<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:8</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-04T15:02:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11836877</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-03T15:45:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:8 Rechtbank Amsterdam , 02-01-2026 / 11836877</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:8:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ex-partners, lening voor keuken, betaling en incassokosten. Moeder van één van de ex-partners verstrekt lening van € 17.331 voor keuken in gezamenlijk huis. Na beëindiging relatie vordert moeder betaling van helft lening van ex-partner. Ex-partner betwist lening, maar rechtbank oordeelt dat moeder er op mocht vertrouwen dat beide ex-partners de lening gezamenlijk zijn aangegaan. Buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Proceskosten gecompenseerd vanwege familiale banden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:8:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11836877 \ CV EXPL  25-11082</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 2 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. I. Langeveld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <para>- de dagvaarding van 22 juli 2025, </para>
      <para>- het proces-verbaal van het mondeling antwoord van 14 augustus 2025,</para>
      <para>- het tussenvonnis van 4 september 2025, waarin mondelinge behandeling is bepaald,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 26 november 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De gedaagde partij ( [gedaagde] ) had een relatie met mevrouw [dochter eiseres] . Zij woonden samen op basis van een samenlevingscontract. [dochter eiseres] is de dochter van de eisende partij ( [eiseres] ).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In 2021 kochten [gedaagde] en [dochter eiseres] samen ieder voor de helft een huis, dat zij vervolgens hebben verbouwd. Voor de nieuwe keuken hadden zij op dat moment geen geld meer.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Daarom heeft [eiseres] de keuken voor hen betaald. Het totaalbedrag was € 17.331,- Zij betaalde in oktober 2021 een aanbetaling van € 2.527,- en in januari 2022 nog € 14.804,- aan de aannemer. Daarna is de keuken geplaatst.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Begin 2022 gingen [gedaagde] en [dochter eiseres] uit elkaar. Het huis werd in juni 2023 verkocht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Na de verkoop van het huis heeft [eiseres] de helft van de kosten van de keuken deels teruggekregen van haar dochter en deels kwijtgescholden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft [gedaagde] meerdere keren gevraagd om de andere helft te betalen. Tot nu toe heeft [gedaagde] niets aan haar betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert – kort samengevat – dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 8.665,50, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Volgens haar hebben [dochter eiseres] en [gedaagde] samen een lening bij haar afgesloten ter hoogte van € 17.331,00, ieder voor de helft. Deze lening zou mondeling zijn overeengekomen toen het stel haar bezocht om te vragen of zij geld voor de keuken konden lenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Hij stelt dat alleen [dochter eiseres] de lening bij haar moeder is aangegaan. Hij zegt dat hij zelf geen lening wilde en nooit heeft ingestemd met het aangaan ervan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, verder ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Vast staat dat [eiseres] het bedrag van € 17.331,00 voor de nieuwe keuken van [gedaagde] en [dochter eiseres] heeft betaald. Partijen zijn het erover eens dat het hier om een lening ging. Zij verschillen alleen van mening of [dochter eiseres] deze lening namens zichzelf heeft gesloten of ook namens [gedaagde] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het gaat erom wat partijen tegen elkaar hebben verklaard, wat zij uit elkaars verklaringen mochten afleiden en wat zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] is samen met [dochter eiseres] de lening aangegaan</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] erop mocht vertrouwen dat beide partners, dus ook [gedaagde] , de lening bij haar aangingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat [gedaagde] en [dochter eiseres] samen bij [eiseres] langs zijn gegaan om geld te lenen voor de keuken. [gedaagde] heeft niet betwist dat dit gezamenlijke verzoek is gedaan. De lening zou worden terugbetaald vanaf hun gezamenlijke bankrekening, die hun beiden toebehoorde. Hiermee was voor [eiseres] duidelijk dat het om een financiële verplichting van beide partners ging. Daar komt bij dat [gedaagde] zelf heeft verklaard dat, als de relatie was blijven bestaan, het volledige bedrag vanuit hun gezamenlijke middelen zou zijn terugbetaald. Dat bevestigt dat hij de lening als een gemeenschappelijke verplichting beschouwde. Ook staat vast dat [gedaagde] de nieuwe keuken wilde en dat de lening volledig is gebruikt voor een uitgave ten behoeve van hun gezamenlijke woning. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het standpunt van [gedaagde] dat hij geen schuld wilde hebben bij zijn (inmiddels) ex-schoonmoeder maakt dit niet anders. Uit de feiten volgt dat hij samen met [dochter eiseres] de lening is aangegaan, en [eiseres] dat ook zo mocht begrijpen. De afspraken zijn toen met hem gemaakt en de lening is gebruikt voor hun gezamenlijke huis en gezamenlijke keuken. Dat de relatie later is geëindigd verandert niets aan de afspraken die destijds zijn gemaakt. Een persoonlijke wens om geen schuld bij een familielid te hebben, kan geen bestaande overeenkomsten ongedaan maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Nu er geen termijn voor de terugbetaling is afgesproken, gaat het hier om een geldlening voor onbepaalde tijd. [eiseres] heeft [gedaagde] per brief van 23 mei 2024 medegedeeld dat zij tot opeising overgaat. Op grond van art. 7:129e van het Burgerlijk Wetboek had [gedaagde] vanaf dat moment zes weken de tijd om de lening terug te betalen. Dat heeft hij niet gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De conclusie is dat [gedaagde] het bedrag van € 8.665,50 aan [eiseres] moet terugbetalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente betalen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 977,86 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal ook worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De wettelijke rente over de hoofdsom is vanaf 4 juli 2024 verschuldigd, want het bedrag had uiterlijk op die dag moeten zijn betaald. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten worden gecompenseerd </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Vanwege de familiaire banden zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 8.665,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 4 juli 2024, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 977,86 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein, kantonrechter en bijgestaan door mr. S.D. Gerick, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.T. Kruis, kantonrechter op 2 januari 2026. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>