<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:1327</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T14:44:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1332099325</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1327">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1327</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T14:44:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:1327 Rechtbank Amsterdam , 05-02-2026 / 1332099325</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1327:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Roemenie, overlevering toestaan, artikel 11 OLW, TUL-beslissing, artikel 12 OLW nvt</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1327:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-320993-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 5 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 9 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_85c96bd1-3abc-46e8-a204-dd89ddbdd3ec" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 7 november 2025 door <emphasis role="italic">Judecătoria Târgovişte (Târgoviște District Court)</emphasis>, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] (Roemenië),</para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>	gedetineerd in [de penitentiaire inrichting] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 januari 2026, in aanwezigheid van mr. N. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Sönmez, advocaat in Rotterdam, en door een telefonische tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_15807eda-e750-43f0-aaf0-0709442f059f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.  	Grondslag en inhoud van het EAB</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een vonnis van <emphasis role="italic">the Târgoviște Court </emphasis>(no. 280/23.04.2025) dat deels is gewijzigd bij arrest van<emphasis role="italic"> the Ploiești Court of Appeal </emphasis>(no. 936/30.09.2025). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt in onderdeel e) voorts een vonnis van <emphasis role="italic">the Târgoviște Court </emphasis>(no. 766/10.12.2024), dat in hoger beroep onherroepelijk is geworden met het arrest van <emphasis role="italic">the Ploiești Court of Appeal </emphasis>(no. 105/30.01.2025). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaar en acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf moet volgens het EAB het voorarrest worden afgetrokken over de periode van 13 maart 2023 tot en met 17 maart 2023 en van 23 april 2024 tot en met 7 november 2025. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het arrest van<emphasis role="italic"> the Ploiești Court of Appeal </emphasis>van 30 september 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De arresten betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_339ac0fc-ccea-44a4-bcac-91f8f2e9ac89" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_b40376d3-c554-47cc-b8d6-b68ee4a9d04f" /></para>
      <para>De rechtbank zal daarom de beslissingen van <emphasis role="italic">the Ploiești Court of Appeal </emphasis>van 30 september 2025 (no. 936) en van 30 januari 2025 (no. 105) aan artikel 12 OLW toetsen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van het arrest van the Ploiești Court of Appeal (no. 936/30.09.2025)</emphasis>
      </para>
      <para>De aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 13 januari 2026 vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot deze beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van het arrest van the Ploiești Court of Appeal (no. 105/30.01.2025)</emphasis>
      </para>
      <para>In dit arrest heeft <emphasis role="italic">the Ploiești Court of Appeal</emphasis> aan de opgeëiste persoon een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar aan de opgeëiste persoon opgelegd. De aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 16 januari 2026 vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot deze beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom ook hier niet van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrijheidsstraf van twee jaar is aanvankelijk in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd. In het arrest van <emphasis role="italic">the Ploiești Court of Appeal</emphasis> van 30 september 2025 (no. 936) is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen, waarbij op grond van de Poolse <emphasis role="italic">Criminal Code</emphasis> de eerder opgelegde gevangenisstraf van twee jaar is verlaagd tot een derde (acht maanden). Dit heeft ertoe geleid dat in dit arrest aan de opgeëiste persoon een (gecombineerde) gevangenisstraf van vier jaar en acht maanden is opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 maart 2023<footnote-ref linkend="_9140748e-d078-4b3b-95ce-6c28437778c4" /> volgt dat de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit die ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf ook onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 13 en 16 januari 2026 volgt dat in dit geval de <emphasis role="italic">triggerende</emphasis> veroordeling het arrest van<emphasis role="italic"> the Ploiești Court of Appeal </emphasis>van 30 januari 2025 is.  Zoals de rechtbank zojuist heeft overwogen, is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing op dit arrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- <emphasis role="italic">mishandeling;</emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat uit de algemene detentieomstandigheden in Roemenië een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest) voortvloeit voor personen die in een Roemeense penitentiaire instelling worden gedetineerd, met name vanwege de overbevolking in de penitentiaire instellingen.<footnote-ref linkend="_54fbf9a6-b313-4555-a0ba-60045f53130c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 13 januari 2026 heeft de <emphasis role="italic">Chief Commissioner of Correctional Police [naam politie] – Director - Directorate for Detention Security and Prison Regime National Administration of Penitentiaries</emphasis> de volgende garantie verstrekt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">"If the person deprived of liberty is handed over to the Romanian authorities at Henri Coanda Airport in Bucharest, he will initially be placed in Bucharest-Rahova Penitentiary for a 21-day quarantine period, in a room that will provide him with a minimum space of 3 square metres. (…) Every person deprived of their liberty who is in quarantine and under observation is guaranteed the right to a daily walk for 2 hours. Furthermore, each prisoner is offered a range of activities to choose from, thus creating the opportunity to spend much more time outside their cell if they choose to participate. (...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Given the length of the sentence, he will most likely serve his initial custodial sentence in a closed regime. At the same time, given his place of residence, he will most likely serve his sentence in </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">Mărgineni Prison</emphasis>
        <emphasis role="italic"> to begin with. (...) The detention cells at Mărgineni Penitentiary provide each convicted person with an individual bed, mattress and necessary bedding, and are equipped with the necessary furniture for storing personal belongings and for serving meals. The cells provide adequate ventilation and natural lighting, and, depending on weather conditions, the premises are heated to ensure an optimal temperature in the detention cells. Prisoners have permanent access to running water and sanitary facilities to meet their physiological needs. (...) </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Main features of the closed regime: </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">The daily schedule of persons assigned to the closed regime includes work, educational, cultural, therapeutic and sports activities, psychological and social counselling, moral and religious guidance, school education and vocational training, medical care, walks, rest time and other activities necessary to stimulate the interest of prisoners in the closed regime to take on responsibilities. (...)</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Prisoners in closed regime who, for various reasons, are not employed in work, educational or vocational training activities, shall engage in walking, education, psychological and social assistance, sports and religious activities for a minimum of 4 hours per day. In addition, prisoners who do not work and do not participate in other activities are entitled to at least 3 hours of daily exercise, and those who work, participate in education programmes or psychological and social assistance are entitled to at least one hour of daily walking. (...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [de opgeëiste persoon] shall have a minimum individual space of 3 square metres, throughout the period of his sentence (...)."</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Stanpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de individuele detentiegarantie volstaat. De opgeëiste persoon wordt in eerste instantie in <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Penitentiary</emphasis> geplaatst en vervolgens in <emphasis role="italic">Mărgineni Prison</emphasis>, in het gesloten regime. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat zij, gelet op het arrest ML van het Hof van Justitie van de Europese Unie<footnote-ref linkend="_0ba75e02-2ab5-457e-a67e-0c6dc720825b" />, uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken van penitentiaire inrichtingen waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Uit de hierboven vermelde informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in eerste instantie in <emphasis role="italic">the Bucharest-Rahova Penitentiary </emphasis>zal worden geplaatst en daarna naar alle waarschijnlijkheid in het  gesloten regime in <emphasis role="italic">Mărgineni Prison</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de garantie van 13 januari 2026.<footnote-ref linkend="_9432db83-0572-446f-bc5a-00e200ee8e8e" /> De rechtbank is, gelet op deze garantie, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door de garantie immers uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 300 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">Judecătoria Târgovişte (Târgoviște District Court)</emphasis>, Roemenië, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. E. de Rooij en L. Sanders,                         				   	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau en N.F.M. de Koning,		                 griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_85c96bd1-3abc-46e8-a204-dd89ddbdd3ec" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_15807eda-e750-43f0-aaf0-0709442f059f" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_339ac0fc-ccea-44a4-bcac-91f8f2e9ac89" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b40376d3-c554-47cc-b8d6-b68ee4a9d04f" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9140748e-d078-4b3b-95ce-6c28437778c4" label="5">
    <para> HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023:235 (<emphasis role="italic">Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)</emphasis>). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_54fbf9a6-b313-4555-a0ba-60045f53130c" label="6">
    <para> Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 2 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2629 en rechtbank Amsterdam, 27 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:463.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ba75e02-2ab5-457e-a67e-0c6dc720825b" label="7">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9432db83-0572-446f-bc5a-00e200ee8e8e" label="8">
    <para> HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>