<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-02T11:51:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11881580</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:907">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-27T14:39:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:907 Rechtbank Amsterdam , 13-01-2026 / 11881580</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:907:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde partij hoeft abonnementskosten niet te betalen omdat niet is komen vast te staan dat gedaagde partij nog gehouden was te betalen voor de NS-Business Card.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:907:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11881580 \ CV EXPL  25-12662</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 13 januari 2026 </emphasis>(bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">NS REIZIGERS B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: NS,</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] (h.o.d.n. [handelsnaam] )</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding met producties van 21 augustus 2025,<?linebreak?>- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord,<?linebreak?>- de e-mail van [gedaagde] van 26 september 2025, met producties. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 januari 2026. Namens de gemachtigde van NS is verschenen de heer [naam] . [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten toegelicht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] drijft een eenmanszaak op het gebied van de makelaardij onder de naam [handelsnaam] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft, in de uitoefening van zijn bedrijf, via de website van NS met NS een overeenkomst gesloten voor afname van een NS-Business Card en een NS-Business Card abonnement, beide per 9 juli 2021 (hierna gezamenlijk te noemen: de NS-Business Card).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 3 oktober 2022 heeft [gedaagde] een digitaal verzoek bij NS ingediend om de NS-Business Card per 4 oktober 2022 te beëindigen. In haar e-mail van 3 oktober 2022 heeft NS aan [gedaagde] laten weten dat hij de NS-Business Card definitief diende te beëindigen door vóór 4 oktober 2022 naar een NS-kaartautomaat te gaan en de beëindigingsaanvraag op te halen. Dit laatste heeft [gedaagde] niet gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 20 oktober 2022 heeft [gedaagde] opnieuw een digitaal verzoek bij NS ingediend om de NS-Business Card te beëindigen. Op diezelfde dag heeft [gedaagde] de beëindigingsaanvraag opgehaald bij een NS-kaartautomaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 25 oktober 2022 schrijft NS in een e-mail van 18:35 uur aan [gedaagde] onder meer het volgende: “<emphasis role="italic">Op 20 oktober 2022 is er een nieuwe aanvraag ingediend om de kaart per </emphasis><emphasis role="bold italic">21 deccember 2022 </emphasis><emphasis role="italic">te beëindigen. De beëindigingsaanvraag is op 20 oktober 2022 opgehaald bij de NS-kaartautomaat</emphasis>”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>In zijn e-mail aan NS van 25 oktober 2022 om 20:47 uur schrijft [gedaagde] onder meer: “<emphasis role="italic">Indien het niet mogelijk is restitutie te ontvangen zou ik de kaart graag per direct opzeggen en niet pas per 21 december.</emphasis>”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij factuur van 14 december 2022 heeft NS een bedrag van € 362,43 bij [gedaagde] in rekening gebracht voor de NS-Business Card voor de maand november 2022, zijnde (enkel) abonnementskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de factuur onbetaald gelaten. Na herhaald aanmanen heeft NS de vordering ter incasso uit handen gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>NS vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 362,43 aan hoofdsom en € 54,36 aan incassokosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom en de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>NS stelt dat [gedaagde] bij zijn digitale opzegging op 20 oktober 2022 als einddatum van de NS-Business Card de datum 21 december 2022 heeft opgegeven. Daarom was [gedaagde] volgens NS tot 21 december 2022 abonnementsgelden verschuldigd. [gedaagde] betwist dat hij die datum als einddatum heeft ingevuld, en stelt dat er sprake was van een systeemfout aan de zijde van NS. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat NS haar stelling dat [gedaagde] zelf de einddatum 21 december 2022 heeft ingevuld niet met stukken heeft onderbouwd. Hoewel die datum wel als einddatum wordt genoemd in de e-mail van NS aan [gedaagde] van 25 oktober 2022, staat daar tegenover dat [gedaagde] op diezelfde dag per e-mail aan NS kenbaar heeft gemaakt dat hij de NS-Business Card per direct wilde beëindigen. [gedaagde] had op dat moment de beëindigingsaanvraag ook al opgehaald bij een NS-kaartautomaat. Nu NS geen opzegtermijn hanteert voor beëindiging van de NS-Business Card, en mede bezien in het licht van de betwisting door [gedaagde] dat hij een latere einddatum heeft ingevuld, is niet komen vast te staan dat [gedaagde] na 25 oktober 2022 nog gehouden was te betalen voor de NS-Business Card. De vordering van NS wordt daarom afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>NS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil, nu van kosten niet is gebleken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van NS af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt NS in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>64443</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>