<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:753</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-02T10:13:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/780383 / FA RK 25/9672</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:753">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:753</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-02T09:58:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:753 Rechtbank Amsterdam , 05-01-2026 / C/13/780383 / FA RK 25/9672</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:753:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>RM toegewezen voor 4 maanden ipv 6 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:753:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="858bfe26-e509-44c0-bffb-3d493c9ec649" depth="1" width="12" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="left" scale="100" fileref="2e2170ce-7d74-4799-954c-ce939ca72381" depth="1" width="525" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>Afdeling privaatrecht Team Familie &amp; Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/13/780383 / FA RK 25/9672</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 5 januari 2026, </emphasis>van de Rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene] ,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1949,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>verblijvende te [verblijfplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: betrokkene,</para>
      <para>advocaat: mr. J.M.M. Heilbron te Amsterdam,</para>
      <para>zorgaanbieder: Arkin.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 15 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 januari 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:</para>
    </parablock>
    <para>- betrokkene;</para>
    <para>- de raadsvrouw;</para>
    <para>- mw. [psychiater] , psychiater.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten: uitgebreide neurocognitieve stoornissen gerelateerd</para>
        <para>aan alcoholgebruik met gedragsproblematiek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft nauwelijks besef van haar problematiek, maar zij toont daarbij vooral geen inzicht in de situatie en werkt ook niet mee aan behandeling. Het afschalen van de zorg is derhalve ook niet mogelijk en zij kan daarbij ook niet meer regie verkrijgen over haar behandeling, bijvoorbeeld door het naar huis gaan met ambulante zorg. Dit zal direct leiden tot gevaarlijke situaties, zoals terugvallen in fors en overmatig alcoholgebruik met alle nadelige gevolgen van dien. Daarbij is betrokkene binnen de huidige afdeling goed in beeld en kan zij op zowel somatisch als psychiatrisch vlak behandeld worden. Dit wilde in een ambulante setting voorheen niet lukken. Betrokkene had, na eerdere opnames, een ambulant team wat haar thuis bezocht, maar dit kon het gevaar niet afwenden. Betrokkene werd opnieuw agressief en zorgde voor overlast in de thuissituatie. Veilig thuis wonen lijkt daarbij ook niet meer haalbaar te zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <parablock>
        <para>Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf.</para>
        <para>Betrokkene wil naar huis en geeft dit ook ter zitting nogmaals aan. Betrokkene is achterdochtig jegens de zorgverleners, die spullen van haar zouden stelen en haar ook zouden pesten. Betrokkene geeft aan alcohol te gebruiken om te kunnen omgaan met het overspelige gedrag van haar echtgenoot en stelt daarbij ook dat de afdeling waar ze nu verblijft juist gevaarlijk is. Dit omdat medecliënten haar alcohol zouden aanbieden. Betrokkene heeft duidelijk veel verdriet van haar gedwongen opname en wil zo snel mogelijk naar huis en ook geeft ze aan dan nooit meer te gaan drinken. Betrokkene is medicatieontrouw en ontkent haar neurocognitieve stoornissen, alsmede de psychotische symptomen. Ze wil maar één ding en dat is naar huis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <parablock>
        <para>Namens en door betrokkene is verzocht haar nog een kans te geven om naar huis te gaan. Ze heeft sinds oktober niet meer gedronken en is de afgelopen week ook naar een familiefeest geweest dat ook goed is gegaan. Betrokkene is teleurgesteld dat ze is opgenomen en wil naar huis. Sinds betrokkene is opgenomen heeft ze geen alcohol meer gedronken. Betrokkene wil een laatste kans, ze beseft dat het in het verleden mis is gegaan maar wil nu de kans om te bewijzen dat het wel kan. </para>
        <para>De psychiater heeft aangegeven dat het niet mogelijk is om op een gesloten afdeling alcohol te gebruiken. Het zou bijzonder zijn als dat wel lukt. In het verleden is al tweemaal geprobeerd betrokkene naar huis te laten gaan, maar dat is binnen één dag weer mis gegaan. De agressie thuis was fors en dat was gevaarlijk. Het kwam voort uit een combinatie van alcohol, psychose en dementie. Dat beïnvloedt elkaar op een negatieve manier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet aanleiding om de machtiging in duur te beperken. Betrokkene heeft een grote wens om naar huis te gaan, het gaat nu redelijk goed maar er moeten ook nog stappen gezet worden. Over vier maanden kan worden gekeken welke stappen er zijn gezet en wat de mogelijkheden zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van vier maanden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De rechtbank:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van  [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1949,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 5 mei 2026,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is op 5 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door </para>
      <para>mr. H.P.E. Has, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 15 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>