<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:1328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T15:19:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1330177425</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1328">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T14:39:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:1328 Rechtbank Amsterdam , 29-01-2026 / 1330177425</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1328:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Italie, overlevering toestaan, artikel 7 OLW: lijstfeitverweer, artikel 11 OLW, detentieomstandigheden,</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1328:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-301774-25 (EAB 2)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 29 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 11 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_e65fa95a-f905-43ab-a1f6-f876db90b304" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 22 juli 2025 door de <emphasis role="italic">Procura Generale della Repubblica di Firenze (the General Prosecution Office of Florence)</emphasis>, Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 2000, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [penitentiaire inrichting] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 8 januari 2026</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 8 januari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden tot de zitting van 22 januari 2026 omdat er geen tolk in de Italiaanse taal fysiek aanwezig was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 22 januari 2026</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is op deze zitting opnieuw aangevangen, in aanwezigheid van mr. N. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, en door een tolk in de Italiaanse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_c9887fab-3493-4ead-a697-766e1dfd158b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic"> judgement rendered on 6th October 2023 by the Lawcourt of Pisa, which became final on 21 th December 2023, </emphasis>met referentie R.G.N.R. 4277/2023 - R.G.DIB. 1292/2023 - Reg. Sent. 2662/2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van een jaar en vier maanden , door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_e1575910-aafa-4aa2-b21f-0d77d1e2b181" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie bij de rechtbank van Florence (Italië) heeft op 5 juni 2025 een zogenaamde cumulatiebeslissing genomen (referentienummer: 226/2025 SIEP). Van die cumulatiebeslissing maakt deel uit de hiervoor vermelde vrijheidsstraf van een jaar en vier maanden. Overwogen wordt dat ter nakoming van het beginsel van samenvallende straffen één straf moet worden vastgesteld die <emphasis role="italic">in concreto</emphasis> door de veroordeelde moet worden uitgezeten. De cumulatiebeslissing bepaalt dat de totale resterende vrijheidsstraf vijf jaar, een maand en negen dagen bedraagt en ten uitvoer moet worden gelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>Op 12 december 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende aanvullende informatie verstrekt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“-–(…) the judgment of the Pisa Court of October 6, 2023, which became final on December 21, 2023, is no longer subject to ordinary appeal, and consequently, it definitively decides the case on the merits in the meaning of the Case C-397/22 of the European Court of Justice of 21.12.2023 (ECLI:EU:C:2023:1030).</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">- [de opgeëiste persoon] did not give a mandate to the court-appointed defense lawyer, Avv. Fabrizio Bianchi, to defend him, but this lawyer was appointed by the Court. During the criminal proceedings, [de opgeëiste persoon] provided the Italian authorities with his address by signing a "declaration of domicile" in which he indicated the place where he wished to receive all summons related to the proceedings. For this proceeding too, the place he indicated is : “Via dei Tranquilli no. 10 int. 1, Livorno”. The "declaration of domicile" signed by the defendant always indicates the obligation to inform the Italian authorities of any changes of address and clearly states the consequences of failing to comply with this obligation. It should be noted that in this proceeding, [de opgeëiste persoon] was arrested by the Police and brought to the hearing for judgment. After the validation of his arrest, a new hearing was scheduled for final discussion of the trial, and [de opgeëiste persoon] did not appear at that hearing.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van het samenvoegingsbesluit no. 226/2025 SIEP van </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">the General Prosecution Office of Florence</emphasis>
          <emphasis role="underline"> van 5 juni 2025</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het samenvoegingsbesluit niet aan artikel 12 OLW getoetst dient te worden omdat hierin sprake is van een optelling van de opgelegde straffen zonder dat sprake was van een beoordelingsmarge. Dit besluit valt hierom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_0c424c24-6966-4dc4-84f1-fe3671dc0aae" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van het vonnis van </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">the Pisa Court </emphasis>
          <emphasis role="underline">van 6 oktober 2023</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren op deze grond. Uit de aanvullende informatie van 12 december 2025 volgt dat de opgeëiste persoon gedurende het vooronderzoek een adresinstructie heeft ontvangen en deze heeft ondertekend. Hij was dus op de hoogte van het feit dat post van de justitiële autoriteiten naar het door hem opgegeven adres zou worden gezonden en van de op hem rustende verplichting om - indien aan de orde -, een adreswijziging door te geven. Daarnaast is de opgeëiste persoon, nadat hij was gearresteerd, door de politie vervoerd naar een zitting. Na de bekrachtiging van zijn aanhouding is een nieuwe zittingsdatum gepland om de zaak inhoudelijk te behandelen. De opgeëiste persoon is niet op die nieuwe zitting verschenen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon van de procedure tegen hem op de hoogte was en dat hij bij een zitting aanwezig is geweest. De rechtbank concludeert op grond hiervan dat de opgeëiste persoon (impliciet) afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten 1 en 2 aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	moord en doodslag, zware mishandeling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het tweede strafbare feit geen lijstfeit is, omdat blijkens de feitomschrijving alleen sprake is van mishandeling en niet van zware mishandeling. De raadsvrouw heeft daarbij echter niet aangevoerd – en dus ook niet aannemelijk gemaakt – dat de strafbaarheid op basis van het Nederlandse recht ontbreekt, noch dat de rechtbank in dat geval gebruik zou moeten maken van haar bevoegdheid om de overlevering op die grond te weigeren. De rechtbank gaat daarom niet verder op dit verweer in.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat aanvullende informatie moet worden opgevraagd over de op te leggen maximumstraffen. De feiten zijn aangekruist als een lijstfeit, maar onder rubriek c is niet aangegeven wat de maximumstraffen zijn die in Italië op deze feiten staan, zodat niet getoetst kan worden of aan de eis van strafbedreiging met een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar voldaan is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft hierover geen standpunt ingenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat geen aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit nodig is met betrekking tot de op te leggen maximumstraffen. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in onderdeel c) van het EAB terecht niet vermeld wat de maximaal op leggen straffen zijn, omdat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een straf. In onderdeel e) van het EAB is vermeld dat op de strafbare feiten een gevangenisstraf van ten minste drie jaar is gesteld. Daarmee is aan de eisen van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, 1°, OLW voldaan. Het verweer slaagt daarom niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt ten slotte vast dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het tweede strafbare feit ook heeft aangeduid als het zogenoemde lijstfeit <emphasis role="italic">resisting a public official.</emphasis> Dit is echter geen lijstfeit als bedoeld in het Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Het tweede strafbare feit is echter ook aangekruist als het lijstfeit <emphasis role="italic">moord en doodslag, zware mishandeling</emphasis>. Gelet op wat de rechtbank hierover zojuist in deze rubriek heeft overwogen, kan de vraag of dit feit ook naar Nederlands recht strafbaar is achterwege blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om terug te komen op haar eerdere beslissing om niet langer een algemeen gevaar aan te nemen vanwege de Italiaanse detentieomstandigheden. Volgens de raadsvrouw blijkt uit het door haar overgelegde rapport <emphasis role="italic">“Analysis of the Analytical Report "Respect for the Dignity of Persons Deprived of Personal Liberty" of the Adult Penitentiary Observatory (GNPL)” </emphasis>dat de detentieomstandigheden in Italië nog altijd niet zijn verbeterd. Het rapport is bijgewerkt tot 31 juli 2025 en geeft blijk van onder andere overbevolking, , te weinig persoonlijke celruimte, en een groot aantal zelfmoordpogingen en gevallen van zelfbeschadiging.. De raadsvrouw heeft daarnaast ter illustratie een brief van 21 november 2025 overgelegd van een cliënt van haar die momenteel gedetineerd zit in de gevangenis van Milaan waarin de zorgelijke detentieomstandigheden worden bevestigd. De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat om bovengenoemde redenen geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat een detentiegarantie moet worden opgevraagd voor de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding is om terug te komen van de eerdere beslissing van de rechtbank dat geen sprake meer is van een algemeen gevaar dat personen die in Italië zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in verband met detentieomstandigheden in Italiaanse detentiecentra. Het rapport waar de raadsvrouw naar verwijst is een analyse van cijfers en berust niet op daadwerkelijke waarnemingen in detentie-instellingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat het door de raadsvrouw overgelegde rapport weliswaar wijst op problemen in Italiaanse detentiecentra. Dit rapport is echter onvoldoende voor de vaststelling dat er een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling van gedetineerden in Italië. Het rapport vermeldtonder meer dat er vijf gedetineerden waren die een persoonlijke celruimte van minder dan drie vierkante meter tot hun beschikking hadden. Hoewel dit een zorgelijke situatie is, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat deze situatie structureel van aard is, nu het blijkens het rapport gaat om vijf gedetineerden op een totaal van 62.000. Daarnaast bevestigt het rapport ten aanzien van onder meer het aantal suïcide(s)(pogingen) en zelfbeschadigingen in detentie, omstandigheden waar deze rechtbank al mee bekend is. De rechtbank verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 27 mei 2025.<footnote-ref linkend="_de5c5764-af36-44da-abfb-8e4caaf67c50" /> De overgelegde brief van 21 november 2025 betreft geen objectieve informatie zodat de rechtbank deze brief niet betrekt bij haar beoordeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank concludeert dat zij niet beschikt over objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens op basis waarvan zij tot het oordeel zou kunnen komen dat er ten aanzien van detentie-instellingen in Italië een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden blootgesteld aan het risico op mensonterende of vernederende omstandigheden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen. Het verweer slaagt niet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis>, aan de <emphasis role="italic">Procura Generale della Repubblica di Firenze</emphasis> (<emphasis role="italic">the General Prosecution Office of Florence)</emphasis>, Italië, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. E. de Rooij en L. Sanders,                         				   	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau en N.F.M. de Koning,		                 griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e65fa95a-f905-43ab-a1f6-f876db90b304" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9887fab-3493-4ead-a697-766e1dfd158b" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e1575910-aafa-4aa2-b21f-0d77d1e2b181" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0c424c24-6966-4dc4-84f1-fe3671dc0aae" label="4">
    <para> Zie ook rb Amsterdam, 28 maart 2024, ELIC:NL:RBAMS:2024:1874, r.o. 3.1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_de5c5764-af36-44da-abfb-8e4caaf67c50" label="5">
    <para> Rechtbank Amsterdam, 27 mei 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:3475).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>