<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:9670</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T16:24:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/2377</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9670">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9670</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T16:23:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:9670 Rechtbank Amsterdam , 10-12-2025 / 25/2377</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:9670:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ongegrond. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres om een AOW-pensioen terecht afgewezen. Het in Turkije opgebouwde pensioen van eiseres had niet aangevuld hoeven worden omdat haar Turkse pensioen aanzienlijk lager is dan een vergelijkbaar pensioen in Nederland.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:9670:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 25/2377 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [plaats] (Turkije), eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Küçükünal),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad van bestuur van de sociale verzekeringsbank, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.F. Sturmans).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een AOW-pensioen. Verweerder heeft deze aanvraag met een besluit van 15 augustus 2024 afgewezen. </para>
    <para />
    <para>2. Met een besluit van 2 april 2025 (de bestreden beschikking) op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. </para>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft tegen de bestreden beschikking beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van eiseres deelgenomen. Verweerder is – met voorafgaand bericht van afmelding – niet verschenen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat aan deze procedure vooraf ging</title>
    <para />
    <para>5. Eiseres heeft de Turkse nationaliteit en heeft altijd in Turkije gewoond. Zij is op [datum] 2002 gehuwd met [persoon] (echtgenoot). Haar echtgenoot is in Nederland over de periode 1 januari 1971 tot en met 31 mei 2005 verzekerd geweest voor de AOW<footnote-ref linkend="_ecb99536-5545-4cfe-aca0-505b47ed0625" /> en bereikte op 1 juni 2005 de pensioengerechtigde leeftijd. Hij is op 12 mei 2021 overleden.</para>
    <para />
    <para>6. In een eerdere procedure heeft verweerder vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een AOW-pensioen en een eerdere toewijzing hiervan herzien. Volgens verweerder was eiseres in de periode 21 januari 2002 tot 1 juni 2005 zelf verzekerd voor een ouderdomspensioen in Turkije. Om die reden kunnen de huwelijkstijdvakken niet meetellen voor de opbouw van haar AOW-pensioen. Omdat eiseres buiten de huwelijkstijdvakken verder niet zelfstandig verzekerd is geweest op grond van de AOW, heeft zij geen recht op pensioen opgebouwd en dus ook geen recht op een AOW-uitkering. Dit is in een uitspraak van 19 oktober 2023 door de Rechtbank Amsterdam bevestigd.<footnote-ref linkend="_735fa451-5850-4bd1-bfef-c25d0c227b41" /> In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep (de Raad) dit oordeel bekrachtigd.<footnote-ref linkend="_0be08a5b-5d3e-41f3-969e-cb4cf2957bf2" /></para>
    <para />
    <para>7. Eiseres heeft op 15 november 2022 opnieuw een AOW-pensioen aangevraagd, daartoe ziet onderhavige procedure. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <para>8. De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden de aanvraag van eiseres om een AOW-pensioen heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.</para>
    <para />
    <para>9. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangegeven dat hij – gelet op de uitspraak van de Raad van 25 juni 2025 – de primaire gronden van het beroep laat vallen. Gemachtigde blijft echter wel bij zijn subsidiaire standpunt: het in Turkije opgebouwde pensioen van eiseres had aangevuld moeten worden omdat haar Turkse pensioen aanzienlijk lager is dan een vergelijkbaar pensioen in Nederland. Gemachtigde beroept zich in dat kader op het evenredigheidsbeginsel en op artikel 8 en artikel 14 EVRM<footnote-ref linkend="_397864d0-afb0-455b-9393-931e8eac7661" />.</para>
    <para />
    <para>10. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft eiseres recht op een AOW-pensioen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>11. De vraag of eiseres recht heeft op een AOW-pensioen is reeds eerder beoordeeld, zowel door de rechtbank als door de Raad.<footnote-ref linkend="_b8c69afe-0af6-455e-abaa-99157b4caa94" /> In deze procedure is vastgesteld dat eiseres in de periode van 15 februari 1988 tot en met 14 januari 2021 verplicht verzekerd was voor ouderdomspensioen in Turkije. Dit betekent dat zij gedurende de huwelijkstijdvakken van 14 januari 2001 tot en met 15 januari 2005 op basis van artikel 24 VNT<footnote-ref linkend="_ad13fba0-94b6-41f7-b8b4-432021e65756" /> geen AOW-pensioen heeft opgebouwd. De rechtbank volgt deze uitspraak van de Raad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Moet het pensioen van eiseres worden aangevuld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>12. Ten aanzien van de stelling van eiseres dat haar Turkse pensioen moet worden aangevuld op grond van het evenredigheidsbeginsel, oordeelt de rechtbank als volgt. </para>
    <para />
    <para>13. In artikel 24 NTV staat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“De in Turkije wonende echtgenote, beneden de leeftijd van 65 jaar, van een verzekerde ingevolge de Nederlandse wettelijke regeling inzake ouderdomsverzekering is eveneens verzekerd, behoudens, al naar gelang het geval, over het tijdvak:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">a.gedurende hetwelk zij tevens tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens een Turkse regeling van verplichte ouderdomsverzekering;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b.gedurende hetwelk zij op grond van een zodanige regeling een ouderdomspensioen geniet.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hieruit blijkt expliciet dat eiseres geen recht heeft op het AOW-pensioen van haar echtgenoot als zij zelf verplicht verzekerd was voor ouderdomspensioen in Turkije. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>14. De toepassing van artikel 24 NTV is een gebonden verdragsbepaling, wat inhoudt dat er geen ruimte is voor afwijking van de wet. Het toetsingsverbod in artikel 120 van de Grondwet voorkomt dat dergelijke verdragsbepalingen worden getoetst aan algemene rechtsbeginselen, zoals het evenredigheidsbeginsel. </para>
    <para />
    <para>15. Dit zou slechts anders zijn als er sprake is van bijzondere omstandigheden die de wetgever bij het opstellen van de wet niet of onvoldoende heeft meegewogen. In dat geval zou de toepassing van de wettelijke bepaling in strijd kunnen komen met algemene rechtsbeginselen of ongeschreven recht, zoals het evenredigheidsbeginsel, waardoor het onterecht zou zijn de wet toe te passen. Eiseres heeft echter niet gesteld of aangetoond dat dergelijke bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Het enkele feit dat eiseres in Turkije verblijft, zoals zij heeft aangevoerd, is onvoldoende om van bijzondere omstandigheden te spreken. Dit is namelijk al expliciet meegewogen in artikel 24 NTV. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel kan daarom niet slagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8 en artikel 14 EVRM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>16. Ten aanzien van het beroep op de artikelen 8 en 14 EVRM overweegt de rechtbank dat deze bepalingen niet kunnen leiden tot de conclusie dat artikel 24 VNT anders moet worden uitgelegd of buiten toepassing moet worden gelaten. Artikel 8 EVRM waarborgt het recht op respect voor het privéleven, familie- en gezinsleven. Artikel 14 EVRM verbiedt discriminatie met betrekking tot de rechten en vrijheden die door het EVRM worden beschermd. Deze bepalingen reiken niet zover dat zij kunnen leiden tot een situatie waarin eiseres in een gunstigere positie komt te verkeren dan een Unieburger. Ook Unieburgers kunnen op basis van de regelgeving van twee verschillende lidstaten niet voor dezelfde tijdvakken een dubbele opbouw van ouderdomspensioen verkrijgen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Voor een</para>
      <para>proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.A. van der Heijden, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ecb99536-5545-4cfe-aca0-505b47ed0625" label="1">
    <para> Algemene Ouderdomswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_735fa451-5850-4bd1-bfef-c25d0c227b41" label="2">
    <para> Zie de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, 19 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6507.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0be08a5b-5d3e-41f3-969e-cb4cf2957bf2" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, 25 juni 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_397864d0-afb0-455b-9393-931e8eac7661" label="4">
    <para> Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b8c69afe-0af6-455e-abaa-99157b4caa94" label="5">
    <para> Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, 25 juni 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad13fba0-94b6-41f7-b8b4-432021e65756" label="6">
    <para> Het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije inzake sociale zekerheid.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>