<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:1942</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T13:45:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-173457-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1942">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1942</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T12:45:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:1942 Rechtbank Amsterdam , 18-02-2026 / 13-173457-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1942:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekschriften ex artikel 67 OLW jo. 533/530 Sv. Toewijzing m.b.t. de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. Afwijzing m.b.t de schadevergoeding i.v.m. detentie omdat blijkt dat de dagen in detentie zijn afgetrokken van de straf in België.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1942:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-173457-24</para>
      <para>RK nummers: 009035-25 en 009036-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de verzoeken tot schadevergoeding en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 67 van de Overleveringswet (hierna: OLW) in samenhang met artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), </para>
      <para>te dezen domicilie kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,</para>
      <para>mr. S.J. Römer, [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schriftelijke verzoeken, bij de rechtbank ingediend op 7 april 2025, heeft verzoeker vergoeding verzocht van de schade geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming, voor de vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand in de overleveringsprocedure alsmede de standaardvergoeding van € 340,- voor de kosten die verband houden met het opstellen en indienen van het verzoek, te vermeerderen met € 340,- in geval sprake is van een mondelinge behandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 31 juli 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 31 juli 2025 de gemachtigd raadsman van verzoeker, mr. S.J. Römer, advocaat in Amsterdam, en de officier van justitie mr. A.L. Wagenaar, in openbare raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tussenbeschikking van 14 augustus 2025</emphasis>
      </para>
      <para>In een tussenbeschikking van 14 augustus 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nader te bevragen. Uit de bij brief van 30 oktober 2024 verstrekte informatie volgt namelijk niet of het vonnis van 15 juli 2024 van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen afdeling Gent voor tenuitvoerlegging vatbaar was en daarmee of de overlevering ten behoeve van de vervolging van verzoeker feitelijk (on)mogelijk was. Ook blijkt niet of in België nog een vrijheidsbenemende straf open staat en zo ja, of de overleveringsdetentie die verzoeker in Nederland heeft ondergaan, in mindering zal worden gebracht op die openstaande straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 5 november 2025</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van de verzoekschriften op de zitting van 5 november 2025 – na toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling hervat. De rechtbank heeft de gemachtigd raadsman van verzoeker, mr. S.J. Römer, advocaat in Amsterdam, en de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, in openbare raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tussenbeschikking van 19 november 2025</emphasis>
      </para>
      <para>In een tussenbeschikking van 19 november 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nader te bevragen. Uit de brief van 23 oktober 2025 blijkt dat er geen resterende vrijheidsstraf meer open staat in België. Uit onderdeel e) van het ingetrokken EAB kan echter worden afgeleid dat er nog een vrijheidsstraf zou kunnen openstaan in België. De rechtbank acht het daarom denkbaar dat de dagen die verzoeker in Nederland in overleveringsdetentie heeft doorgebracht, zijn of worden afgetrokken van de reststraf. Gelet op de inconsistentie tussen de informatie uit het EAB en de aanvullende informatie van 23 oktober 2025 is de rechtbank van oordeel dat onduidelijk is of nog een reststraf openstaat in België. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 4 februari 2026</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van de verzoekschriften op de zitting van 4 februari 2026 – na toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling hervat. De rechtbank heeft de gemachtigd raadsman van verzoeker, mr. S.J. Römer, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie, mr. N. Lemmers, in openbare raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tussenbeschikkingen van 14 augustus 2025 en 19 november 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen in de tussenbeschikkingen van 14 augustus 2025 en 19 november 2025. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>Naar aanleiding van de tussenbeschikking van 19 november 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 24 november 2025 de volgende aanvullende informatie verstrekt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="italic">“Kunt u aangeven hoe lang verzoeker in België voorarrest heeft gezeten?</emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">Betrokkene heeft in België in voorarrest gezeten van 25-11-2023 tot 03-05-2024. In de periode van 04-05-2024 tot 28-01-2025 heeft betrokkene zich onttrokken aan de voorlopige hechtenis en strafuitvoering onder elektronisch toezicht. Intussen was hij op 15-07-2024 veroordeeld tot een definitieve gevangenisstraf van 10 maanden. Hij is dan opnieuw in strafuitvoering gegaan vanaf 29-01-2025 tot 11-03-2025, dag van zijn verwijdering van het Belgische grondgebied.</bridgehead>
    <para>2. <emphasis role="italic">Indien verzoeker minder dan 10 maanden in voorarrest heeft gezeten, kunt u aangeven, of en zo ja, welke -(resterende,) vrijheidsstraf in België nog openstaat?</emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">Betrokkene heeft minder dan 10 maanden in voorarrest verbleven en er staat geen vrijheidsstraf meer open in België.</bridgehead>
    <para>3. <emphasis role="italic">Kunt u vervolgens aangeven of de dagen die verzoeker in Nederland in overleveringsdetentie heeft doorgebracht in mindering zijn gebracht en zo neen: garanderen dat die dagen alsnog op die resterende vrijheidsstraf in mindering worden gebracht?</emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">De dagen die betrokkene in overleveringsdetentie heeft verbleven zijn in mindering gebracht.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aanvullend kan ik meedelen dat het strafeinde van betrokkene in België was vastgelegd op 16-06-2025, dat hij door de Dienst Vreemdelingenzaken wettelijk en voorlopig in vrijheid is gesteld met het ook (de rechtbank begrijpt: oog) op verwijdering, aangezien hij een uitwijzingsbevel had ontvangen en aldus op 11-03-2025 België is uitgewezen.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verzoeken moeten worden toegewezen. Naar aanleiding van de antwoorden van 24 november 2025 is nog immer veel onduidelijk over de detentie in België. Hierdoor moet ook worden getwijfeld aan de opmerking dat de dagen die verzoeker in Nederland in overleveringsdetentie heeft doorgebracht in mindering zijn gebracht op de opgelegde straf van tien maanden in België. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>Volgens de officier van justitie is in de aanvullende informatie van 24 november 2025 vermeld dat de dagen die verzoeker in Nederland in overleveringsdetentie heeft doorgebracht, zijn afgetrokken van de straf die in België is opgelegd, zodat daarvan moet worden uitgegaan. Om die reden verzoekt de officier van justitie het verzoek ten aanzien van de ondergane vrijheidsbeneming af te wijzen. Toekenning van dit verzoek zou niet billijk zijn. Daarnaast heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vergoeding voor de kosten die in verband met het opstellen, indienen en behandelen van de verzoeken zijn gemaakt wel kan worden toegekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Toetsingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 67 OLW correspondeert met artikel 59 Uitleveringswet (UW). Artikel 67, eerste lid, OLW bepaalt dat de rechtbank op verzoek van de opgeëiste persoon hem een vergoeding ten laste van de Staat kan toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming bevolen krachtens de OLW. Daarvoor is vereist dat zijn overlevering is geweigerd. Artikel 533, derde, vierde en zesde lid, Sv en de artikelen 534, 535 en 536 Sv zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de gevallen als bedoeld in artikel 67, eerste lid, OLW zijn de artikelen 529 en 530 Sv van overeenkomstige toepassing op vergoeding van kosten voor rechtsbijstand, zo bepaalt artikel 67, tweede lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 534, eerste lid, Sv kent de rechtbank een vergoeding voor schade, geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en rechtsbijstand, toe indien daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn. Daarbij moeten alle feiten en omstandigheden in aanmerking worden genomen. Gelet op het bovengenoemd toetsingskader en onder verwijzing naar twee beschikkingen van 26 juli 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:5339 respectievelijk ECLI:NL:RBAMS:2018:5343) overweegt de rechtbank dat een weigering van de overlevering tot de vaststelling leidt dat verzoeker ten onrechte gedetineerd is geweest, en dat deze vaststelling vergoeding van schade, geleden als gevolg van vrijheidsbeneming, op grond van artikel 67 OLW in beginsel toewijsbaar maakt. Het ten onrechte gedetineerd zijn geweest leidt er immers toe dat het redelijk is dat de nadelige gevolgen van de vrijheidsbeneming niet voor rekening van verzoeker worden gelaten, maar door de Staat worden gedragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de vergoeding van de schade die is geleden als gevolg van vrijheidsbeneming op grond van de Overleveringswet niet op zijn plaats is. In de aanvullende informatie van zowel 23 oktober 2024 als 24 november 2025 is vermeld dat de dagen die verzoeker in Nederland in overleveringsdetentie heeft doorgebracht, zijn afgetrokken van de straf die in België is opgelegd en ondergaan. Er heeft blijkens die informatie daadwerkelijke compensatie plaatsgevonden van de gestelde (detentie-) schade.  Dat er wellicht, als door de raadsman aangevoerd, ook na de aanvullende informatie nog onduidelijkheden resteren over de exacte gang van zaken met betrekking tot die detentie in België doet niet aan deze vermelding af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal wel het verzoek tot vergoeding voor de kosten die verband houden met het opstellen, indienen en behandelen van de verzoeken toekennen, omdat het verzoekschrift in de eerste tussenbeschikking reeds ontvankelijk is verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank <emphasis role="bold">WIJST TOE </emphasis>de verzoeken tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand ten bedrage van: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>- € 1360, - <emphasis role="bold">€ 1360, -</emphasis> voor de kosten die in verband met het opstellen, indienen en behandelen van de verzoeken zijn gemaakt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank <emphasis role="bold">WIJST AF </emphasis>de verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten voor de rechtsbijstand in de overleveringsprocedure ten bedrage van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- € 1.090,- <emphasis role="bold">€ 1.090,- </emphasis>vanwege vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure en </para>
    <para />
    <para>- € 1.815,- <emphasis role="bold">€ 1.815,- </emphasis>voor de kosten van rechtsbijstand in de overleveringsprocedure. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 18 februari 2026 en in het openbaar uitgesproken door</para>
      <para>mr. C. Klomp,                                                 			                      voorzitter,</para>
      <para>mrs. L. Baroud en J.T.H. Zimmerman,			             	             rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink,			                          griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Amsterdam, Internationale rechtshulpkamer, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1360,- (dertienhonderdzestig euro) op</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>IBAN/rekeningnummer			</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [IBAN] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ten name van 					</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Römer Advocatuur te Amsterdam, </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>onder vermelding van </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">vergoeding 67 OLW, 533 en 530  Sv, inzake: [verzoeker] (verzoeker).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan op 18 februari 2026</para>
      <para>door mr. C. Klomp, voorzitter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>