<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:2245</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T13:14:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-340340-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2245">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2245</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T09:41:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:2245 Rechtbank Amsterdam , 03-03-2026 / 13-340340-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:2245:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. Litouws EAB t.b.v. vervolging. Accessoire overlevering. De aanvullende informatie, die is toegespitst op de opgeëiste persoon, neemt het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon weg. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:2245:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-340340-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 3 maart 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 18 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_2984d0a1-e364-43f0-86d6-9fb69b4db2fd" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 7 november 2025 door <emphasis role="italic">the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania</emphasis>, Litouwen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] (Litouwen), </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>nu gedetineerd in [detentieadres], </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 februari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. V.G. Kraal, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Litouwse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_be338314-f96b-4e1a-ae79-17091a36b708" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">Ruling of 1 August 2025 of the Vilnius City District Court to impose the constraint measure of detention (pre-trial investigation No 01-1-38476-24)</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Litouws recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_7a57fa4d-7249-4deb-bdb9-6289088259fe" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
        </para>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan ten aanzien van feit drie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit feit levert naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Accessoire overlevering</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt op basis van aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 13 februari 2026 vast dat de maximumstraf voor de feiten één en twee in Litouwen telkens 45 dagen is. Deze maximumstraf voldoet dus niet aan het vereiste dat in de uitvaardigende lidstaat op een feit waarvoor de overlevering wordt verzocht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld. Deze feiten zijn overigens wel naar Nederlands recht strafbaar en leveren op: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen, meermaals gepleegd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat de officier van justitie niet ontvankelijk moet worden verklaard met betrekking tot deze feiten, omdat niet is voldaan aan artikel 7 OLW.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht van de mogelijkheid als bedoeld in artikel 7, zesde lid, OLW gebruik te maken en de overlevering ook voor deze feiten toe te staan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat het EAB op drie feiten ziet waarvan feit drie voldoet aan de eisen van dubbele strafbaarheid (zie hiervoor onder 4.1). Gelet op het bepaalde in artikel 7, zesde lid, OLW kan de rechtbank daarom ook voor de feiten één en twee de overlevering toestaan. De rechtbank maakt van deze mogelijkheid gebruik en overweegt hierbij dat door accessoire overlevering alle beschuldigingen tegen de opgeëiste persoon tegelijk kunnen worden afgedaan. Dit is in het belang van een effectieve rechtspleging en – omdat mogelijk een strafoplegging volgt na overlevering – het belang om straffeloosheid zoveel mogelijk te voorkomen. Dat alle beschuldigingen tegelijk worden afgedaan, is naar het oordeel van de rechtbank ook in het belang van de opgeëiste persoon.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: Litouwse detentieomstandigheden  <?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft in een uitspraak van 12 december 2024 vastgesteld dat in alle detentie-instellingen in Litouwen een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).<footnote-ref linkend="_6623173e-5464-4ded-ac1a-368eb5dd5d6b" /> Het algemeen gevaar ziet met name op de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel) met geweld tegen en een vernederende behandeling van gedetineerden in de lagere kasten tot gevolg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 20 januari 2026 een brief toegestuurd van de <emphasis role="italic">Lithuanian Prison Service</emphasis> van 13 januari 2026 met onder meer de volgende informatie: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“[..] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. In the event of his surrender on the basis of the EAW, during the term of his detention, [opgeëiste persoon] will be held in the Vilnius Prison in accordance with the area of activity of the District Court of Vilnius City, which imposed detention. Detainees in the Vilnius Prison are usually held in cells for 3-4 persons. There are no single-occupancy cells in the Vilnius Prison, however, if necessary, [opgeëiste persoon] could be held alone. Whether [opgeëiste persoon] will be held with other detainees or alone will only be decided after a thorough assessment of the potential risks (for more details on the assessment of risks, see paragraph 3).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Please be informed that there are around 30 prisoners per 1 officer working with prisoners. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">the ratio of prison staff to prisoners is 1:30 and applies to all prisons in Lithuania. This applies to all days of the week throughout the day. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">3. In all prisons of Lithuania, detainees are subject to assessment on the basis of their potential risk of violence or their potential for violence, and, depending on the risks identified, detainees are differentiated and placed in cells in such a way that ensures their safety. If [opgeëiste persoon] were surrendered to Lithuania on the basis of the EAW, before being placed in a cell, he would be assessed for any possible risks of violence and would be placed in a cell free of the risk of any violent conflicts between him and other detainees in that cell. Prison staff continuously monitor the microclimate among detainees and apply preventive measures to avoid violent conflicts if they identify or receive information about any potential risk of violent conflicts among detainees, including separating detainees who may have a violent conflict, redistributing detainees in cells or isolating them.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Prison staff who observe any signs of violence, including verbal and psychological violence, among detainees or convicted persons, must investigate the situation and take action to prevent violent acts. The safety of [opgeëiste persoon] in prison outside the cell, i.e. in the common-use areas, in the yard, will be ensured: </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.1.1.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">by officers working in assigned posts and monitoring the microclimate among detainees, and thereby identifying, in a timely manner, any possible preconditions for violent conflicts and taking measures to prevent conflicts before they arise; </emphasis>
        </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">by monitoring the situation through video cameras installed in the majority of common-use areas of the prison;</emphasis>
        </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">by direct communication between the contact officer and [opgeëiste persoon] and by providing him with the necessary assistance; </emphasis>
        </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">by limiting [opgeëiste persoon]' contacts with detainees from other cells, i.e. during the activities outside the cell (walks, employment, etc.), [opgeëiste persoon] will stay only with the detainees from his cell, with whom he will be held only after the performance of assessment of the risks referred to in paragraph 3.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">[..]”</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Vervolgens heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 30 januari 2026 een brief toegestuurd van de <emphasis role="italic">Lithuanian Prison Service</emphasis> van 23 januari 2026 waarin onder meer de volgende informatie staat: </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">[..] In response to the questions submitted, we inform you that detainees/prisoners are guaranteed at least 3.6 sq. m. of living space (excluding sanitary facilities). </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">[..] </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">We draw your attention to the fact that in order to protect [opgeëiste persoon] from the effects of the caste system in common premises, he will be placed in a cell with other prisoners only after it has been established that there is no risk of conflict between these prisoners and that they can peacefully coexist in one cell. [opgeëiste persoon] will be taken for walks or gym, or to other activities only with the prisoners from his cell. The activities according to the daily schedule are organised for the prisoners of one cell, the prisoners from different cells do not participate in joint activities.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Furthermore, in order to control violence between prisoners, the leaders of the informal prison hierarchy, their accomplices or other prisoners, who have a negative influence on other detainees, are being kept separately from other easily influenced prisoners, as far as possible. Leaders of the informal prison hierarchy are isolated on separate floors and in separate locked cells.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">[..]”</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
          </para>
          <para>De raadsman heeft betoogd dat ondanks alle toezeggingen de detentieomstandigheden in Litouwen nog steeds ondermaats zijn. Daarom staat artikel 11 OLW aan de overlevering in de weg. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft zich – onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank<footnote-ref linkend="_a6f30da4-aa55-43b5-9c0e-cfe1dccbe62d" /> – op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan, omdat de garanties in de aanvullende informatie voldoende zijn om het algemeen reëel gevaar van schending van artikel 4 van het Handvest voor de opgeëiste persoon weg te nemen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de aanvullende informatie van 13 januari 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd in de <emphasis role="italic">Vilnius prison</emphasis>. De rechtbank zal daarom alleen de detentieomstandigheden in deze instelling toetsen.<footnote-ref linkend="_d2c50024-c782-493b-a960-5d57fe856d08" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat met de aanvullende informatie van 13 en 23 januari 2026, die is toegespitst op de opgeëiste persoon, het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor hem is weggenomen. In deze aanvullende informatie worden concrete maatregelen genoemd om de opgeëiste persoon te beschermen tegen de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel). Deze maatregelen zien niet alleen op het risico op geweld of een vernederende behandeling van de opgeëiste persoon in zijn cel en tijdens activiteiten, maar ook op dergelijke risico’s tijdens het verblijf van de opgeëiste persoon in de gemeenschappelijke ruimtes. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Nu de verstrekte informatie het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt, staat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 47 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania</emphasis>, Litouwen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. B.M. Vroom-Cramer, 		                         					voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C.M. Hamer en C.M.S. Loven,   				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 maart 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_2984d0a1-e364-43f0-86d6-9fb69b4db2fd" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be338314-f96b-4e1a-ae79-17091a36b708" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a57fa4d-7249-4deb-bdb9-6289088259fe" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6623173e-5464-4ded-ac1a-368eb5dd5d6b" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:8240.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a6f30da4-aa55-43b5-9c0e-cfe1dccbe62d" label="5">
    <para> Rb. Amsterdam, 4 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:8346 en 24 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10722. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2c50024-c782-493b-a960-5d57fe856d08" label="6">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>