<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:9702</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-12T14:38:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-227404-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9702">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9702</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-10T11:35:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:9702 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2025 / 13-227404-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:9702:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. Pools EAB t.b.v. vervolging. Tussenuitspraak i.v.m. detentieomstandigheden. Na algemeen gevaar, ook individiueel gevaar vastgesteld. Rechtbank houdt de zaak aan o.g.v. art. 11 lid 2 OLW en stelt een redelijke termijn (art. 11 lid 4 OLW) vast van 30 dagen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:9702:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-227404-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 18 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN-UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 19 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_651a1cad-56a0-4b9d-88d5-52bd6fe0e359" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 16 mei 2025 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Szczecin</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] (Polen), </para>
      <para>inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:</para>
      <para>
        [BRP-adres] ,</para>
      <para>nu gedetineerd in P.I. [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 november 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink (waarnemend voor: mr. L.J. Woltring), beiden advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_57394479-9b18-44bf-b748-249f8c791dee" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van<emphasis role="italic"> the Szczecin-Centrum District Court in Szczecin </emphasis>van 9 januari 2025, met kenmerk: V Kp 1154/24.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_3048c36e-3e6c-4645-a2ac-e69f7718218b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Genoegzaamheid  </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat de feiten 2 en 3 in het EAB niet genoegzaam zijn omschreven omdat er in de omschrijvingen melding wordt gemaakt van verschillende vonnissen uit de periode 2014 tot en met 2017. Het is de raadsman onduidelijk wat die vonnissen te maken hebben met de verdenkingen uit 2019. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het verweer niet kan slagen. De omschrijving van de feiten voldoet aan de hiervoor genoemde vereisten. De eerdere vonnissen die bij de omschrijving van de feiten 2 en 3 zijn vermeld, kennelijk om aan te geven dat sprake is van recidive, doen niets af aan de genoegzaamheid van de omschrijving van de feiten zelf. Het verweer wordt verworpen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW als volgt staan vermeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	deelneming aan een criminele organisatie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_6e508e7e-698d-417d-b459-acddbcebd10c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_03332198-e177-4d0e-af0f-6f729cd9b882" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden  <?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding </emphasis>
      </para>
      <para>Bij uitspraak van 5 juni 2024 heeft deze rechtbank een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het ‘<emphasis role="italic">remand regime</emphasis>’ in Poolse detentie-instellingen terechtkomen, aangenomen.<footnote-ref linkend="_f5cd2139-0730-4058-8cb5-38ef99d33967" /> Het kernpunt is dat in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> slechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal drieëntwintig uren per dag op zijn cel doorbrengt. Het algemene reële gevaar dat een opgeëiste persoon wordt blootgesteld aan een structureel verblijf van 23 uur per dag in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte (exclusief sanitaire voorzieningen) tussen de 3 en 4 m2 wordt <emphasis role="italic">in ieder geval</emphasis> weggenomen met de garantie dat hij minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Wanneer de autoriteiten een dergelijke garantie niet kunnen geven, heeft de rechtbank concrete informatie nodig over hoeveel uur een opgeëiste persoon onder normale omstandigheden, en wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven.<footnote-ref linkend="_0b6b392b-753c-45d0-9777-5630d3093cee" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Poolse autoriteiten hebben bij brieven van 15, 24 en 27 oktober 2025 aanvullende informatie verstrekt over de detentieomstandigheden in Polen met betrekking tot de opgeëiste persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierin is onder meer het volgende vermeld: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(..) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">The space per an inmate in a shared cell must not be less than 3m2, excluding sanitary facilities.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">We cannot guarantee that the requested person will be able to spend at least two hours a day outside his cell.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(..) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inmates should spend at least one hour a day outside their cells. Inmates may also spend time outside their cells during the day for various activities, which cannot be precisely defined at this stage, as they depend not only on the inmate’s own wishes, but also on the internal rules of the correctional facility. Inmates may participate in activities organised for them in a given institution, spend their free time outside their cells, which is also determined by the internal regulations of a given correctional facility, as well as in connection with visits or in order to use a telephone. In addition, inmates may also undertake education in correctional facility, as well as employment. and participate in religious practices. which will also affect the time spent outside their cells.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Accordingly, the court is unable to determine how much time an inmate may spend outside his cell during the day, as this depends on many factors, including, to a large extent, the will of the inmate himself. However. he has the opportunity to take part in additional activities and spend his free time outside his cell in accordance with the internal rules of the correctional facility.” </emphasis>
      </para>
      <para>[brief 15 oktober 2025 van <emphasis role="italic">the Regional Court in Szczecin</emphasis>]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	“(..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">The unit appropriate for the detention of persons being at the disposal of the Regional Court in Szczecin is the Detention Centre in Szczecin.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">I would like to inform you that, in accordance with the provisions (…), the living space per detainee is no less than 3 m2. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Importantly, however, one of the organizational units covered by the pilot programme is the External Unit in Stargard (organizationally subordinate to the Detention Centre in Szczecin), where all detainees are accommodated according tot the standard of 4 m2 per person.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">it may be said that this time [time outside cell] will vary between one hour per day (…) to several hours a day, depending on the day of the week, the situation related to the internal regulations established in the detention centre, the individual needs of particular detainees, their legal situation or state of health, as well as the activity of the remand prisoner himself.” </emphasis>
      </para>
      <para>[brief 24 oktober 2025 van <emphasis role="italic">the Deputy Director General of Prison Services</emphasis>] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	“(..)</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">the standard in the Detention Centre in Szczecin is 3 m2 per detainee, while in thStargard </emphasis>[sic] <emphasis role="italic">External Unit of the Detention Centre in Szczecin, detainees are currently accommodated in conditions of 4 m2 per detainee.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(..)</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">detainees are provided with opportunities to spend their free time in an appropriate manner. To this end, cultural and educational activities, physical education and sports activities are organised by each ward educator. All activities organized for the detainees are voluntary ·and everybody can take part in them. The activities are organised on the basis of a weekly schedule of cultural educational and sport activities and their frequency depends on the number of walking groups in the residential ward and varies from 4 to 7 hours per week. This is regulated by § 9 and 10 of Order No. 103/24 of the Director General of the Prison Service of 27.12.2025 on detailed rules for the conduct and organisation of penitentiary work. 1n accordance with Article 112 of the Polish Criminal Executive Code, detainees spend at least one hour outside their cells, which results from their right to at least one hour of walking,</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Accordingly it is not possible to guarantee daily activity of persons detained on remand which exceeds, for example 2 hours a day outside the residential cell.</emphasis>
        <emphasis role="italic">” </emphasis>
      </para>
      <para>	[brief 27 oktober 2025 van <emphasis role="italic">the Deputy Head of the Detention Centre in Szczecin</emphasis>]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat met de aanvullende informatie het algemene gevaar niet is weggenomen voor de opgeëiste persoon. De concrete vragen zoals door het IRC gesteld zijn niet beantwoord. Nog steeds is niet voldoende duidelijk waar de opgeëiste persoon gedetineerd wordt. Ook is niet duidelijk of het aantal m2 dat gegarandeerd wordt, inclusief of exclusief sanitair is. Het heeft geen zin om nogmaals vragen te stellen omdat er al meerdere keren om aanvullende informatie is verzocht en de antwoorden onduidelijk blijven. De officier van justitie moet niet-ontvankelijk worden verklaard, althans de overlevering moet  worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht om aanhouding van de zaak, omdat de aanvullende informatie nog niet is wat het moet zijn. Het is echter niet uitgesloten dat er nog informatie komt waarmee het algemene gevaar wél wordt weggenomen voor de opgeëiste persoon. De officier van justitie heeft in dit kader gewezen op de <emphasis role="italic">“Stargard External Unit” </emphasis>van de detentie-instelling in Szczecin waar in de aanvullende informatie over wordt gesproken en waar gedetineerde vier  m2 aan persoonlijke leefruimte ter beschikking hebben. Als de rechtbank daar navraag naar zou doen, kan het gevaar voor de opgeëiste persoon mogelijk alsnog worden weggenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Uit de door de Poolse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden geplaatst in de detentie-instelling in Szczecin. Anders dan door de raadsman gesteld, blijkt dit duidelijk uit de informatie in samenhang gelezen. Daar heeft de opgeëiste persoon – zo blijkt eveneens uit de informatie - na overlevering een persoonlijke leefruimte van minimaal 3 m2, exclusief sanitair, in een meerpersoonscel tot zijn beschikking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel de aanvullende informatie ook een beschrijving bevat van activiteiten waaraan voorlopig gedetineerden kunnen deelnemen, evenals de voorwaarden die aan deelname zijn verbonden, is de rechtbank van oordeel dat met de aanvullende informatie het vastgestelde algemene gevaar van structureel verblijf van 23 uur per dag in een meerpersoonscel (waar de opgeëiste persoon tussen de 3 en 4 m2 persoonlijke ruimte, exclusief sanitair, ter beschikking staat) niet is weggenomen. De aanvullende informatie bevat onvoldoende aanknopingspunten, en vooral onvoldoende concrete, op de opgeëiste persoon toegespitste, informatie, om tot de conclusie te kunnen komen dat de opgeëiste persoon, wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, dagelijks voldoende tijd buiten zijn cel kan verblijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt dan ook vast dat er voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar van schending van zijn grondrechten bestaat als de overlevering zou worden toegestaan. Dat betekent dat de rechtbank de beslissing moet aanhouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, tenzij evident is dat het gevaar niet binnen een redelijke termijn zal worden weggenomen als gevolg van een wijziging van de omstandigheden. In dat laatste geval zou de rechtbank direct geen gevolg kunnen geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk kunnen verklaren. De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat die situatie hier niet aan de orde is. De rechtbank acht het niet ondenkbaar dat de hiervoor bedoelde wijziging van de omstandigheden zich binnen afzienbare tijd voordoet. De rechtbank overweegt in dit kader dat, zoals ook door de officier van justitie is opgemerkt, uit de aanvullende informatie blijk dat het detentiecentrum in Szczecin over een nieuwe vleugel beschikt (<emphasis role="italic">“Stargard External Unit”</emphasis>) waar gedetineerden meer persoonlijke ruimte tot hun beschikking hebben dan elders in deze instelling (in een meerpersoonscel, exclusief sanitaire voorzieningen).   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat de rechtbank de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW aanhoudt. De rechtbank stelt daarbij, ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, een redelijke termijn vast van dertig dagen. De voortzetting van de zaak zal worden ingepland op het einde van deze termijn (op 17 december 2025) of uiterlijk tien dagen daarna, zodat kan worden nagegaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden. Wanneer dit niet het geval is, zal ingevolge artikel 11, eerste lid, OLW geen gevolg worden gegeven aan het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De termijn om op het verzoek tot overlevering te beslissen loopt (na de reguliere verlenging ter zitting tot 90 dagen) af op 8 december 2025. Nu de rechtbank, gezien het voorgaande, een verlenging nodig heeft om op het verzoek tot overlevering te beslissen in verband met de redelijke termijn die gegeven wordt om te zien of een wijziging van de omstandigheden optreedt, zal zij tevens de beslistermijn verlengen met zestig dagen op grond van artikel 22, vierde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met zestig dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>en<emphasis role="bold"> SCHORST </emphasis>het onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland op een zitting op 17 december 2025 of uiterlijk tien dagen daarna.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOUDT AAN </emphasis>de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT </emphasis>op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met zestig dagen, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT </emphasis>op grond van artikel 27, derde lid, OLW de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met zestig dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. B.M. Vroom-Cramer,	voorzitter,</para>
      <para>mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven, 	rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, 	griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_651a1cad-56a0-4b9d-88d5-52bd6fe0e359" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_57394479-9b18-44bf-b748-249f8c791dee" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3048c36e-3e6c-4645-a2ac-e69f7718218b" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e508e7e-698d-417d-b459-acddbcebd10c" label="4">
    <para> Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, r.o. 4.4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_03332198-e177-4d0e-af0f-6f729cd9b882" label="5">
    <para> Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (<emphasis role="italic">Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat))</emphasis>.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f5cd2139-0730-4058-8cb5-38ef99d33967" label="6">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:3311.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b6b392b-753c-45d0-9777-5630d3093cee" label="7">
    <para> Vergelijk rechtbank Amsterdam, 1 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7310.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>