<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:1706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:09:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-326258-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1706">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:02:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:1706 Rechtbank Amsterdam , 17-02-2026 / 13-326258-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1706:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Polen. Overlevering geweigerd. Artikel 12 OLW.  Weigeringsgrond van toepassing. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van deze weigeringsgrond. Niet kan worden geconcludeerd dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedure in hoger beroep en daarmee in die procedure zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. Omdat de uitvaardigende justitiële autoriteit ruimschoots de mogelijkheid heeft gehad om hier duidelijkheid over te verschaffen en de beslistermijn geen ruimte biedt voor het stellen van nadere vragen, zal de overlevering worden geweigerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1706:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-326258-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 2 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_83f525e7-21aa-445d-98d3-081f2ffea91b" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 23 april 2025 (met rectificaties op 29 april 2025 en 6 mei 2025) door <emphasis role="italic">the District Court in Bydgoszcz, III penal Division</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] (Polen), </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 februari 2026, in aanwezigheid van mr. G.J.A.M. Rasker, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.W.J. Faber, advocaat in Eindhoven en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_b04f4b3f-a0c5-41a7-9674-8363399e4be0" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 13 februari 2026 de gevangenhouding opgeheven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een verzamelvonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Inowrocław</emphasis>, van 12 september 2023 met kenmerk II K 630/23 en een arrest van 25 januari 2024 met kenmerk IV Ka 1204/23 van <emphasis role="italic">the District Court in Bydgoszcz </emphasis>dat het verzamelvonnis in hoger beroep heeft bekrachtigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het verzamelvonnis liggen de volgende onderliggende vonnissen ten grondslag:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Inowrocław</emphasis> van 16 december 2021, kenmerk II K 1121/21;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Inowrocław</emphasis> van 19 januari 2022, kenmerk II K 943/21;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Inowrocław</emphasis> van 10 februari 2022, kenmerk II K 1378/21;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Inowrocław</emphasis> van 10 februari 2022, kenmerk II K 1374/21;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Inowrocław</emphasis> van 10 februari 2022, kenmerk II K 1513/21;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Inowrocław</emphasis> van 10 februari 2022, kenmerk II K 1396/21;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Inowrocław</emphasis> van 22 maart 2022, kenmerk II K 1347/21. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest met kenmerk IV Ka 1204/23.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_0651883f-c982-45dc-b925-9ed57eff365c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat de overlevering moet worden geweigerd. Er is sprake van een verzamelvonnis waartegen hoger beroep is gesteld. Volgens onder meer het <emphasis role="italic">Zdzsiaszek-</emphasis>arrest dient de procedure in hoger beroep te worden onderworpen aan de toets van artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_db2392b5-bb59-4c67-ba96-13bce9bf779d" /> Volgens de raadsman is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing, omdat onvoldoende is onderbouwd hoe de oproeping voor de procedure in hoger beroep is verlopen. Daarnaast heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon niet zelf een advocaat heeft gemachtigd om namens hem op zitting de verdediging te voeren, maar dat deze is aangesteld door de staat. Deze advocaat heeft vervolgens zelf hoger beroep ingesteld. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon gebruik heeft kunnen maken van zijn verdedigingsrechten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair heeft de raadsman verzocht om de zaak aan te houden om nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Meer subsidiair verzoekt de raadsman om een verzetsgarantie op te vragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht om de zaak aan te houden dan wel tussenuitspraak te wijzen om aanvullende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Het is onduidelijk hoe de oproeping voor de procedure in hoger beroep in 2024 heeft plaatsgevonden. Er is meer informatie nodig om te kunnen beoordelen of de opgeëiste persoon gebruik heeft kunnen maken van zijn verdedigingsrechten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het verzamelvonnis van </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">the District Court in Inowrocław</emphasis>
        <emphasis role="underline"> (II K 630/23)</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat in onderdeel d), onder punt vier, van het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon niet op de hoogte is gesteld van de datum voor het proces in eerste aanleg, maar dat de rechtbank in Inowrocław bij beschikking een advocaat heeft toegewezen om de opgeëiste persoon tijdens deze zitting te verdedigen (<emphasis role="italic">ex officio</emphasis>). De opgeëiste persoon is ook daadwerkelijk door deze advocaat verdedigd tijdens de zitting op 12 september 2023. Daarnaast wordt vermeld dat de advocaat hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Inowrocław </emphasis>met kenmerk II K 630/23. Bij arrest van 25 januari 2024 met kenmerk IV Ka 1204/23 heeft <emphasis role="italic">the District Court in Bydgoszcz</emphasis> het verzamelvonnis bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_1ea2c2c7-b5ce-4e38-888d-d89fa3d3adbc" /> Dit betekent dat de rechtbank het arrest van <emphasis role="italic">the District Court in Bydgoszcz </emphasis>van 25 januari 2024 met kenmerk IV Ka 1204/23 zal toetsen aan artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het arrest van </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">the District Court in Bydgoszcz </emphasis>
        <emphasis role="underline">(IV Ka 1204/23)</emphasis>
      </para>
      <para>Uit onderdeel d) van het EAB, blijkt – kort gezegd – dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep. Het EAB vermeldt dat de door de rechtbank in eerste aanleg aangewezen advocaat de opgeëiste persoon ook ter zitting in hoger beroep heeft vertegenwoordigd. Uit de aanvullende informatie van 15 januari 2026 blijkt dat de ambtshalve door de rechtbank aangestelde advocaat in eerste aanleg ook verplicht was om namens de opgeëiste persoon de verdediging in hoger beroep te voeren. De oproep voor de zitting in hoger beroep zou per post zijn verzonden naar een voor de Poolse autoriteiten bekend adres van de opgeëiste persoon, te weten [adres]. Uit de aanvullende informatie van 29 januari 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon de oproep op 3 augustus 2023 zou hebben opgehaald. Gelet op deze aanvullende informatie stelt de rechtbank vast dat deze oproeping ziet op de procedure in eerste aanleg en niet op de procedure in hoger beroep. De post zou immers door de opgeëiste persoon op 3 augustus 2023 zijn opgehaald, terwijl de zitting in eerste aanleg heeft plaatsgevonden op 12 september 2023. De zitting in hoger beroep was op 25 januari 2024. De rechtbank kan aan de hand van de verstrekte informatie niet vaststellen of de opgeëiste persoon daadwerkelijk een oproep voor de zitting in hoger beroep heeft ontvangen. Hierdoor is het onduidelijk of hij op de hoogte was van de procedure in hoger beroep. Daar komt bij dat de opgeëiste persoon in eerste aanleg niet zelf een advocaat heeft gekozen en deze heeft gemachtigd om namens hem ter zitting de verdediging te voeren. De Poolse rechtbank heeft een advocaat <emphasis role="italic">ex offico</emphasis> aangesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat arrest is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet daarop kan de overlevering op grond artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang. Het Internationaal Rechtshulpcentrum heeft drie keer vragen gesteld over onder andere de gang van zaken in hoger beroep. Uit de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 15 januari, 22 januari en 29 januari 2026 wordt niet duidelijk of en zo ja, op welke wijze de opgeëiste persoon op de hoogte is gebracht van de procedure in hoger beroep. Het hoger beroep tegen het verzamelvonnis is ingesteld door een zogenoemde <emphasis role="italic">ex officio </emphasis>advocaat die niet door de opgeëiste persoon zelf was gemachtigd om namens hem de verdediging in hoger beroep te voeren.  Gelet op het vorenstaande kan niet worden geconcludeerd dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedure in hoger beroep. Evenmin kan daarom sprake zijn van de situatie dat de opgeëiste persoon ofwel stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om bij zijn proces in hoger beroep aanwezig te zijn, ofwel in dat kader kennelijk onzorgvuldig is geweest. De rechtbank kan niet vaststellen of de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten in die procedure heeft kunnen uitoefenen. Omdat de uitvaardigende justitiële autoriteit ruimschoots de mogelijkheid heeft gehad om hier duidelijkheid over te verschaffen en de beslistermijn geen ruimte biedt voor het stellen van nadere vragen, zal de overlevering worden geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande behoeven de aan het verzamelvonnis/arrest ten grondslag liggende onderliggende vonnissen geen bespreking meer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 12 van de Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Court in Bydgoszcz, III penal Division</emphasis>, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. E. van den Brink en L. Sanders,					   		rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.L. Kole,                    					griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 februari 2026.	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_83f525e7-21aa-445d-98d3-081f2ffea91b" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b04f4b3f-a0c5-41a7-9674-8363399e4be0" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0651883f-c982-45dc-b925-9ed57eff365c" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_db2392b5-bb59-4c67-ba96-13bce9bf779d" label="4">
    <para> HvJ EU 10 augustus 2017, C-271/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:629 (<emphasis role="italic">Zdzsiaszek</emphasis>).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ea2c2c7-b5ce-4e38-888d-d89fa3d3adbc" label="5">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>