<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:9930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T12:23:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11400744 \ CV EXPL  24-14467</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBAMS:2025:5557" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2025:5557</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9930">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T12:05:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:9930 Rechtbank Amsterdam , 02-12-2025 / 11400744 \ CV EXPL  24-14467</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:9930:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na tussenvonnis (ECLI:NL:RBAMS:2025:5557). Te laat inleveren huurauto. Betreft BOVAG-voorwaarden. Bedingen oneerlijk en binden de consument niet; vorderingen worden afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:9930:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11400744 \ CV EXPL  24-14467</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 2 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het tussenvonnis van 15 juli 2025<?linebreak?>- de akte van [eiser] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld een antwoordakte te nemen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 15 juli 2025 is [eiser] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de geconstateerde oneerlijkheid van de bedingen in de artikelen 6 lid 5 en 8 lid 7 van de algemene voorwaarden en de gevolgen daarvan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In haar akte stelt [eiser] dat de gehanteerde voorwaarden Bovag-voorwaarden betreft die tot stand zijn gekomen in samenspraak met maatschappelijke organisaties, om de rechtspositie van alle partijen te garanderen. Dit maakt dat bedingen in die voorwaarden niet als onredelijk bezwarend kunnen worden gekwalificeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ten aanzien van artikel 8 lid 7, het beding over buitengerechtelijke kosten, stelt [eiser] dat het juist de bedoeling is geweest de wet te volgen met het beding. Volgens [eiser] wordt de wijze van verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten zoals verduidelijkt door de Hoge Raad gevolgd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat de enkele omstandigheid dat de algemene voorwaarden tot stand zijn gekomen in samenspraak met maatschappelijke organisaties, de bedingen niet eerlijk maakt. Het neemt namelijk niet weg dat de voorwaarden van tevoren zijn opgesteld en de consument hierdoor geen invloed op de inhoud ervan heeft kunnen hebben. Bovendien kunnen de betrokken organisaties ook op grond van andere overwegingen besluiten om in te stemmen met een beding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Anders dan [eiser] meent, voldoet artikel 8 lid 7 niet aan de eisen die de Hoge Raad heeft gesteld aan een aanmaning. Zoals al in het tussenvonnis is overwogen, heeft de Hoge Raad bepaald dat de termijn van veertien dagen moet worden gelezen als <emphasis role="italic">veertien dagen ingaande de dag na ontvangst van de aanmaning</emphasis>. De termijn van veertien dagen begint dus te lopen op <emphasis role="italic">de dag na ontvangst</emphasis>. De formulering die is opgenomen in artikel 8 lid 7, ‘binnen veertien dagen na ontvangst van deze betalingsherinnering’, houdt in dat de termijn op <emphasis role="italic">de dag van ontvangst</emphasis> gaat lopen en is dan ook een te korte termijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Omdat [eiser] niets heeft aangevoerd om het oordeel anders te maken, blijft de kantonrechter bij zijn oordeel dat de bedingen oneerlijk zijn. De bedingen binden de consument dan ook niet. Omdat Drive On dit oneerlijke beding in haar algemene voorwaarden heeft staan, kan niet worden teruggevallen op de wet.<footnote-ref linkend="_c4f387bd-1579-400a-8382-3cfc21939893" /> Dit betekent dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] op nihil worden begroot.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Ploeger en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025 in het bijzijn van de griffier, mr..D.C. Vink.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>57327</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_c4f387bd-1579-400a-8382-3cfc21939893" label="1">
    <para> Zie de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>