<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-03T16:24:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-310641-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:739">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-03T15:05:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:739 Rechtbank Amsterdam , 29-01-2026 / 13-310641-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:739:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB Duitsland. Overlevering toegestaan. Identiteit van de opgeëiste persoon. Voor de rechtbank verschenen persoon betreft één en dezelfde persoon als de door de Duitse autoriteiten opgeëiste persoon. Artikel 7 OLW. Lijstfeit aangekruist.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:739:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-310641-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 29 januari 2026 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 2 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_d5e7a048-4c3d-49a7-840c-80406f2bdecd" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 26 mei 2025 door de rechtbank te Brühl (<emphasis role="italic">Amtsgericht Brühl</emphasis>), Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] (Algerije), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">ALIAS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [alias naam] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [alias geboortedag] 1995 in [alias geboorteplaats] (Algerije), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats hier in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in [de penitentiaire inrichting] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 januari 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.B. Venema, advocaat in Almere en door een tolk in de Arabisch-Algerijnse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft geen verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_68f519a2-3128-4451-9d98-fff22ff84222" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft aanvankelijk bij de politie verklaard te zijn [alias naam] , geboren [opgegeven geboortedag] 1995 te [alias geboorteplaats] in Algerije en vervolgens ter zitting tegenover de rechtbank verklaard te zijn [de opgeëiste persoon] , waarbij hij wisselend verklaarde over zijn geboortedatum in [geboorteplaats] (Algerije). Voorts heeft hij verklaard dat hij de Algerijnse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de gestelde identiteit van de in het kader van de overleveringsprocedure voor de rechtbank verschenen persoon niet overeenkomt met die van de door de uitvaardigende autoriteit opgeëiste persoon is het aan de rechtbank om vast te stellen of de verschenen persoon inderdaad de door de uitvaardigende autoriteit opgeëiste persoon betreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt hierbij het volgende. Uit het dossier, in het bijzonder de politiestukken en de daarbij gevoegde ID-staat, blijkt dat op basis van identificatie met biometrie een match heeft plaatsgevonden tussen de aangehouden persoon en de signalering door de Duitse autoriteiten. De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat hieruit volgt dat de voor de rechtbank verschenen persoon één en dezelfde persoon betreft als de door de Duitse autoriteiten opgeëiste persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een arrestatiebevel, uitgevaardigd door de rechtbank te Brühl (<emphasis role="italic">Amtsgericht Brühl</emphasis>) op 20 oktober 2023 met dossiernummer: 55 Gs 119/23.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_ae408c20-4a98-4b30-a0c0-9b434a6acc89" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	georganiseerde of gewapende diefstal.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon] </emphasis><emphasis role="bold italic">alias </emphasis><emphasis role="bold">[alias naam] , </emphasis>aan de rechtbank te Brühl (<emphasis role="italic">Amtsgericht Brühl</emphasis>), Duitsland voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M. Westerman,	  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. E.M. de Bie en J.T.H. Zimmerman,					   	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van M.L. Kole,                         		    			griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d5e7a048-4c3d-49a7-840c-80406f2bdecd" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_68f519a2-3128-4451-9d98-fff22ff84222" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae408c20-4a98-4b30-a0c0-9b434a6acc89" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>