<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:1352</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T16:14:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/028589-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1352">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1352</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T16:02:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:1352 Rechtbank Amsterdam , 27-01-2026 / 13/028589-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1352:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB uit Polen. Artikel 11 OLW: aanvullende informatie heeft niet geleid tot een wijziging in de omstandigheden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, OLW, terwijl de gegeven redelijke termijn inmiddels is verstreken. Geen gevolg gegeven aan EAB en officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1352:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/028589-25 (EAB II) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 27 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 30 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_a6156659-3454-4e7e-a165-b0b67c3fdfb6" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 17 oktober 2024 door <emphasis role="italic">the District Court in Krakow, Third Criminal Division, </emphasis>Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] , Polen, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>	gedetineerd in [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 18 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 18 december 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.G. Koopman, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_bf61f2b9-9bbd-4461-bec5-d1ffc259fb90" /> Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak van 31 december 2025</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_86b76274-26f2-4270-9c69-a01d74985c68" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 31 december 2025 heeft de rechtbank een individueel reëel gevaar van schending van het Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest) voor de opgeëiste persoon aangenomen vanwege de detentieomstandigheden in Poolse <emphasis role="italic">remand prisons </emphasis>en een redelijke termijn gesteld van tien dagen om de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid te stellen informatie aan te leveren waaruit blijkt dat een wijziging van de omstandigheden is opgetreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 21 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling plaatsgevonden op de zitting van 21 januari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.G. Koopman, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak van 31 december 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenuitspraak van 31 december 2025 heeft de rechtbank reeds geoordeeld over onder meer de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de strafbaarheid van de feiten (onder 4), en over de toetsing aan artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU (onder 5.1). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze overwegingen dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 11 OLW: Poolse detentieomstandigheden in remand prisons</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punt 5.2 van de tussenuitspraak van 31 december 2025. Deze overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. Naar aanleiding van aanvullende vragen van het openbaar ministerie van 31 december 2025 heeft het regionaal parket van Krakau op 7 januari 2026 de volgende informatie verstrekt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Zoals in eerdere brieven is aangegeven, is het niet mogelijk om vooraf aan te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geven en vast te stellen welke specifieke activiteiten en voorstellen voor het doorbrengen van tijd buiten de gevangeniscel in de toekomst aan gedetineerden zullen worden voorgesteld. Niettemin kan op basis van alle momenteel geldende voorschriften worden aangenomen dat de geschatte reële tijd die [opgeëiste persoon] buiten zijn cel zou doorbrengen, indien hij alle mogelijkheden die hem ter beschikking staan om zijn cel te verlaten zou benutten, maximaal 2 uur per dag zou bedragen, waarvan 1 uur wandelen en 1 uur voor andere activiteiten van de gedetineerde.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er moet ook worden benadrukt dat uit uw e-mail van 31 december 2025 blijkt dat u de informatie over 1 uur per week voor extra activiteiten verkeerd hebt geïnterpreteerd. Ik wijs nogmaals op de brief van 5 december 2025, waarin ik, in overeenstemming met de informatie van de onderzoeksgevangenis in Krakau, meedeel dat personen in voorlopige hechtenis minimaal één uur per dag tot enkele uren per dag (en niet per week) buiten hun cel verblijven in de plaatselijke onderzoeksgevangenis afhankelijk van de dag van de week, de situatie in verband met het interne reglement van de gevangenis, proceshandelingen binnen en buiten de gevangenis en de individuele behoeften van de gevangenen, hun juridische situatie of hun gezondheidstoestand. (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat de opgeëiste persoon het risico loopt dat tijdens detentie in Polen zijn fundamentele rechten zullen worden geschonden, doordat niet aan de internationale detentiestandaarden wordt voldaan. De opgeëiste persoon vertrouwt er namelijk niet op dat de garanties die in de aanvullende informatie worden gegeven zullen worden nagekomen. Er moet geen gevolg worden gegeven aan het EAB.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat uit de aanvullende informatie van 7 januari 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon tot twee uur per dag buiten de cel mag verblijven als hij aan alle activiteiten meedoet. Dit is voldoende om het individuele gevaar voor de opgeëiste persoon weg te nemen. De overlevering kan worden toegestaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank moet beoordelen of zich binnen de in de tussenuitspraak van 31 december 2025 gestelde redelijke termijn van tien dagen een wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan op grond waarvan het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest ten aanzien van de opgeëiste persoon kan worden uitgesloten. De rechtbank is van oordeel dat de hierboven weergegeven door de Poolse autoriteiten verstrekte informatie daartoe onvoldoende aanknopingspunten biedt en overweegt daartoe als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank bevat de aanvullende informatie van 7 januari 2026 geen wezenlijk nieuwe informatie ten opzichte van de eerder verstrekte aanvullende informatie. In de aanvullende informatie van 7 januari 2026 wordt herhaald dat de geschatte reële tijd die de opgeëiste persoon buiten zijn cel zal kunnen doorbrengen <emphasis role="underline">maximaal</emphasis> 2 uur per dag kan bedragen in het geval hij aan alle activiteiten mee zou doen. Daaruit volgt dat de opgeëiste persoon in ieder geval niet meer dan twee uur per dag buiten de cel zal verblijven, maar niet hoeveel tijd hij dan wel (gemiddeld) per dag buiten de cel kan verblijven. De rechtbank leest alle aanvullende informatie in samenhang bezien zo dat de opgeëiste persoon in ieder geval één uur <emphasis role="italic">per dag</emphasis> kan wandelen en één uur <emphasis role="italic">per week</emphasis> met zekerheid in de gemeenschappelijke ruimte kan verblijven en daar aan activiteiten kan meenemen. Voor overige activiteiten buiten de cel gelden verschillende voorwaarden voor deelname, die deels buiten de invloedsfeer van de opgeëiste persoon liggen, zoals de omstandigheid dat er een <emphasis role="italic">“juvenile” </emphasis>zit in de groep waartoe de opgeëiste persoon behoort en de mogelijkheid om met een psycholoog te praten wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden (<emphasis role="italic">“such as intellectual disability, mental disorder, death of a close relative”</emphasis>)<emphasis role="italic">. </emphasis>Al met al acht de rechtbank de door de Poolse autoriteiten verschafte informatie nog steeds onvoldoende concreet om een reële inschatting te kunnen maken hoeveel uur de opgeëiste persoon onder normale omstandigheden, en wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat de aanvullende informatie niet heeft geleid tot een wijziging in de omstandigheden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, OLW, terwijl de gegeven redelijke termijn in de zin van artikel 11, vierde lid, OLW inmiddels is verstreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal daarom geen gevolg geven aan het EAB gelet op het bepaalde in artikel 11, eerste lid, OLW. De rechtbank zal op grond van artikel 11, vierde lid, in verbinding met artikel 28, derde lid, OLW de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Daarmee wordt de overleveringsprocedure beëindigd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal met toepassing van artikel 11, eerste lid, OLW geen gevolg geven aan het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7 en 11 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEEFT </emphasis>geen gevolg aan het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERKLAART </emphasis>de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP </emphasis>de (geschorste) overleveringsdetentie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier,									voorzitter,</para>
      <para>mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven,							rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, 						griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a6156659-3454-4e7e-a165-b0b67c3fdfb6" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bf61f2b9-9bbd-4461-bec5-d1ffc259fb90" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_86b76274-26f2-4270-9c69-a01d74985c68" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2025:10568.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>