<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:5162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-15T08:57:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 24/1073, AMS 25/878 en AMS 25/2420</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:5162">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:5162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-14T13:24:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:5162 Rechtbank Amsterdam , 29-05-2026 / AMS 24/1073, AMS 25/878 en AMS 25/2420</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:5162:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser houdt UvA verantwoordelijk voor de inhoud van een proefschrift. Eiser wil rectificatie en een schadevergoeding. Eiser stelt meerdere keren beroep in, ook tegen het niet op tijd nemen van een besluit. Er is geen schadeveroorzakend besluit. Zaak is civielrechtelijk van aard, niet bestuursrechtelijk. Eiser accepteert dat niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:5162:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: 	AMS 24/1073, AMS 25/878 en AMS 25/2420</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], te [woonplaats], eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, verweerder. </bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft meerdere brieven van [eiser] ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat het over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. [eiser] heeft zich tot verweerder gewend met een verzoek om schadevergoeding. [eiser] is van mening dat hij schade heeft geleden als gevolg van lasterlijke en onheuse vermeldingen in het proefschrift ‘Een geschiedenis van de Surinaamse Literatuur’ uit 2002 van een hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam. [eiser] is op allerlei fronten benadeeld, onder meer in het krijgen van een baan. </para>
    <para />
    <para>2. [eiser] heeft verweerder op 21 juni 2023 een e-mail gestuurd met daarin zijn verzoek om schadevergoeding. [eiser] maakt aanspraak op een doctoraat of equivalent daarvan. </para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft verzoeker per e-mail van 14 juli 2023 het volgende bericht.  </para>
    <para>- Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Verweerder zal verzoeker ook niet de door hem gevraagde doctoraat of equivalent verstrekken. Verweerder heeft daarbij aangevoerd dat het verzoek om schadevergoeding het gevolg is van een besluit dat door de Universiteit van Twente is genomen. [eiser] zal zijn verzoek om schadevergoeding moeten richten aan de Universiteit van Twente. </para>
    <para>- Voor zover [eiser] het niet eens is met een beslissing van de Universiteit van Wageningen kan [eiser] zich tot die Universiteit wenden. </para>
    <para>- Verweerder is niet bevoegd een buitenlandse doctorsgraad te accrediteren. Een dergelijk verzoek kan bij de DUO worden gedaan.<footnote-ref linkend="_d52db215-ddbc-4bd9-8ce5-e61621d00958" /></para>
    <para>- Aan [eiser]’ verzoek een voor beroep vatbare beslissing af te geven kan niet worden voldaan omdat [eiser]’ claim is gebaseerd op het civiele recht. Er is geen sprake van een bestuursrechtelijk geschil. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De rechtbank beslist in deze uitspraak op: </para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>AMS 25/878: het beroepschrift van 28 september 2023 tegen het niet op tijd nemen van een besluit dat [eiser] bij rechtbank Midden-Nederland heeft ingediend;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>AMS 24/1073: het beroepschrift van 29 september 2023 tegen het niet op tijd nemen van een besluit dat [eiser] bij rechtbank Midden-Nederland heeft ingediend; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>AMS 24/1073: het beroepschrift van 5 oktober 2023 tegen het niet op tijd nemen van een besluit dat [eiser] bij rechtbank Midden-Nederland heeft ingediend; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>AMS 24/1073: het verzoekschrift van 11 februari 2024 om een schadevergoeding;  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>AMS 25/2420: het beroepschrift van 13 april 2024 tegen het niet op tijd nemen van een besluit.<footnote-ref linkend="_e2bcf908-8281-49b6-b8e1-4ab60a2c1c9e" /></para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>5. In alle zaken (a t/m e) gaat het over het uitblijven van een beslissing door verweerder op een aansprakelijkheidsstelling, oorspronkelijk gedateerd op 11 oktober 2013. In de zaken zijn (deels) dezelfde stukken ingezonden. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank zal eerst het verzoek om schadevergoeding beoordelen (d). Vervolgens worden de beroepen tegen het niet op tijd nemen van een besluit (a, b, c en e) beoordeeld. Tot slot komt het beroep op betalingsonmacht aan de orde. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank sluit de onderzoeken omdat voortzetting van de onderzoeken niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is om van het verzoek en de beroepen kennis te nemen.<footnote-ref linkend="_a62b23ec-8f96-40d8-8ec9-bab40a6f8629" /></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">(d) Het verzoek om schadevergoeding </emphasis>
      <footnote-ref linkend="_7a693d02-ee24-4e35-8761-3d3debba702c" />
    </para>
    <para />
    <para>8. De bestuursrechter is bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit.<footnote-ref linkend="_405be82b-0efc-4a5e-90ec-8b804f0f1876" /> Het moet dan wel gaan om een besluit in de zin van de Awb, dat wil zeggen een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publieksrechtelijke handeling.<footnote-ref linkend="_076fb494-87f7-4729-97e4-ec8186f89e83" /> Anders is de bestuursrechter niet bevoegd.</para>
    <para />
    <para>9. [eiser] heeft in het beroepschrift niet vermeld wat het schadeveroorzakend besluit is, noch heeft [eiser] gemotiveerd waarom volgens hem sprake is van een bestuursrechtelijk geschil en waarom de bestuursrechter bevoegd is van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen. </para>
    <para />
    <para>10. De griffier heeft [eiser] per aangetekend verzonden brief van 31 mei 2024 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken het schadeveroorzakend besluit op te sturen. [eiser] heeft op 3 juni 2024 een aan verweerder gerichte e-mail van 13 februari 2024 ingezonden, waarin [eiser] aangeeft schade te hebben geleden. [eiser] schrijft daarbij heeft geen reactie van verweerder op deze e-mail ontvangen. </para>
    <para />
    <para>11. Daarmee heeft [eiser] niet voldaan aan het verzoek van de rechtbank. De rechtbank kan niet vaststellen dat aan het verzoek om een schadevergoeding een schadeveroorzakend besluit in de zin van de Awb ten grondslag ligt. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de bestuursrechter niet bevoegd is te oordelen over het verzoek om schadevergoeding. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beroepen tegen het niet op tijd nemen van een besluit (4a, 4b, 4c en 4e)  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>14. De rechtbank stelt vast dat de beroepen zoals genoemd onder punt 4a, 4b, 4c en 4e van deze uitspraak, zijn gericht tegen het niet op tijd nemen van een besluit op een en dezelfde aansprakelijkheidsstelling van [eiser]. Dat betekent dat sprake is van herhaalde beroepen (4b, 4c en 4e), terwijl op de eerste beroep (4a) nog niet was beslist. Dergelijke herhaalde beroepen zijn in beginsel niet-ontvankelijk. Niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde beroepen blijft echter in dit geval achterwege, omdat de rechtbank eerst de vraag zal beantwoorden of zij bevoegd is om van de beroepen kennis te nemen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is de bestuursrechter bevoegd? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>19. De beroepen van [eiser] zijn er op gericht een reactie van verweerder te krijgen op zijn email van 13 februari 2023. In deze e-mail houdt [eiser] verweerder verantwoordelijk voor het vervatte in de door verweerder geaccordeerde dissertatie van het al genoemde proefschrift. </para>
    <para />
    <para>20. Verweerder heeft zich in het verweerschriften van 23 augustus 2024 en van 24 juni 2025 op het standpunt gesteld dat de aansprakelijkheidsstelling van [eiser] civielrechtelijk van aard is.<footnote-ref linkend="_f18983d3-6730-460c-8ab1-78edba22138a" /> Er is dus geen sprake van het niet op tijd nemen van een besluit. Van een schadeveroorzakend besluit is volgens verweerder evenmin sprake.<footnote-ref linkend="_000ca054-dfe3-42d4-af56-c0f20aa2af72" /></para>
    <para />
    <para>21. [eiser] heeft ter onderbouwing van het standpunt dat de bestuursrechter wel degelijk bevoegd is, aangevoerd dat zijn schadeclaim bij de civiele rechter is afgewezen. Het is daarom nu noodzakelijk de bron aan te tasten om de verloren rechtszaak te laten herzien. Het tweede aspect dat een bestuursrechtelijke route doet rechtvaardigen is het feit dat het hier om een examenuitslag gaat. examenuitslagen bewandelt men doorgaans het bestuursrechtelijke traject..  </para>
    <para />
    <para>22. De rechtbank volgt [eiser] niet in zijn betoog. Op grond van artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb, kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit inzake vergoeding van schade wegens onrechtmatig bestuurshandelen. Dat betekent dat evenmin beroep bij de bestuursrechter openstaat tegen het niet tijdig nemen van een dergelijk besluit. Wat [eiser] heeft aangevoerd kan daar niet aan af doen. </para>
    <para />
    <para>23. Het voorgaande betekent dat de bestuursrechter onbevoegd is om van de beroepen, zoals genoemd onder punt 4a, 4b, 4c en 4e van deze uitspraak, kennis te nemen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het beroep op betalingsonmacht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>24. [eiser] heeft in beide zaaknummers een beroep op betalingsonmacht ingediend.<footnote-ref linkend="_712e6bc6-a071-449b-8554-280a765a5de8" /> Omdat de bestuursrechter zich onbevoegd heeft verklaard wordt van [eiser] geen griffierecht geheven. De definitieve beoordeling van de verzoeken om vrijstelling van de betaling van het griffierecht blijven daarom achterwege. </para>
    <para />
    <para>25. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van de beroepen en het verzoek kennis te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig-Rocour, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>29 mei 2026**</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: B</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d52db215-ddbc-4bd9-8ce5-e61621d00958" label="1">
    <para> 	DUO is de afkorting van de Dienst Uitvoering Onderwijs </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e2bcf908-8281-49b6-b8e1-4ab60a2c1c9e" label="2">
    <para> 	op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a62b23ec-8f96-40d8-8ec9-bab40a6f8629" label="3">
    <para> 	artikel 8:54, eerste lid, van de Awb  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a693d02-ee24-4e35-8761-3d3debba702c" label="4">
    <para> 	op grond van artikel 8:90 van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_405be82b-0efc-4a5e-90ec-8b804f0f1876" label="5">
    <para> 	artikel 8:88, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_076fb494-87f7-4729-97e4-ec8186f89e83" label="6">
    <para> 	artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f18983d3-6730-460c-8ab1-78edba22138a" label="7">
    <para> 	het verweerschrift van 23 augustus 2024 is ingediend in UTR 23/4762, het verweerschrift van 24 juni </para>
    <para>	2025 in AMS 25/2420 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_000ca054-dfe3-42d4-af56-c0f20aa2af72" label="8">
    <para> 	artikel 8:88, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_712e6bc6-a071-449b-8554-280a765a5de8" label="9">
    <para> 	beroep op betalingsonmacht is hetzelfde als een verzoek om vrijstelling van de betaling van het </para>
    <para>	griffierecht. De procedure wordt ook wel BOBOG genoemd. Een verzoek om uitstel van betaling valt </para>
    <para>	eveneens onder BOBOG </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>