<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:1151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T15:46:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/312709-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1151">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T15:45:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:1151 Rechtbank Amsterdam , 03-02-2026 / 13/312709-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1151:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor opzettelijke brandstichting van een voertuig, het onbruikbaar maken van een voertuig en bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen ontstaat, meermalen gepleegd. Eendaadse samenloop. Taakstraf van 60 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 1 jaar. Vordering tenuitvoerlegging afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1151:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="176151d7-1ece-4297-a83a-f2b3728519db" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/312709-24</para>
      <para>Parketnummer vordering tul: 96/201764-21</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 3 februari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: </para>
      <para>
        [BRP-adres] ,</para>
      <para>opgegeven verblijfsadres: [verblijfadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 januari 2026. Verdachte was daarbij aanwezig, evenals zijn raadsvrouw, mr. E.H. van de Gein.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>opzettelijke brandstichting van een voertuig op 17 mei 2024 te Amsterdam, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernieling van een voertuig toebehorende aan [bedrijfsnaam B.V.] en/of [persoon 1] op 17 mei 2024 te Amsterdam; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat en brandstichting van [aangeefster] en/of de overige leden in de whatsappgroep ‘ [naam] ’, te weten [persoon 2] en [persoon 3] , op 14 mei 2024 te Amsterdam. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het openbaar ministerie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat alle ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich ten aanzien van feit 1 en feit 2 op het standpunt gesteld dat deze feiten bewezen kunnen worden op grond van de aangifte, de getuigenverklaring van [getuige] (hierna: [getuige] ) en het handelen van verdachte tijdens en direct na de brand. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Feit 3 kan volgens de officier van justitie bewezen worden op grond van de aangifte en de verklaring van verdachte. Zij heeft gevorderd dat verdachte partieel wordt vrijgesproken van de zinsnede ‘Denk je dat ik aan het liegen was’, aangezien deze uitlating duidt op de uitvoering van een eerder geuite bedreiging en daardoor niet bedreigend van aard is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat niet bewezen kan worden dat verdachte de ten laste gelegde brandstichting heeft gepleegd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het bewijs enkel is gebaseerd op de getuigenverklaring van [getuige] , terwijl die verklaring onvoldoende specifieke informatie bevat. [getuige] heeft immers niet waargenomen wat verdachte met het flesje bij de bedrijfsbus heeft gedaan en of hij enig voorwerp bij zich droeg dat vuur kan veroorzaken. Dat is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Verder is er geen flesje in de berm aangetroffen en is onduidelijk gebleven wat voor vloeistof in het flesje zat. Verdachte heeft het alternatieve scenario geschetst dat sprake was van een intern technisch probleem met de bedrijfsbus. Dit scenario kan niet door de bewijsmiddelen worden weerlegd. Wegens onvoldoende bewijs voor de brandstichting kan ook niet bewezen worden dat verdachte de bedrijfsbus onbruikbaar heeft gemaakt. De raadsvrouw verzoekt daarom dat verdachte wordt vrijgesproken van feit 1 en feit 2. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw zich primair op het standpunt gesteld dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte de stickers en uitlatingen (in de ten laste gelegde periode) heeft verstuurd, omdat zich in het dossier geen screenshots van de whatsappberichten bevinden. Subsidiair heeft de raadsvrouw wat betreft de uitlating ‘Denk je dat ik aan het liegen was’ aangevoerd dat deze uitlating niet bedreigend van aard is. Ten aanzien van de andere uitlating stelt zij zich op het standpunt dat deze niet gekwalificeerd kan worden als bedreiging, nu onduidelijk is waarmee wordt gedreigd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank constateert dat de handelingen die onder de feiten 1, 2 en 3 ten laste zijn gelegd, handelingen betreffen die elkaar in tijd opvolgen. Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank de feiten en omstandigheden daarom gezamenlijk bespreken. De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.<footnote-ref linkend="_da99affb-b1d8-453a-85d7-8b98e0f9e033" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conflict</emphasis>
          </para>
          <para>Aangeefster [aangeefster] (hierna: aangeefster) heeft namens het bedrijf [bedrijfsnaam B.V.] , gevestigd op de [adres 1] , aangifte gedaan van bedreiging en brandstichting van een bedrijfsbus door verdachte. In de aangifte verklaart zij dat verdachte een verbouwing bij [bedrijfsnaam B.V.] zou uitvoeren. Zij waren overeengekomen dat de werkzaamheden in december 2023 gereed moesten zijn. Wegens wijzingen binnen [bedrijfsnaam B.V.] is deze datum uitgesteld. In januari 2024 kon [bedrijfsnaam B.V.] de facturen van verdachte niet tijdig betalen.<footnote-ref linkend="_3b9a7bbf-626f-4021-bd90-274c9e629306" /> Aangeefster verklaart dat verdachte [bedrijfsnaam B.V.] toen onder druk zette om de facturen te betalen. Hierdoor kwam de verhouding tussen [bedrijfsnaam B.V.] en verdachte onder spanning te staan.<footnote-ref linkend="_2bae073b-f9d8-4595-8c54-c96e5d68902f" /> De samenwerking tussen [bedrijfsnaam B.V.] en verdachte is vervolgens vroegtijdig beëindigd.<footnote-ref linkend="_83ae5996-bc6b-4fdd-ae3c-8f717c84a356" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 10 april 2024 is [persoon 2] , de CEO van [bedrijfsnaam B.V.] , met verdachte overeengekomen dat verdachte werkzaamheden zou verrichten aan het huis van [persoon 2] . Verdachte kreeg hiervoor een bedrijfsbus van [bedrijfsnaam B.V.] (van het merk Ford, type Transit connect, en met [kenteken] ) in bruikleen.<footnote-ref linkend="_6d28a114-95cd-4022-b161-a8e3faebe438" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Whatsapp-berichten</emphasis>
          </para>
          <para>Het personeel van [bedrijfsnaam B.V.] zat samen met verdachte in een whatsappgroep.<footnote-ref linkend="_93776669-a7e1-479a-9596-8400ff420268" /> Uit de aangifte volgt dat verdachte op 14 mei 2024 om 08.30u een sticker in de whatsappgroep stuurde waarop te zien was dat een onbekend persoon door zijn hoofd werd geschoten met een geweer. Ook stuurde verdachte een sticker van een onbekend persoon met een machinegeweer. Direct hierna verstuurde hij een bericht met de tekst: “Jullie nemen mijn eer weg. 48 uur voor in mijn account. Als er niet betaald wordt zoals afgesproken ga ik iets doen waarvan ik nog niet weet wat het is. De tijd eindigt op donderdag 08.38 uur.”<footnote-ref linkend="_62564280-9377-47b1-bfa3-c348739bccda" /> Aangeefster verklaart dat zij en haar collega’s zich hierdoor onveilig voelden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Filmpje </emphasis>
          </para>
          <para>Op 17 mei 2024 maakte verdachte gebruik van de bedrijfsbus. Op dezelfde dag ontving [persoon 2] de volgende berichten van verdachte in de whatsappgroep ‘ [naam] ’: “Ik probeer betaald te krijgen sinds januari”, “De bus ruikt naar rook” en “Ik ruik verbrand plastic”.<footnote-ref linkend="_811c70ff-afa4-4d16-8d8e-c9af34b45352" /> [persoon 2] antwoordde dat hij niet wilde dat verdachte de bedrijfsbus zou vernielen en dat hij de autosleutels aan [persoon 3] , een medewerker van [bedrijfsnaam B.V.] , moest geven. Verdachte reageerde niet op [persoon 2] bericht. Om 15.19 uur stuurde verdachte een filmpje naar [persoon 2] met daarbij de tekst: “Denk je dat ik aan het liegen was?”. Op het filmpje is een brandend voertuig te zien.<footnote-ref linkend="_46dd8b7b-3a24-420b-a643-1bf1e196af1f" /> Aangeefster herkent het voertuig op het filmpje als de bedrijfsbus die aan verdachte was uitgeleend.<footnote-ref linkend="_c79ef4e9-bc49-46bc-913a-420a9b253d24" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Er zijn screenshots van het whatsappgesprek tussen verdachte en de medewerkers van [bedrijfsnaam B.V.] bij het dossier gevoegd. Uit deze berichten blijkt dat om 14:49 uur aan verdachte werd gevraagd om de bus en de sleutels over te dragen, waarop verdachte antwoordde “Yea sure No problem Where do you want to meet?”. In reactie daarop is om 14.55 uur een bericht gestuurd aan verdachte dat [persoon 3] naar hem onderweg was.<footnote-ref linkend="_52acc2a4-f398-40d0-9015-bff7314304d1" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ter plaatse </emphasis>
          </para>
          <para>Op 17 mei 2024 om 15.16 uur is een melding bij de politie binnengekomen van een brandend voertuig aan de [adres 2] te Amsterdam. Ter plaatse troffen verbalisanten een uitgebrand voertuig met het [kenteken] aan.<footnote-ref linkend="_793b96d3-ac66-41b1-9235-1abbb90aae34" /> Verbalisanten zagen dat de cabine van het voertuig volledig verband was, maar dat de achterbak nog intact was. Ook zagen zij dat de deur van de bijrijdersstoel open stond.<footnote-ref linkend="_ea3a2bf9-a5e8-439e-b073-016bae94d8bf" /> Via een foto van een onbekende getuige hebben zij vastgesteld dat de deur van de bijrijdersstoel ook tijdens de brand open stond.<footnote-ref linkend="_b77bcca1-7db2-4d9a-8ffd-016c8accc32e" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij zag dat het voertuig aan de zijkant van de weg stil stond. Hij zag dat de bestuurder uitstapte en naar de bijrijdersstoel liep. De bestuurder opende het portier aan de bijrijdersstoel en hield een flesje met vloeistof vast in zijn hand. Op het moment dat de bestuurder zich omdraaide en in de richting van de Osdorperweg wegliep, zag [getuige] dat de bestuurder zijn arm naar links sloeg alsof hij iets in de berm gooide. Hierna zag hij dat het voertuig in brand stond. De verbalisanten hebben niks in de berm aangetroffen.<footnote-ref linkend="_040e9f57-26a6-46d1-8db9-97a796f87f8c" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Verklaring verdachte </emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte heeft bij de politie erkend dat hij een sticker via Whatsapp heeft gestuurd waarop te zien is dat iemand door zijn hoofd wordt geschoten. Daarnaast heeft hij bekend dat hij de ten laste gelegde uitlatingen heeft gestuurd.<footnote-ref linkend="_76d38213-ba8d-4964-ac0a-4865cb9f349e" /> Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de sticker met een machinegeweer een figuurtje betrof.<footnote-ref linkend="_c2fc39a4-4492-4788-9877-157b39939648" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft verder verklaard dat hij op 17 mei 2024 vanuit Haarlem onderweg was naar [bedrijfsnaam B.V.] in Amsterdam Zuidoost. Onderweg rook hij de geur van verbrand plastic. Hoewel hij niet verder wilde rijden, drongen de medewerkers van [bedrijfsnaam B.V.] bij hem erop aan de bedrijfsbus naar het bedrijf te brengen. Verdachte heeft vervolgens bij Halfweg de snelweg verlaten en de bedrijfsbus bij de Osdorperweg geparkeerd. Toen zag hij rook onder het dashboard vandaan komen. Hij heeft zijn spullen aan de bijrijderszijde van de bus gepakt en is weggelopen. Hierna heeft hij [bedrijfsnaam B.V.] over de brand ingelicht door een filmpje te sturen.<footnote-ref linkend="_93f952e9-d629-43ff-af6c-c0154ea57ccc" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Tussenconclusie verklaring verdachte </emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt vast dat de verklaring van verdachte wordt weersproken door de inhoud van de whatsappberichten. Daaruit blijkt immers dat op het moment dat verdachte aangeeft dat er iets met de bedrijfsbus mis zou zijn, [persoon 2] zegt dat hij niet wil dat verdachte de bedrijfsbus vernielt. Ook wordt gezegd dat [persoon 3] eraan komt en dat verdachte de autosleutels aan hem moet overhandigen, hetgeen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaring van verdachte dat hij de bus naar [bedrijfsnaam B.V.] moest brengen. Daar komt bij dat [getuige] niet heeft verklaard dat er rook bij de bedrijfsbus was op het moment dat verdachte nog in de bus zou zitten. Uit zijn verklaring maakt de rechtbank op dat [getuige] pas zag dat de bedrijfsbus in brand stond nadat de verdachte was weggelopen. Verder is de route die verdachte heeft afgelegd om naar [bedrijfsnaam B.V.] te rijden onbegrijpelijk. De rechtbank zal het alternatieve scenario dan ook als onaannemelijk terzijde schuiven.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverweging ten aanzien van het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat op basis van de in rubriek 3.3.1 genoemde feiten en omstandigheden, in combinatie met de relationele geschiedenis tussen verdachte en [bedrijfsnaam B.V.] die wordt gekenmerkt door conflict en dreigende uitingen van verdachte, kan worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht. Het voertuig is hierdoor volledig uitgebrand. Het schadebeeld laat zien dat het aannemelijk is dat gevaar voor goederen te duchten was op de openbare weg. Daarnaast bevinden zich brandgevaarlijke stoffen in voertuigen, waardoor een brand snel een grote vorm aan kan nemen. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het gevaar voor goederen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar was. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht op grond van het voorgaande ook bewezen dat verdachte opzettelijk de bedrijfsbus van [bedrijfsnaam B.V.] onbruikbaar heeft gemaakt door deze in brand te steken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Eendaadse samenloop</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de feiten 1 en 2 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De bewezen verklaarde gedragingen leveren in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op dat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverweging ten aanzien van het onder feit 3 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op de in rubriek 3.3.1 genoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte op of omstreeks 14 mei 2024 de leden van de whatsappgroep ‘ [naam] ’ heeft bedreigd. De rechtbank is van oordeel dat de aard van de stickers en de uitlatingen, met uitzondering van “Denk je dat ik aan het liegen was?”, van dien aard zijn dat in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij door toedoen van verdachte het leven zouden kunnen verliezen en/of dat er gevaar voor personen en goederen zou ontstaan. Gelet op hetgeen onder feit 1 is bewezenverklaard, was deze vrees met betrekking tot goederen ook reëel. De omstandigheid dat er geen screenshots van de whatsappberichten in het dossier zitten, leidt niet tot een ander oordeel. Verdachte heeft immers bekend dat hij de stickers en de uitlatingen heeft gestuurd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat de uitlating “als er niet betaald wordt zoals afgesproken ga ik iets doen waarvan ik nog niet weet wat het is. De tijd eindigt op donderdag 08.38 uur” niet bedreigend van aard is. Het gaat erom of de bedreigende bewoordingen van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geuit dat bij de leden van de whatsappgroep de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden kunnen verliezen en/of dat personen of goederen gevaar zouden lopen. De rechtbank is op basis van de gebruikte bewoordingen en de omstandigheden waaronder deze zijn geuit – meer specifiek de complexe geschiedenis tussen verdachte en [bedrijfsnaam B.V.] , waarbij verdachte [bedrijfsnaam B.V.] onder druk zette om te betalen – van oordeel dat dat het geval is. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Partiële vrijspraak </emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de uitlating “Denk je dat ik aan het liegen was” niet bedreigend van aard is. De rechtbank zal verdachte daarom partieel vrijspreken van deze ten laste gelegde uitlating.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3.3.1 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>op 17 mei 2024 te Amsterdam, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een flesje met daarin een brandbare vloeistof en de bekleding van een voertuig<?linebreak?>(merk Ford, type Transit connect, met [kenteken] ) welke geparkeerd stond<?linebreak?>aan de [adres 2] , immers heeft verdachte open vuur in aanraking met de brandbare vloeistof of het overgoten interieur van de auto gebracht, ten gevolge waarvan de cabine van voornoemde auto is uitgebrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor nabij gelegen goederen te duchten was;</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>op 17 mei 2024 te Amsterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een voertuig (merk Ford, type Transit connect, met [kenteken] ), die aan [bedrijfsnaam B.V.] toebehoorde onbruikbaar heeft gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>op 14 mei 2024 te Amsterdam, [aangeefster] en de overige leden in de whatsappgroep ' [naam] ', te weten [persoon 2] en [persoon 3] , heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen ontstaat, door in voornoemde groepsapp te sturen:</para>
    </parablock>
    <para>- een sticker waarbij iemand met een geweer door zijn hoofd wordt geschoten en</para>
    <para>- een sticker van een onbekend persoon met een machinegeweer en</para>
    <para>- de tekst “als er niet betaald wordt zoals afgesproken ga ik iets doen waarvan ik nog niet weet wat het is. De tijd eindigt op donderdag 08.38 uur”.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straffen </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Strafmaatverweer van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij strafoplegging heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met de context waarin de feiten zijn gepleegd en de omstandigheid dat verdachte in de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld voor soortgelijke feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aard en ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Allereerst heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf waaruit onder meer gevaar voor personen en goederen zou kunnen ontstaan. De bedreiging was gericht aan de leden van de whatsappgroep ‘ [naam] ’, tevens medewerkers bij het bedrijf [bedrijfsnaam B.V.] . Zij hebben de bedreiging als zeer beangstigend ervaren. Slechts drie dagen later, op 17 mei 2024, heeft verdachte zich ook daadwerkelijk schuldig gemaakt aan brandstichting aan een bedrijfsauto, toebehorende aan [bedrijfsnaam B.V.] . De bedrijfsauto is uitgebrand en hierdoor onbruikbaar geworden. Brandstichting is een bijzonder destructief en gevaarzettend feit, waarbij gevaarlijke situaties voor goederen en personen kunnen ontstaan. Met name bij brandstichting aan voertuigen, waar zich brandgevaarlijke stoffen in kunnen bevinden, kan de brand snel een grote vorm aannemen. Door bewust brand te stichten aan de bedrijfsauto heeft verdachte de nabijgelegen goederen in gevaar gebracht. Daar komt bij dat verdachte met zijn handelen een inbreuk heeft gemaakt op het eigendomsrecht van [bedrijfsnaam B.V.] en voor financiële schade heeft gezorgd. Ten slotte kan brandstichting gevoelens van angst en onveiligheid oproepen bij omwonenden en leiden tot maatschappelijke onrust. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt bij de strafoplegging ook rekening met de context waarbinnen de strafbare feiten zijn gepleegd. In plaats van een constructieve oplossing te zoeken voor het conflict tussen hem en [bedrijfsnaam B.V.] , is verdachte overgegaan tot bedreiging en heeft vervolgens daadwerkelijk brand gesticht. De rechtbank vindt dat zeer kwalijk en zorgelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van verdachte </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 6 november 2025, waaruit blijkt dat hij in de afgelopen vijf jaren is veroordeeld voor een soortgelijk feit. De rechtbank weegt dit in strafverzwarende zin mee. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft ook kennis genomen van het advies van GGZ Reclassering Nederland van 5 juni 2025, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker] . De reclassering heeft – kort gezegd – gerapporteerd dat het risico op recidive bij verdachte niet kan worden ingeschat, nu verdachte niet heeft meegewerkt aan het opstellen van het reclasseringsrapport. Op basis van de beschikbare informatie heeft de reclassering gerapporteerd dat verdachtes psychosociaal functioneren, in het bijzonder zijn agressie- en emotieregulatie, een rol gespeeld zou kunnen hebben bij de bewezenverklaarde feiten. Gelet daarop, in combinatie met zijn ontkennende proceshouding, ziet de reclassering geen mogelijkheden voor interventies. De reclassering adviseert daarom een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. Tot slot ziet de reclassering contra-indicaties voor het opleggen van een werkstraf, omdat eerder opgelegde werkstraffen negatief retour zijn gestuurd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">LOVS</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf ook gekeken naar de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS) vastgestelde oriëntatiepunten. Hieruit volgt dat het uitgangspunt bij een bewezenverklaring van een vernieling met aanzienlijke schade een taakstraf vanaf dertig uren betreft en het uitgangspunt bij een bedreiging een geldboete van € 350,-. Voor brandstichting zijn er geen LOVS-oriëntatiepunten. Met betrekking tot de brandstichting heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat voor dit feit in beginsel een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden in de rede zou liggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder houdt de rechtbank rekening met de samenloop van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten en de omstandigheid dat er geruime tijd is verstreken sinds de bewezenverklaarde feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De op te leggen straffen</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie. Hoewel de reclassering heeft gerapporteerd dat zij contra-indicaties ziet voor de oplegging van een werkstraf, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een nieuwe kans moet worden geboden om succesvol een taakstraf te verrichten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht een onvoorwaardelijke taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van zestig uren. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van één jaar. Met de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds rekening gehouden met de persoon van verdachte. Gelet op het tijdsverloop legt de rechtbank een proeftijd op die korter is dan gebruikelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling 96/201764-21</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling betreft het vonnis van 16 juni 2022 van de rechtbank Amsterdam in de zaak met parketnummer 96/201764-21. Verdachte is in deze zaak veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot twee weken, niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op de grond dat verdachte zich voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens het strafblad van verdachte van 6 november 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam op 23 december 2022 een arrest gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis van de rechtbank. Verdachte is door het Gerechtshof veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken, met bevel dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op de grond dat verdachte zich voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Dit arrest, gewezen onder parketnummer 23/001698-22, is onherroepelijk geworden, maar maakt geen onderdeel uit van het dossier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende. De vordering van de officier van justitie ziet op de tenuitvoerlegging van de deels voorwaardelijk opgelegde straf opgelegd door de rechtbank Amsterdam in de zaak met parketnummer 96/201764-21. Nu uit het strafblad van verdachte blijkt dat het Gerechtshof een onherroepelijk geworden arrest heeft gewezen in het hoger beroep tegen voormeld vonnis, kan geen tenuitvoerlegging meer gevraagd worden van het rechtbankvonnis. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 96/201764-21 afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen <emphasis role="bold">9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 57, 157, 285 </emphasis>en<emphasis role="bold"> 350 </emphasis>van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 1 en feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bedreiging met enig misdrijf met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Taakstraf </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">60 (zestig) uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">30 (dertig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorwaardelijke gevangenisstraf </emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis> vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslissing na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 96/201764-21</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst af</emphasis> de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 96/201764-21, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. K.A. Brunner, 							voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.P.W. Helmonds en N.T. Arnoldussen, 				rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.K. Raspoort, 				griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 februari 2026.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        […]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <?linebreak?>
      […]
      <?linebreak?>
      […]
    </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      […]
      <?linebreak?>
      […]
    </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      […]
      <?linebreak?>
      […]
    </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_da99affb-b1d8-453a-85d7-8b98e0f9e033" label="1">
    <para> Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3b9a7bbf-626f-4021-bd90-274c9e629306" label="2">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] met bijlagen met nummer PL1300-2024115620-2 d.d. 17 mei 2024, eerste alinea, doorgenummerde pagina 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2bae073b-f9d8-4595-8c54-c96e5d68902f" label="3">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] met bijlagen met nummer PL1300-2024115620-2 d.d. 17 mei 2024, tweede alinea, doorgenummerde pagina 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_83ae5996-bc6b-4fdd-ae3c-8f717c84a356" label="4">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] met bijlagen met nummer PL1300-2024115620-2 d.d. 17 mei 2024, derde alinea, doorgenummerde pagina 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d28a114-95cd-4022-b161-a8e3faebe438" label="5">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] met bijlagen met nummer PL1300-2024115620-2 d.d. 17 mei 2024, onderaan doorgenummerde pagina 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_93776669-a7e1-479a-9596-8400ff420268" label="6">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] met bijlagen met nummer PL1300-2024115620-2 d.d. 17 mei 2024, vierde alinea, doorgenummerde pagina 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_62564280-9377-47b1-bfa3-c348739bccda" label="7">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] met bijlagen met nummer PL1300-2024115620-2 d.d. 17 mei 2024, tweede alinea, doorgenummerde pagina 9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_811c70ff-afa4-4d16-8d8e-c9af34b45352" label="8">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] met bijlagen met nummer PL1300-2024115620-2 d.d. 17 mei 2024, zesde alinea, doorgenummerde pagina 9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_46dd8b7b-3a24-420b-a643-1bf1e196af1f" label="9">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] met bijlagen met nummer PL1300-2024115620-2 d.d. 17 mei 2024, zevende alinea, doorgenummerde pagina 9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c79ef4e9-bc49-46bc-913a-420a9b253d24" label="10">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] met bijlagen met nummer PL1300-2024115620-2 d.d. 17 mei 2024, vierde alinea, doorgenummerde pagina 9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_52acc2a4-f398-40d0-9015-bff7314304d1" label="11">
    <para> Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] met bijlagen met nummer PL1300-2024115620-2 d.d. 17 mei 2024, doorgenummerde pagina 18.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_793b96d3-ac66-41b1-9235-1abbb90aae34" label="12">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2024115705-2 d.d. 17 mei 2024, midden doorgenummerde pagina 21.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ea3a2bf9-a5e8-439e-b073-016bae94d8bf" label="13">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2024115705-2 d.d. 17 mei 2024, onderaan doorgenummerde pagina 21.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b77bcca1-7db2-4d9a-8ffd-016c8accc32e" label="14">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2024115705-2 d.d. 17 mei 2024, midden doorgenummerde pagina 23.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_040e9f57-26a6-46d1-8db9-97a796f87f8c" label="15">
    <para> Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2024115705-8 d.d. 19 mei 2024, midden doorgenummerde pagina 40. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_76d38213-ba8d-4964-ac0a-4865cb9f349e" label="16">
    <para> Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300-2024115620-8 d.d. 20 september 2024, bovenaan doorgenummerde pagina 48.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2fc39a4-4492-4788-9877-157b39939648" label="17">
    <para> Proces-verbaal ter terechtzitting, d.d. 20 januari 2026.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_93f952e9-d629-43ff-af6c-c0154ea57ccc" label="18">
    <para> Proces-verbaal ter terechtzitting, d.d. 20 januari 2026.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>