<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:1092</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T14:51:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11877449 WM VERZ 25-16194</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1092">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1092</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T14:18:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:1092 Rechtbank Amsterdam , 21-01-2026 / 11877449 WM VERZ 25-16194</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1092:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Negeren geslotenverklaring op het Muntplein op 8 mei 2024. De gedraging is verricht tijdens een pro-Palestina demonstratie. Betrokkene geeft aan dat hij op aanwijzing van een agent in verband met de demonstratie moest terugrijden de geslotenverklaring in. Gelet op de nieuwsberichten over de situatie die dag in het centrum van Amsterdam is het niet onaannemelijk dat betrokkene op aanwijzing van een politieagent de geslotenverklaring heeft genegeerd op het Muntplein. Beroep wordt daarom gegrond verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:1092:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a98a96a2-9b05-4d63-add3-8cfd6e905e0c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a9e92da4-c81a-45e9-94a2-bb3d2842a82a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kantonrechter: mr. T.M.A. van Löben Sels</para>
      <para>zaaknummer: 11877449 WM VERZ 25-16194</para>
      <para>beslissing van: 21 januari 2026</para>
      <para>func.: 65186</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 21 januari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [adres]
        </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>verder: betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>namens wie beroep is ingesteld door:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Appjection B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M. Lagas</emphasis>
      </para>
      <para>verder: gemachtigde</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 11 maart 2025 en is gericht tegen de beslissing van 29 januari 2025 van de <emphasis role="bold">officier van justitie</emphasis> (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] , Egypte op [geboortedatum] 1960.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">CJIB-nummer: [nummer]</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is bij beschikking van 21 mei 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 21 januari 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is samen met de heer [naam] , namens gemachtigde, bij de zitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep gegrond is. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
    <para>1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat de bestuurder van een motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, heeft gehandeld in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen (bord C1). Deze gedraging is geconstateerd op 8 mei 2024 om 18:09 uur op het Muntplein te Amsterdam. </para>
    <para />
    <para>2. Het beroep is tijdig ingesteld.<?linebreak?></para>
    <para>3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene heeft aangegeven dat in verband met de pro-Palestina demonstraties op 8 mei 2024 het Rokin was afgesloten en dat hij op aanwijzing van een agent moest omkeren. De agent heeft betrokkene medegedeeld dat er geen boetes zouden worden uitgedeeld, omdat betrokkene weet dat er camera’s zijn op de vermeende pleeglocatie. De agent heeft dus gelogen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gemachtigde stelt dat er sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel. In het onderhavige geval heeft betrokkene aanwijzingen van een agent opgevolgd. De doorgang was geblokkeerd en daarom werden automobilisten door agenten de richting van de geslotenverklaring op verwezen. Alle bestuurders werden verzocht om te keren en via het Muntplein weg te rijden. Betrokkene heeft hieraan de rechtens te honoreren verwachting ontleend dat geen beschikking zou volgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens betrokkene wordt verzocht om vernietiging van de inleidende beschikking en toekenning van een proceskostenvergoeding.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat op 8 mei 2024 inderdaad een grote demonstratie is geweest in Amsterdam, waardoor het aannemelijk is geworden dat betrokkene op politiebevel de geslotenverklaring is gepasseerd. Daarom verzoekt verweerder de kantonrechter om het beroep gegrond te verklaren.</para>
    <para />
    <para>5. Het volgende wordt overwogen.</para>
    <para />
    <para>6. Uit het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht blijkt dat de overtreding automatisch is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd. De camera is geplaatst na het bord C1, waardoor het bord op de foto niet zichtbaar is. Onder het bord is een onderbord geplaatst met de tekst: ‘Uitgezonderd lijnbus en tram, laden en lossen 07.00-11.00U’ en ‘taxi’s met lijnbusbaanontheffing vrij t/m zo 01.00-06.00H trambaanontheffing geldig’ en het symbool van een camera. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De camera heeft vastgelegd dat het voornoemde voertuig kwam uit de noordelijke richting van het Rokin en reed in zuidelijke richting naar de Amstel. De camera heeft vastgelegd dat de bestuurder van het voertuig het bord C1 negeerde en de geslotenverklaring in reed. De juiste plaatsing van de verkeersborden wordt maandelijks geschouwd door een boa. De wegbeheerder heeft geen melding van enige wijziging of bijzonderheid gedaan inzake de bebording.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. In het dossier bevinden zich twee schouwrapporten van de bebording, daterend van 7 mei 2024 en 24 mei 2024 en hieruit blijkt dat de relevante bebording, namelijk bord C1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990, op beide momenten ter plaatse aanwezig was en conform de wet en regelgeving was geplaatst.</para>
    <para />
    <para>8. Namens betrokkene wordt niet ontkend dat hij op de vermeende pleeglocatie de geslotenverklaring heeft genegeerd, maar wordt aangegeven dat dit op aanwijzing van een politieagent is gedaan. </para>
    <para />
    <para>9. In een op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal van 14 januari 2025 verklaart de verbalisant: <emphasis role="italic">“Het is door mij niet na te gaan of er een verkeersregelaar op de pleeglocatie aanwezig was ten tijde van de overtreding”. </emphasis></para>
    <para />
    <para>10. Artikel 88 lid 1a van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) schrijft het volgende voor:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“1  Weggebruikers zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen die mondeling of door middel van gebaren worden gegeven door:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">o	a. de daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaren” </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat op 8 mei 2024 demonstraties in het centrum van Amsterdam gaande waren, die wordt ook ondersteund door de verslaggeving in de nieuwsberichten van de situatie in de stad op die dag. Gelet hierop is het niet onaannemelijk dat betrokkene inderdaad op teken van een politieagent is omgekeerd op het Rokin en weer richting het Muntplein moest rijden. Die mogelijkheid wordt in een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant ook niet ontkracht. Betrokkene dient daarom het voordeel van de twijfel te krijgen. De kantonrechter volgt het ter zitting ingenomen standpunt van verweerder en verklaart het beroep gegrond.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:</title>
    <para />
    <para>12. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu de inleidende beschikking wordt vernietigd, is er aanleiding een proceskostenvergoeding toe te kennen.</para>
    <para />
    <para>13. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair per proceshandeling vastgelegd. Gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen verricht: </para>
    <parablock>
      <para>- het indienen van een administratief beroep bij verweerder;</para>
      <para>- het indienen van beroep bij de kantonrechter;</para>
      <para>- en het verschijnen tijdens de zitting van de kantonrechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2026 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 666,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 934,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>14. In navolging van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 maart 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1843, zal de kantonrechter voor het schriftelijk aanvullen van de beroepsgronden in de administratieve beroepsfase geen proceskostenvergoeding toekennen. In het voornoemde arrest heeft het hof overwogen dat in de bijlage van het Besluit proceskosten bestuursrecht de proceshandelingen zijn opgesomd waarvoor een proceskostenvergoeding kan worden toegekend en het indienen van een geschrift met nadere gronden dat in de plaats komt van een hoorzitting is daarin niet als proceshandeling genoemd. Er bestaat ook geen grond om op de voet van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht hiervoor een vergoeding toe te kennen nu het indienen van nadere gronden in een extra schriftelijke ronde in de kern niet anders is dan het formuleren van de beroepsgronden in een beroepschrift, waarvoor wel een vergoeding kan worden toegekend.</para>
    <para />
    <para>15. Gelet op het voorgaande worden in deze zaak voor de door gemachtigde verrichte proceshandeling in de fase van het administratief beroep 1 punt ad € 666,00 toegekend en voor de verrichte proceshandelingen in de fase van het beroep bij de kantonrechter 2 punten ad € 934,00. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast, en ingevolge artikel 13a lid 2 Wahv wordt de proceskostenvergoeding vermenigvuldigd met 0,25 (vgl. de uitspraak van de Hoge Raad van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985). Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 316,75 ((1x666+ 2x934) x 0,5 (weging) x 0,25 (Wahv factor)).</para>
    <para />
    <para>16. Daarom wordt beslist als volg.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 316,75.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier 							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum verzending</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="f24ecf00-ef49-42ab-9e3b-e34342c2aeb4" depth="1" width="170" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u <emphasis role="bold">binnen zes weken</emphasis> na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, <emphasis role="bold">tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>