<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:9935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-19T13:07:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/348077-24 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9935">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-19T13:06:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:9935 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 / 13/348077-24 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:9935:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingszaak. Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 23.894,08.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:9935:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e372c71d-a229-4f3d-8210-a749375c003b" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/348077-24 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 18 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/348077-24, tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 4 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie van 5 maart 2025 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">€ 28.164,08. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 4 november 2025 heeft de officier van justitie zijn vordering gewijzigd in dier voege dat hij het maximumbedrag stelt op <emphasis role="bold">€ 28.078,68</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de stukken waarop de vordering berust en waarnaar deze vordering verwijst, verstaat de rechtbank de vordering aldus dat deze betreft de feiten waarvoor veroordeelde in de onderliggende strafzaak is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 november 2025 onder meer veroordeeld voor:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="italic">1. eendaadse samenloop van:</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">4. het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht kan voordeel worden ontnomen dat is verkregen door middel van of uit de baten van dit feit of andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan.</para>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft een berekening gemaakt van het wederrechtelijk door veroordeelde verkregen voordeel. Dit is een berekening van de winst die veroordeelde heeft behaald met het plegen van voornoemde twee feiten.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebruik gemaakt van het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict van de DRR Amsterdam van 25 februari 2025 (hierna: het ontnemingsrapport). Daarbij neemt de rechtbank mede in aanmerking hetgeen in het vonnis van de inhoudelijke strafzaak is bepaald.<footnote-ref linkend="_ba804b25-d033-41f2-aece-0af799cb27bf" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat de wisselkoers in het ontnemingsrapport onjuist is toegepast en dat de prijs per kilo cocaïne bij een prijs van GBP 36.100 per kilo gelijkstaat aan € 37.183 per kilo bij een wisselkoers van 1 euro staat gelijk aan 1.03 GBP (36.100 x 1.03). Hierdoor gaat de officier van justitie ook uit van hogere kosten voor de underground banking, namelijk € 743,66 per betaalde kilo in plaats van <?linebreak?>€ 700,96, waardoor het wederrechtelijk verkregen voordeel iets lager uitvalt, namelijk <?linebreak?>€ 28.078,68.</para>
        <para>
          <?linebreak?>Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de wisselkoers juist is toegepast in het ontnemingsrapport bij het bepalen van de kosten van de underground banking. Bij een wisselkoers van 1 euro die gelijk staat aan 1.03 Britse pond komt een kiloprijs van 36.100 GBP immers overeen met een kiloprijs van €35.049 (36.100 / 1.03). Als de kosten van underground banking 2% van dit bedrag betreffen, zijn die kosten €700,96 per kilo cocaïne.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is echter van oordeel dat bij de berekening van de opbrengst per kilo cocaïne van feit 2 (feit 1 in de tenlastelegging van de onderliggende strafzaak) in het ontnemingsrapport is uitgegaan van een onjuist bedrag. In het ontnemingsrapport staat namelijk onder het kopje ‘berekenen feit 2’ dat de kiloprijs € 37.183,- betreft bij een kiloprijs van 36.100 GBP en een wisselkoers van 1 euro = 1.03 GBP. Dit is onjuist en moet € 35.049,- zijn (36.100 / 1.03). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank gaat dan ook in haar berekening uit van een opbrengst van € 35.049,- per kilo, waardoor de totale opbrengst van feit 2 (feit 1 in de tenlastelegging van de onderliggende strafzaak) € 70.096 is (2 x € 35.049,-). </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Totaal wederrechtelijk voordeel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op basis van het ontnemingsrapport en met de inachtneming van voornoemde berekende opbrengsten en kosten wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt berekend:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Opbrengst feit 1 		50 kg x € 200,00		€ 10.000,00</para>
        <para>Opbrengst Feit 2 		2 kg x € 35.049		€ 70.096</para>
        <para>Af	Kosten					€ 56.201,92</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel		€ <emphasis role="bold">23.894,08</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde uit de baten van voornoemde strafbare feiten voordeel verkregen dat de rechtbank schat op € <emphasis role="bold">23.894,08</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ontleent deze schatting aan de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De verplichting tot betaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag op € <emphasis role="bold">23.894,08</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € <emphasis role="bold">23.894,08</emphasis></para>
      <para>(drieëntwintigduizend achthonderdvierennegentig euro en acht eurocent).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op aan <emphasis role="bold">[veroordeelde] </emphasis>de verplichting tot betaling van € <emphasis role="bold">23.894,08</emphasis></para>
      <para>(drieëntwintigduizend achthonderdvierennegentig euro en acht eurocent) aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op <emphasis role="bold">477 (vierhonderdzevenenzeventig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. B. Vogel,	voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.H.E. van der Pol en G.J.M. Kruizinga,	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.D. Bennett,	griffier</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 november 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [--]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> <footnote-ref linkend="_9380985b-5600-4ea5-9e98-c81fa4d65f59" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [--]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [--]
        </emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>5.2.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [--]
          </emphasis>
        </para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [--]
          </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_ba804b25-d033-41f2-aece-0af799cb27bf" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam van 18 november 2025 met parketnummer 13/348077-24 (strafzaak).</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9380985b-5600-4ea5-9e98-c81fa4d65f59" label="2">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Feit 1 en feit 2 in het ontnemingsrapport betreffen respectievelijk feit 4 en feit 1 van de tenlastelegging in de onderliggende strafzaak met parketnummer 13/348077-24. </emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>