<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:588</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T09:26:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-299647-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:588">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:588</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T09:26:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:588 Rechtbank Amsterdam , 22-01-2026 / 13-299647-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:588:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie EAB uit Slowakije. Tussenuitspraak. Heropenen en schorsen om om de antwoorden in de reeds gestelde vragen ten aanzien van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in de procedure die heeft geleid tot de beslissing met kenmerk T/150/2019 af te wachten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:588:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-299647-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 22 januari 2026 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 11 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_14330226-041a-415a-80d6-eaf9554ee17c" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 11 oktober 2022 door <emphasis role="italic">Okresný súd Galanta (District Court of Galanta), </emphasis>Slowakije<emphasis role="italic">, </emphasis>(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ), </para>
      <para>inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:</para>
      <para>
        [adres] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 januari 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, en (telefonisch) door een tolk in de Slowaakse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_0446538e-97f5-490e-b3d5-aeb0593a977f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Slowaakse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB en de aanvullende informatie van 12 december 2025 leidt de rechtbank af dat aan het overleveringsverzoek ten grondslag ligt een veroordeling van 07 januari 2020 door de <emphasis role="italic">Galanta District Court</emphasis> met kenmerk 1T/150/2019, uitvoerbaar op 29 januari 2020, in samenhang met een beslissing van de <emphasis role="italic">Galanta District Court </emphasis>met kenmerk 1T/150/2019 van 15 december 2021, uitvoerbaar op 20 januari 2022, waarbij de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf werd omgezet in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze straf resteert volgens het EAB nog volledig. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis van 7 januari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_cb6c276a-9356-44f0-a0bf-4a96f7929236" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman verzoekt de rechtbank de behandeling van de zaak aan te houden om het antwoord op de gestelde vraag in de veroordeling met kenmerk 1T/150/2019 van 7 januari 2020 af te wachten, omdat de aanvullende informatie niet compleet is. De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in de beslissing van de <emphasis role="italic">Trnava District Court </emphasis> van 22 oktober 2020 met kenmerk 15T/35/2020, de triggerende veroordeling, en de beslissing van 15 december 2021, waarbij de voorwaardelijke gevangenisstraf is omgezet in een onvoorwaardelijke straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie verzoekt eveneens de rechtbank de behandeling van de zaak aan te houden om het antwoord op de gestelde vraag in de veroordeling met kenmerk 1T/150/2019 van 7 januari 2020 af te wachten. Uit het EAB en de van de uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in deze procedure een adresinstructie heeft gekregen. Er ontbreekt informatie over de vraag welk adres zij heeft opgegeven, of de opgeëiste persoon in die procedure is opgeroepen voor de zitting waarop haar zaak is behandeld en, zo ja, of dat is gebeurd op het adres dat zij heeft opgegeven. </para>
      <para>Zij is bij dat vonnis van 7 januari 2020 veroordeeld tot een voorwaardelijke straf. Deze straf is later omgezet naar een onvoorwaardelijke straf. De reden daarvoor was dat zij zich schuldig had gemaakt aan het plegen van een nieuw strafbaar feit. Bij de behandeling van dat nieuwe strafbare feit, die heeft geleid tot de beslissing met kenmerk 15T/35/2020, is de opgeëiste persoon in persoon aanwezig geweest. Ten aanzien van die veroordeling is artikel 12 OLW dus niet van toepassing. Voor de zaak waarbij de voorwaardelijke straf is omgezet in een onvoorwaardelijke straf, de beslissing met kenmerk 1T/150/2019 van 15 december 2021, is de opgeëiste persoon in persoon opgeroepen en dus is artikel 12 sub a op die beslissing van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van de beslissing met nummer 1T/150/2019 van 7 januari 2020, uitvoerbaar op 29 januari 2020 van </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">the District Court in Galanta (Okresný súd Galanta)</emphasis>
        <emphasis role="underline">.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd – vonnis is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de informatie over de vraag of de opgeëiste persoon in deze procedure haar verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen onvolledig is. Uit het EAB en de van de uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in deze procedure een adresinstructie heeft gekregen. Er ontbreekt informatie over welk adres de opgeëiste persoon heeft opgegeven, of de opgeëiste persoon in die procedure is opgeroepen voor de zitting waarop haar zaak is behandeld en, zo ja, op welk adres zij is opgeroepen. De rechtbank zal dan ook het onderzoek heropenen en schorsen om de antwoorden op de hierover al gestelde vragen af te wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrijheidsstraf is aanvankelijk in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd. Bij beslissing van <emphasis role="italic">the District Court in Galanta</emphasis> van 15 december 2021, uitvoerbaar op 20 januari 2022, is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing tot tenuitvoerlegging zelf is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_cd1c7bfa-afcf-4ffc-ac06-627aff98d696" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 maart 2023<footnote-ref linkend="_1838d8df-16d3-4d57-ae1a-83a3ff3fd8b3" /> volgt dat de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit die ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf (de triggerende veroordeling) ook onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW. In dit geval is dat het vonnis van 22 oktober 2020 van <emphasis role="italic">the Trnava District Court </emphasis>met nummer 15T/35/2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De triggerende veroordeling met nummer 15T/35/2020 van 22 oktober 2020, uitvoerbaar op 22 oktober 2020, van </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">the Trnava District Court</emphasis>
      </para>
      <para>Uit de van de uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen aanvullende informatie van</para>
      <para>9 januari 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. Dat betekent dat artikel 12 OLW niet van toepassing is op dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">als degene die het gezag over een jongere uitoefent, en degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast, zijn verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet te zorgen, dat de jongere als leerling van een school staat ingeschreven en deze school na inschrijving geregeld bezoekt niet nakomen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>en schorst het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd, om de antwoorden in de reeds gestelde vragen ten aanzien van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in de procedure die heeft geleid tot de beslissing met kenmerk 1T/150/2019 af te wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>dat het onderzoek zal worden hervat op een nog nader te bepalen zitting vóór het verstrijken van de beslistermijn op 6 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk voor de Slowaakse taal tegen een nader te bepalen tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M. Westerman, voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Scheeper en L. Baroud, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_14330226-041a-415a-80d6-eaf9554ee17c" label="1">
    <para> Zie artikel 23 OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0446538e-97f5-490e-b3d5-aeb0593a977f" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
    <para>ÁG413124224491DÈ </para>
    <para>G413124224491</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_cb6c276a-9356-44f0-a0bf-4a96f7929236" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cd1c7bfa-afcf-4ffc-ac06-627aff98d696" label="4">
    <para> HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023:235 (<emphasis role="italic">Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)</emphasis>), punt 53.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1838d8df-16d3-4d57-ae1a-83a3ff3fd8b3" label="5">
    <para> HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023:235 (<emphasis role="italic">Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)</emphasis>). </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>