<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:606</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T16:18:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-282687-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:606">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:606</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T14:33:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:606 Rechtbank Amsterdam , 28-01-2026 / 13-282687-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:606:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak executie-EAB Letland, redelijke termijn stellen i.v.m. ontoereikende detentiegarantie artikel 11 OLW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:606:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-282687-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 28 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN- UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 18 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_b62be035-9099-4ac3-9e5a-730e2f016b3a" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 30 september 2025 door de <emphasis role="italic">Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia</emphasis>, Letland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Letland) op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[BRP-adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 januari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Letse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_bc6e1ec8-f7f4-4762-baf3-2a4dbb63acb1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Letse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een vonnis van <emphasis role="italic">the Vidzeme District Court</emphasis> van 19 februari 2024 met kenmerk No 11300018621.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en twee maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_d9347297-e1b8-46ef-b646-6c58beba924a" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat voor het vonnis van 19 februari 2024 weliswaar in het EAB een verzetgarantie is afgegeven, maar dat niet duidelijk is wanneer de termijn van dertig dagen begint waarbinnen de opgeëiste persoon verzet moet instellen. De zaak moet worden aangehouden om hierover duidelijkheid te verkrijgen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich – onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank<footnote-ref linkend="_4e6a1dd7-c684-4bac-af4e-1d39f21f4655" /> – op het standpunt dat de verzetgarantie zoals die door de Letse autoriteiten is afgegeven, voldoet aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW en dat de overlevering kan worden toegestaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>( ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het EAB vermeldt in het EAB in onderdeel d):</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“the person was not personally served with the decision, but</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">the person will be personally served with this decision without delay after the surrender; and</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">when served with the decision, the person will be expressly informed of his or her right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence, to be re-examined, and which may lead to the original decision being reversed; and</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">the person will be informed of the timeframe within which he or she has to request a retrial or appeal, which will be 30 days.”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW en doet de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich niet voor. Ook volgt uit deze informatie duidelijk wanneer de termijn om verzet in te stellen begint te lopen, namelijk vanaf het moment dat de beslissing – na overlevering – aan de opgeëiste persoon wordt betekend waarbij hij over deze termijn zal worden geïnformeerd.<footnote-ref linkend="_8437e287-07b4-48ca-83e5-73e0be515d77" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft, onder meer in haar uitspraken van 21 februari 2024<footnote-ref linkend="_8b1abf5d-ad9d-4fcd-8c47-508fc9b7d562" /> en 19 september 2024<footnote-ref linkend="_b10d7618-3905-4a8d-90a4-ef0e191b4152" />, geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar dat gedetineerden in Letland aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld. Het algemene gevaar ziet met name op het bestaan van een informele hiërarchie onder gedetineerden (het ‘kastenstelsel’) in de Letse gevangenissen, met geweld tegen en een vernederende behandeling van gedetineerden in de lagere kasten als gevolg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat betekent dat de rechtbank ook in deze zaak concreet en nauwkeurig moet beoordelen of er zwaarwegende en op feiten berustende gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon dit gevaar zal lopen na overlevering aan Letland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 december 2025 heeft de <emphasis role="italic">Prison Administration </emphasis>in Riga de volgende informatie verstrekt in antwoord op door het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) gestelde vragen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“[…]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">In reply to Question 1</emphasis>
        <emphasis role="italic">, the Administration informs that the person concerned will be</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">initially placed in the Riga Central Prison, Remand Prison Unit in case of his extradition to the Republic of Latvia.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">[...]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In prisons, reinforced security control and supervision is performed, thus ensuring the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">safety of prisoners. […]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In conclusion, in Latvian prisons, a comprehensive approach is provided that includes the staff targeted training, enhanced video surveillance infrastructure, a careful and strategic placement of prisoners and improved living conditions. Such a set of measures substantially mitigates the risk that the prisoner may be exposed to violence and other risks described in the CPT report. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Specific, purposeful and individually adapted protection is ensured in prisons in case of serious endangerment. For example, 1) relocation to another cell or unit to prevent direct contact with potential sources of endangerment […]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Moreover, the prisoner has a possibility to refer to prison officials at any time of the day, who ensure the day-and-night supervision of prisoners and may act immediately in case of threats.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Additionally, please be advised that the premises are being renovated and repaired as</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">far as possible, renovation and repairs reduce the number of prisoners in cells, thus</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">creating a safer prison environment. […]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 18 december 2025 zijn door het openbaar ministerie aanvullende vragen gesteld waarop de <emphasis role="italic">Department of Imprisonment Institutions </emphasis>in Riga op 6 januari 2026 onder meer de volgende informatie heeft gegeven: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“[…] the placement of convicted persons in a specific prison shall be determined by the Head of the Department </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">taking into account medical, security and crime prevention criteria.</emphasis>
        <emphasis role="italic"> Pursuant to Section 13₂(1) of the Code, the committee for the allocation of convicted persons established by the order of the head of a prison shall determine 1n which part, unit and cell of the prison the convicted person shall be placed,</emphasis>
        <emphasis role="bold italic"> considering vacant places in cells, psychological compatibility, health conditions, attitude towards smoking, prior criminal experience of the convicted persons. The convicted persons whose personal characteristics and criminal record negatively affect other convicted persons or who oppress and exploit other convicted persons shall also be segregated. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold italic">“Is there any system in place that ensures that the leaders of non-formal prison hierarchies are isolated in separate cells or separate floors?”</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">[…] the placement of convicted persons in a specific prison shall be determined by the Head of the </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Department taking into account medical, security and crime prevention criteria. </emphasis>
        <emphasis role="italic">[...] </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">considering vacant places in cells, psychological compatibility, health conditions, attitude towards smoking, prior criminal experience of the convicted persons. The convicted persons whose personal characteristics and criminal record negatively affect other convicted persons or who oppress and exploit other convicted persons shall also be segregated.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In order to eradicate the informal hierarchy of prisoners that existed in prisons, the Ministry of Justice developed, and the Cabinet of Ministers adopted (Minutes of the Cabinet of Ministers meeting of 8 October 2024, No. 41, Paragraph 33) the informative report “Measures to Reduce the Informal Prisoner Hierarchy in Prisons”. [...]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Regarding the improvements in procedures for ensuring the safety of the prisoners — a number of important improvements have been introduced in the regulatory enactments concerning the safety of the prisoners, especially regarding those who have been subjected to or fear of inter-prisoner violence. These improvements include internal procedures alongside technological and operational measures. The Department has improved the procedures for relocation of prisoners to another cell or place of imprisonment in the event of a threat to their safety; relocation is also possible in cases of any physical threats or psychological pressure from other prisoners. […]”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman verzoekt de rechtbank – onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank<footnote-ref linkend="_78f8dee7-fde1-4311-bebe-ff02d7672b83" /> – geen gevolg te geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren. De raadsman voert daartoe aan dat de verstrekte informatie algemeen van aard is en onvoldoende is toegespitst op de concrete situatie van de opgeëiste persoon. Ook is niet duidelijk of de opgeëiste persoon na zijn initiële verblijf in Riga niet zal worden overgeplaatst naar een andere detentie-instelling. Over het aantal uren dat de opgeëiste persoon buiten de cel kan doorbrengen, is niets opgenomen. Deze detentiegarantie neemt het algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in detentie in Letland voor de opgeëiste persoon niet weg en daarmee bestaat een individueel gevaar voor de opgeëiste persoon. Subsidiair verzoekt de raadsman de zaak aan te houden om nadere vragen te stellen over de detentieomstandigheden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat de verstrekte informatie het vastgestelde algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in detentie in Letland voor de opgeëiste persoon wegneemt. De Letse autoriteiten hebben uitgebreid antwoord gegeven op de gestelde vragen. Uit de antwoorden blijkt dat de benodigde maatregelen worden genomen om, voor zover mogelijk, de negatieve gevolgen van het kastestelsel weg te nemen, en ook blijkt dat serieus met de kritiek wordt omgegaan. De officier van justitie gaat er daarbij van uit dat de opgeëiste persoon in de gevangenis in Riga terecht komt. De informatie die is gegeven geldt vervolgens voor alle gevangenissen in Letland. Er is geen informatie gegeven over het aantal uren die iemand buiten zijn cel kan doorbrengen: daar is niet naar gevraagd omdat dat niet nodig is; daarop ziet het algemeen gevaar niet. Subsidiair verzoekt de officier van justitie de rechtbank om de beslissing op het EAB aan te houden om de Letse autoriteiten een redelijke termijn te geven als bedoeld in artikel 11 lid 2 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank hebben de Letse autoriteiten met de verstrekte aanvullende informatie onvoldoende antwoord gegeven op de cruciale vraag naar de concrete bescherming van de opgeëiste persoon tegen geweld en andere negatieve gevolgen van het kastenstelsel indien hij in Letland in detentie geplaatst wordt. De informatie die is gegeven, is van algemene aard en ziet niet of nauwelijks op de concrete situatie van de opgeëiste persoon. Zo wordt alleen informatie verschaft over algemene maatregelen die worden genomen en wordt gesproken over alle detentie-instellingen in Letland in plaats van specifiek de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden geplaatst. Overigens is daarbij niet van belang dat niet nader ingegaan wordt op het aantal uren dat gedetineerden buiten de cel kunnen doorbrengen: hierop ziet het algemeen gevaar zoals door de rechtbank aangenomen voor detentie-instellingen in Letland, niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande is het vastgestelde algemene gevaar niet weggenomen voor de opgeëiste persoon. Bij deze stand van zaken is er voor de opgeëiste persoon een reëel gevaar dat hij in detentie in Letland onmenselijk of vernederend zal worden behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu er een individueel gevaar voor de opgeëiste persoon wordt aangenomen, moet de rechtbank de beslissing over de overlevering aanhouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, tenzij evident is dat het gevaar niet binnen een redelijke termijn zal worden weggenomen als gevolg van een wijziging in de omstandigheden. Naar het oordeel van de rechtbank is die situatie hier niet aan de orde, omdat het niet ondenkbaar is dat aanvullende informatie wordt verstrekt waarmee het algemene gevaar alsnog voor de opgeëiste persoon wordt weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom houdt de rechtbank de beslissing over de overlevering aan op grond van artikel 11, tweede lid, OLW. De rechtbank stelt daarbij, ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, een redelijke termijn vast van dertig dagen. De voortzetting van de zaak zal worden ingepland op de eerst mogelijke zittingsdag na het einde van deze termijn (op 26 februari 2026) of uiterlijk tien dagen daarna, zodat nagegaan kan worden of binnen de redelijke termijn een wijziging van de omstandigheden is opgetreden. Wanneer dit niet het geval is, zal ingevolge artikel 11, eerste lid, OLW geen gevolg worden gegeven aan het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De termijn om op het verzoek tot overlevering te beslissen loopt na de verlenging ter zitting af op 9 februari 2026. Nu de rechtbank, gezien het voorgaande, een verlenging nodig heeft om op het verzoek tot overlevering te beslissen, zal zij de beslistermijn verlengen met zestig dagen onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding met zestig dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>en<emphasis role="bold"> SCHORST </emphasis>het onderzoek en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland op een zitting tussen 26 februari 2026 en 8 maart 2026. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOUDT AAN </emphasis>de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT </emphasis>de termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW met zestig dagen, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk voor de Letse taal tegen nader te bepalen datum en tijdstip. </para>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. B.M. Vroom-Cramer,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. E. de Rooij en L. Baroud,                         				   	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink,		                         	    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_b62be035-9099-4ac3-9e5a-730e2f016b3a" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc6e1ec8-f7f4-4762-baf3-2a4dbb63acb1" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9347297-e1b8-46ef-b646-6c58beba924a" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4e6a1dd7-c684-4bac-af4e-1d39f21f4655" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:2036. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8437e287-07b4-48ca-83e5-73e0be515d77" label="5">
    <para> Vergelijk: Rechtbank Amsterdam, 12 januari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:206.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b1abf5d-ad9d-4fcd-8c47-508fc9b7d562" label="6">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:1005.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b10d7618-3905-4a8d-90a4-ef0e191b4152" label="7">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:6164.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_78f8dee7-fde1-4311-bebe-ff02d7672b83" label="8">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2025:10439; ECLI:NL:RBAMS:2025:10447; ECLI:NL:RBAMS:2025:8347. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>