<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:1355</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T16:34:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11643619 CV 25-5798</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1355">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1355</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:41:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:1355 Rechtbank Amsterdam , 03-02-2026 / 11643619 CV 25-5798</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1355:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondeling vonnis. Eiseres niet-ontvankelijk omdat zij nakoming vordert van een overeenkomst waarbij zij geen contractspartij is. Tegenvordering afgewezen, want geen onverschuldigde betaling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1355:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11643619 \ CV EXPL  25-5798</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 3 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [bedrijf] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Utrecht,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [bedrijf],</para>
      <para>gemachtigde: De Ruijter &amp; Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">CORECOM CONSULTING B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: Corecom,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.P. Bergers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam. Deze zitting wordt gehouden op grond van de beslissing van 11 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak wordt behandeld door mr. R.H.C. Jongeneel, kantonrechter, bijgestaan door mr. R. Hafith als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanwezig zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- mevrouw  [naam 1] , [functie 1] van [bedrijf],</para>
    <para>- mevrouw [naam 2] , gemachtigde van [bedrijf],</para>
    <para>- de heer [naam 3] , [functie 2] van Corecom,</para>
    <para>- de heer S. Namdar, tolk van de Engelse taal,</para>
    <para>- mr. Bergers.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [bedrijf] is een in augustus 2024 opgericht bedrijf. [naam 1] is [functie 1].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Corecom is een detacheringsbureau.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 22 februari 2024 hebben Corecom en [naam 1] een overeenkomst van opdracht (hierna: de Overeenkomst) gesloten. Deze partijen hebben afgesproken dat [naam 1] via haar destijdse eenmanszaak [naam eenmanszaak] tegen betaling van Corecom zal worden gedetacheerd bij een klant van Corecom (hierna: de Klant).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Vanaf maart 2024 heeft [naam 1] op grond van de Overeenkomst werk verricht voor de Klant. De Klant heeft aangegeven dat [naam 1] haar werk niet goed heeft uitgevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>In juni en juli 2024 heeft [naam 1] twee facturen gestuurd aan Corecom. Corecom heeft de juni-factuur (€ 12.196,80) diezelfde maand betaald. De juli-factuur (€ 10.309,20) is onbetaald gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Op 13 september 2024 heeft [naam 1] haar zakelijke bankrekeningnummer overgezet op naam van [bedrijf]. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [bedrijf] vordert, samengevat, dat de kantonrechter Corecom veroordeeld om te betalen aan [bedrijf]: € 10.309,20 plus rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Daarnaast vordert [bedrijf] dat de kantonrechter bepaalt dat Corecom ook meteen aan het vonnis moet voldoen als hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op zitting heeft [bedrijf] verklaard dat [bedrijf] geen vordering heeft op Corecom, omdat [naam 1] de contractspartij is van Corecom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Corecom vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis dat [bedrijf] wordt veroordeeld tot betaling aan Corecom van € 12.196,80 plus proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Corecom legt hieraan ten grondslag dat in artikel 6.3 van de Overeenkomst met [naam 1] is bepaald dat de factuur niet wordt betaald zolang de Klant van Corecom de factuur niet betaalt omdat de uitvoering of het resultaat van de werkzaamheden niet aan de opdracht beantwoordt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [bedrijf] is het niet eens met de vordering, omdat volgens haar Corecom de factuur van juni 2024 heeft overgeboekt naar het zakelijke rekeningnummer van [naam 1] . Pas op 13 september 2024 heeft [naam 1] dat rekeningnummer overgezet op naam van [bedrijf].</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [bedrijf] is niet-ontvankelijk in haar vordering, omdat zij daarbij geen belang heeft (op grond van artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). [bedrijf] vordert nakoming van de Overeenkomst, maar zij is geen contractspartij bij die overeenkomst, zoals zij op zitting ook heeft erkend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De tegenvordering van Corecom om het factuurbedrag terug te betalen wordt afgewezen, omdat Corecom niet onverschuldigd heeft betaald aan [bedrijf]. Artikel 6.3 van de Overeenkomst is een opschortingsrecht. Dit betekent dat Corecom met een beroep op dat recht betaling kan uitstellen. Het doet echter niet af aan de betalingsverplichting die op Corecom rust. Dat betekent dat als van dat opschortingsrecht geen gebruik wordt gemaakt door toch te betalen, niet onverschuldigd is betaald. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat als al een vordering uit onverschuldigde betaling zou bestaan, dit een vordering zou zijn op [naam 1] en niet op [bedrijf]. Er heeft geen contractsovername plaatsgevonden tussen de eenmanszaak van [naam 1] en [bedrijf] op grond waarvan rechten en verplichtingen jegens Corecom op [bedrijf] zouden zijn overgegaan. Het enkele feit dat [naam 1] het banksaldo van haar eenmanszaak aan [bedrijf] heeft overgedragen leidt niet tot een ander oordeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Omdat beide partijen over en weer ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart [bedrijf] niet-ontvankelijk in haar vordering,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van Corecom af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>