<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2026:101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-21T10:12:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24 / 6949</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PJ 2026/54</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:101">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:04:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:101 Rechtbank Amsterdam , 14-01-2026 / 24 / 6949</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2026:101:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 van de AVG. Het Uwv heeft dit verzoek afgewezen, omdat de gevraagde documenten niet meer beschikbaar zijn. In de beroepsprocedure heeft het Uwv alsnog een aantal documenten overgelegd. Het Uwv stelt dat hiermee is voldaan aan het inzageverzoek. Eiser is het hier niet mee eens en stelt dat er nog steeds een document ontbreekt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2026:101:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 24/6949 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 januari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [plaats] (België), eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen</emphasis>, het Uwv</para>
      <para>(gemachtigde: [gemachtigde]).</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het Uwv heeft dit verzoek afgewezen, omdat de gevraagde documenten niet meer beschikbaar zijn. In de beroepsprocedure heeft het Uwv alsnog een aantal documenten overgelegd. Het Uwv stelt dat hiermee is voldaan aan het inzageverzoek. Eiser is het hier niet mee eens en stelt dat er nog steeds een document ontbreekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Omdat het Uwv gedurende de beroepsprocedure alsnog aan het verzoek heeft voldaan door het overleggen van documenten, wordt het beroep gegrond verklaard. Eiser heeft immers voor een deel alsnog gelijk gekregen en daarom had het UWV het bezwaar gegrond moeten verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Voor zover eiser stelt dat er nog meer documenten overgelegd hadden moeten worden, volgt de rechtbank dit niet. Dat betekent dat eiser op dit punt geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij dit oordeel komt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Met een besluit van 15 augustus 2024 heeft het Uwv het verzoek van eiser tot inzage van zijn gegevens afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Met een besluit van 17 oktober 2024 op het bezwaar van eiser (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiser daartegen ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van het Uwv deelgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totstandkoming van het besluit</emphasis>
      </para>
      <para>3. Eiser is onlangs met pensioen gegaan. Toen ontdekte hij dat zijn pensioenopbouw eerder was gestopt dan hij dacht. Eiser heeft inmiddels vernomen dat dit te maken heeft met zijn ziekmelding aan het begin van de jaren 90. Uit de gegevens van het Uwv blijkt dat eiser op 21 januari 1993 is ziekgemeld. Eiser zegt echter dat hij al in december 1992 ziek was gemeld. Dit zou als gevolg kunnen hebben dat hij recht heeft op een hoger pensioen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Naar aanleiding hiervan heeft eiser op grond van artikel 15 van de AVG verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens die het Uwv heeft verwerkt. Het verzoek ziet in ieder geval op de gegevens rondom zijn ziekmelding in 1992 en 1993. Het Uwv heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de gegevens te oud zijn en niet meer bewaard worden. Het Uwv heeft tijdens de beroepsprocedure alsnog documenten overgelegd waardoor volgens hen alsnog volledig aan het inzageverzoek is voldaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Toetsingskader</emphasis>
        </para>
        <para>4. Het inzageverzoek is gebaseerd op artikel 15, eerste lid, van de AVG. Dit artikel geeft een betrokkene het recht om inzage te krijgen van de persoonsgegevens die over hem of haar zijn verzameld. Dit recht maakt het mogelijk te controleren of deze gegevens kloppen en op een juiste manier zijn verwerkt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt dat als een bestuursorgaan aangeeft dat een document niet (meer) bij hem berust na onderzoek en deze mededeling geloofwaardig lijkt, het aan degene is die om informatie vraagt om te bewijzen dat hij over het document beschikt. Het bestuursorgaan hoeft dan niet verder te bewijzen dat het document niet onder hem berust.<footnote-ref linkend="_7be37878-358b-461c-9013-d7c7223804f2" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft het Uwv volledig voldaan aan het inzageverzoek?</emphasis>
        </para>
        <para>5. Eiser stelt dat het Uwv niet volledig heeft voldaan aan zijn inzageverzoek. Volgens hem ontbreekt er minstens één document, namelijk een bewijsstuk van zijn ziekmelding op 21 januari 1993. Eiser wil met behulp van dat stuk achterhalen wie de melding heeft gedaan en hoe dit is gebeurd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv voldoende zorgvuldig intern onderzoek heeft verricht naar mogelijk ontbrekende stukken. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het UWV heeft tijdens de zitting uitgelegd dat eerst is gezocht in het gewone archief, maar dat er toen geen extra documenten werden gevonden. Later in de beroepsprocedure bleek dat het oorspronkelijke dossier al was overgeplaatst naar het WAO-dossier van eiser. Daarom heeft het UWV in dat dossier opnieuw gezocht. Daarbij zijn de documenten aangetroffen die alsnog aan eiser zijn toegezonden. Het Uwv gaf ook aan dat er geen afzonderlijke documenten zijn opgemaakt waarin de ziekmelding staat. De rechtbank vindt deze uitleg geloofwaardig en passend bij hoe het UWV de situatie heeft beschreven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het Uwv voldoende inzichtelijk heeft gemaakt welke zoekslagen zijn verricht en waarom er geen aanvullende documenten zijn. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank de mededeling van het Uwv dat er geen aanvullende persoonsgegevens van eiser aanwezig zijn geloofwaardig en voldoende onderbouwd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het ontbrekende document alsnog bij het Uwv moet zijn.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is er ook sprake van een herzieningsverzoek?</emphasis>
        </para>
        <para>6. In het bezwaarschrift van eiser van 11 september 2024 heeft eiser onder meer het volgende uiteengezet:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Mijn verzoek is dan ook als volgt:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Graag zou ik een herziening/aanpassing toegepast zien, dan wel een melding aan het PGB, dat mijn ziekteperiode wel degelijk in december al van toepassing was.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mocht dit verzoek om een of andere administratieve reden niet uitvoerbaar zijn, dan verzoek ik u - uit coulance - alsnog de datum van ingang ziekteperiode aan te geven per december 1992, zodat de premievrije opbouw bij het PGB van toepassing kan zijn.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat eiser met de genoemde passage een herzieningsverzoek heeft ingediend, zoals bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder heeft in het bestreden besluit geen oordeel hierover gegeven. Tijdens de zitting heeft verweerder erkend dat het bezwaarschrift als een herzieningsverzoek kan worden opgevat, maar dat hierover nog geen inhoudelijke beslissing is genomen. De rechtbank draagt verweerder op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen op het herzieningsverzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Het beroep is gegrond omdat het Uwv in de beroepsfase alsnog tegemoet is gekomen en een deel van de gevraagde documenten alsnog heeft overgelegd. De rechtbank zal daarom het bestreden besluit vernietigen. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde bestreden besluit, in die zin dat dat met de reeds overgelegde stukken het verzoek is ingewilligd en er is geen grond is om meer stukken te overleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het Uwv het griffierecht aan eiser vergoeden. Voorts komen op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor vergoeding in aanmerking de reiskosten per openbaar vervoer tweede klasse.<footnote-ref linkend="_fae84713-3360-4f50-8625-d9457360e11f" /> De rechtbank stelt de reiskosten vast op € 81,80 zijnde de kosten per trein van [plaats] naar Amsterdam en terug.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het besluit van 17 oktober 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>herroept het primaire besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing op bezwaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt het Uwv op om binnen 6 weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen ten aanzien van het herzieningsverzoek van 11 september 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt het Uwv tot een betaling van € 81,80 aan proceskosten aan eiser.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.A. van der Heijden, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7be37878-358b-461c-9013-d7c7223804f2" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:986.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fae84713-3360-4f50-8625-d9457360e11f" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 1, onder d, van het Bpb en artikel 2, eerste lid, onder d van het Bpb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>