<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:9742</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-19T09:15:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/071140-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9742">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9742</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-19T08:32:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:9742 Rechtbank Amsterdam , 04-11-2025 / 13/071140-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:9742:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Gevangenisstraf van 43 dagen met aftrek waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:9742:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ee34cf5d-ffd9-4e03-acb4-409a48ae78f0" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/071140-24 (Promis) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 4 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres </para>
      <para>
        [BRP] ,</para>
      <para>hierna: verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 oktober 2025.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. de Bont, en van wat de gemachtigd raadsman, mr. M.L. van Gaalen, naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij zich meermalen op 27 en/of 28 februari 2024 schuldig heeft gemaakt aan een bedreiging van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan verdachte ten laste gelegde bedreiging van [slachtoffer] bewezen kan worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de uitlatingen van verdachte geen bedreiging met enig misdrijf tegen het leven en zware mishandeling opleveren. Voor het overige heeft de raadsman geen bewijsverweren gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer] door haar veelvuldig te bellen waarbij hij onder andere heeft gedreigd met het bombarderen en het beschieten van haar huis. De rechtbank is gelet op de inhoud van de bedreigingen van oordeel dat verdachte [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor algemene veiligheid van personen of goederen ontstond en enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling en brandstichting.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in <emphasis role="bold">bijlage II</emphasis> vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 27 en 28 februari 2024 te Amsterdam en elders in Nederland, meermalen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstond en enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling en brandstichting, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:</para>
    </parablock>
    <para>- “ Als jij nu niet naar Noord komt, dan bombardeer ik jouw huis en gaan er gewonden vallen” en</para>
    <para>- “ Wat er de vorige keer is gebeurd is, was matig, en nu wordt het erger” en</para>
    <para>- “ Beter ga je naar Noord komen, anders gaan er kogels door je raam” en</para>
    <para>- “ Kom nu naar Noord, ik wacht daar op je. Als je nu niet komt, dan ga je het merken” en</para>
    <para>- “ Beter ga je nu komen. Als je niet komt, weet je wat er gaat gebeuren” en</para>
    <para>- “ Als ik jouw huis vanavond niet wat aan doe, ben ik een kanker hoerenzoon, dus beter ga je komen” en</para>
    <para>- “ Ik doe je huis wat aan deze nacht, we gaan nu kijken wie man is, ik of jij” en</para>
    <para>- “ Op mijn moeder, ik ga een balla door je kanker huis gooien vandaag” en</para>
    <para>- “ Je ouders gaan geshockeerd raken/zijn voor heel hun leven” en</para>
    <para>- “ Moet ik je ouders weer traumatiseren. Ik ga zwart voor me ogen! Ik ga weer dingen doen” en </para>
    <para>- “ Moet ik die ding uitrichten/uittesten op je huis, dat is wat je wilt toch!” en</para>
    <para>- “ Moet ik dat ding/het op je moeder africhten, wil je dat?” en</para>
    <para>- “ Wollah die woonkamer ga ik helemaal splashen!” en</para>
    <para>- “ Als je nu niet komt toch, me moeder ik ga wat door je kanker woonkamer schieten!” en</para>
    <para>- " Ik ga het je de laatste keer zeggen. Ik heb die ding uit mijn kast gepakt en wollah ik ga die ding op je uit. Ik ga je de laatste kans geven" en</para>
    <para>- " Je gaat spijt krijgen. Je gaat zelf zien wat wat ik ga doen adios. Deze nacht ga je zelf zien wat de waarschuwing is en morgen de echte reactie",</para>
    <para>althans telkens woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar onder 1 bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 dagen, met aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert de officier van justitie een gevangenisstraf van 1 maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest, gezien de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Deze gaan uit van een geldboete. Er doen zich geen straf verhogende omstandigheden voor. De raadsman acht een voorwaardelijke straf onnodig, nu daar geen enkel doel mee wordt gediend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veelvuldig bedreigen van zijn (ex-)partner. De ernstige bedreigingen heeft verdachte volhardend en intensief geuit. Bij het slachtoffer is daardoor grote angst en paniek ontstaan, hetgeen werd versterkt doordat verdachte bij de woning van de vriendin van het slachtoffer is verschenen met wie zij die avond had afgesproken. De rechtbank rekent verdachte deze gedragingen zwaar aan. Hoewel de oriëntatiepunten van het LOVS bij een bedreiging een geldboete als vertrekpunt vermelden, is de rechtbank van oordeel dat een geldboete gelet op ernst en intensiteit van de bedreigingen waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt, niet passend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 15 september 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een bedreiging is veroordeeld. Ook volgt daaruit dat verdachte nadien niet meer met politie of justitie in aanraking is gekomen. De reclassering en de GZ-psycholoog hebben geprobeerd om met verdachte in gesprek te gaan. Echter blijkt uit het retourverslag van de reclassering van 3 oktober 2025 en het Pro Justitia Rapport van 9 april 2024 dat verdachte niet wenst mee te werken, dan wel geen contact met hem te krijgen is. Nu verdachte ook niet ter zitting is verschenen, heeft de rechtbank geen aanvullende informatie gekregen over de persoon van de verdachte. De rechtbank vindt de gedragingen van verdachte zorgelijk en acht daarom van belang dat aan hem een deels voorwaardelijke straf wordt opgelegd zodat het recidiverisico wordt ingeperkt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De straf</emphasis>
        </para>
        <para>. De rechtbank zal alles overwegend aansluiten bij de eis van de officier van justitie en zal aan verdachte een gevangenisstraf van 43 dagen met aftrek opleggen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- 1 STK Telefoontoestel (6468672).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal bevelen dat dit goed wordt geretourneerd aan verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, en 285 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bedreiging, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en met brandstichting.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">43 (drieënveertig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte, groot <emphasis role="bold">30 (dertig) dagen</emphasis>, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaar</emphasis> vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan [verdachte] van:</para>
    </parablock>
    <para>1 STK Telefoontoestel (6468672).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. M.C. Danel, voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.M. Grüschke en J.V.L. van Well, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K. van den Berg, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 november 2025.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [--]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>