<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:2252</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T15:17:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-269302-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2252">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2252</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T14:10:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:2252 Rechtbank Amsterdam , 17-02-2026 / 13-269302-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:2252:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. EAB Polen t.b.v. de tenuitvoerlegging van een in Polen opgelegde straf. Verzamelvonnis. Meermaals opgevraagde vertaling van aanvullende informatie niet verstrekt. De rechtbank kan niet vaststellen dat de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon inhoudt. Weigeringsgrond art. 12 OLW van toepassing. Rechtbank ziet niet af van het toepassen van de weigeringsgrond. Overlevering geweigerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:2252:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-269302-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 28 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_ffbd6f04-ca63-4fdd-bdc3-72222de5941d" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 19 augustus 2025 door <emphasis role="italic">the Provincial Court (Sąd Okręgowy) in Radom,</emphasis> Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1999, </para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 23 december 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 23 december 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.K.S. Toelsie, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_38554834-2e98-4ca0-bd38-ff8089f64b27" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslistermijn is nogmaals verlengd met 30 dagen op grond van uitzonderlijke omstandigheden zoals bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie zoals bedoeld in artikel 27, derde lid, OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting is geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen:</para>
      <para>o de nog ontbrekende informatie met betrekking tot de toetsing aan artikel 12 OLW te verkrijgen van de uitvaardigende justitiële autoriteit;</para>
      <para>o om bij de uitvaardigende justitiële autoriteit na te gaan of – gelet op het gevoerde verweer inclusief het overgelegde <emphasis role="italic">revoking arrest</emphasis> en de aanwijzing dat mogelijk al meerdere boetes zijn betaald en daardoor straffen mogelijk zijn ‘teruggedraaid’ – de veroordelingen waar het EAB op ziet nog steeds actueel en van kracht zijn;    </para>
      <para>o om af te wachten of het al opgevraagde certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van <emphasis role="italic">the cumulative judgement imposed by the District Court in Radom on 11 October 2021 </emphasis>(kenmerk: II K 2188/20) door de uitvaardigende justitiële autoriteit wordt toegestuurd en zo ja om deze stukken toe te voegen aan het dossier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 5 februari 2026</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van het EAB – met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling – voortgezet op de zitting van 5 februari 2026, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.K.S. Toelsie, en door een tolk in de Poolse taal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting is geschorst tot 17 februari 2026 om de vertaling van de verstrekte aanvullende informatie van 21 januari 2026 af te wachten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 17 februari 2026</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op deze zitting de behandeling van het EAB – met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling – voortgezet , in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.K.S. Toelsie, en door een tolk in de Poolse taal. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt <emphasis role="italic">a cumulative judgement imposed by the District Court in Radom</emphasis> van </para>
      <para>11 oktober 2021<emphasis role="italic">,</emphasis> met kenmerk II K 2188/20 (hierna: het verzamelvonnis). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog drie jaar en tien maanden. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde verzamelvonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verzamelvonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_59b58b18-9f8d-42af-91f2-f5656dfe3314" /> Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 4 december 2025 blijkt dat er in het verzamelvonnis 19 vonnissen van <emphasis role="italic">the District Court </emphasis>in Radom en nog een onbekend aantal vonnissen van andere rechtbanken, zijn samengevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW. Hierbij is van belang dat uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot het verzamelvonnis heeft geleid. Over de aanwezigheid van de opgeëiste persoon in de procedures die tot de onderliggende vonnissen hebben geleid, is in het EAB niets opgenomen. Om die reden is meermaals om aanvullende informatie verzocht met betrekking tot het verzamelvonnis en de vele onderliggende veroordelingen. Naar aanleiding van aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 4 december 2025 zijn opnieuw vragen gesteld over het verzamelvonnis (en de onderliggende veroordelingen). Naar aanleiding van de behandeling op 23 december 2025 (zie hiervoor onder punt 1) zijn op </para>
      <para>24 december 2025 (nogmaals) nadere vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Op 21 januari 2026 is aanvullende informatie vanuit Polen ontvangen. Deze aanvullende informatie is in de Poolse taal opgesteld. Op 5 februari 2026, 10 februari 2026 en 16 februari 2026 is – mede namens de rechtbank – door het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) aan de uitvaardigende justitiële autoriteit verzocht om de vertaling van deze aanvullende informatie. Een vertaling van die aanvullende informatie is niet ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een verzamelvonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Allereerst is niet duidelijk op wiens verzoek de procedure die tot het verzamelvonnis heeft geleid is gestart. Op basis van het dossier kan in ieder geval niet worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedure die heeft geleid tot het verzamelvonnis. Ook is niet gebleken van informatie waaruit afgeleid kan worden dat de opgeëiste persoon verplicht was om bereikbaar te zijn op een bepaald adres in verband met de procedure die tot het verzamelvonnis heeft geleid of dat de opgeëiste persoon in deze procedure anderszins verwijtbaar is geweest ten aanzien van zijn beschikbaarheid voor de Poolse justitie. De rechtbank kan dus niet vaststellen dat de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon inhoudt en zal daarom de overlevering weigeren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande brengt met mee dat de aan het verzamelvonnis ten grondslag liggende veroordelingen geen nadere bespreking behoeven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Provincial Court (Sąd Okręgowy) in Radom</emphasis> (Polen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP</emphasis> de (geschorste) overleveringsdetentie<emphasis role="bold">.</emphasis></para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. B.M. Vroom-Cramer, 		                        					voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C.M. Hamer en C.M.S. Loven,   				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster,		                        		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ffbd6f04-ca63-4fdd-bdc3-72222de5941d" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38554834-2e98-4ca0-bd38-ff8089f64b27" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_59b58b18-9f8d-42af-91f2-f5656dfe3314" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>