis role="underline">https://www.rechtspraak.nl/binaries/content/assets/ao/indicatietarieven-ie-rechtbanken-febr-2026.pdf</emphasis></para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_b8714bd0-0a52-4a16-98af-3989c42c5e8e" label="3">
    <para>Coll: EvK </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>