<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:8969</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-21T13:23:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-208893-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:8969">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:8969</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-21T13:22:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:8969 Rechtbank Amsterdam , 20-11-2025 / 13-208893-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:8969:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB uit Oostenrijk. Art 6 OLW. De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en doet een beroep op de verstrekte terugkeergarantie. Art 11 OLW Verweer verworpen: Het enkele feit dat hij een kind heeft en haar moeder niet voor haar kan zorgen, is niet toereikend om aan te nemen dat er geen adequate zorg voor het kind voorhanden is indien de opgeëiste persoon aan Oostenrijk zou worden overgeleverd. Overlevering toestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:8969:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-208893-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 20 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 4 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_eeb1cc16-4ced-4b48-bb1c-b9dee8728c46" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 13 juni 2025 door het Openbaar Ministerie te Wenen, Oostenrijk </para>
      <para>– met goedkeuring van de Arrondissementsrechtbank te Wenen (Oostenrijk) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) – en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[de opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 november 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. den Riet , die waarneemt voor mr. A.D. Kloosterman, advocaat in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_409e02ea-ba41-43c1-93da-ad10cb38d8bd" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.  	Grondslag en inhoud van het EAB</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een door de rechtbank goedgekeurd bevel tot aanhouding van het Openbaar Ministerie te Wenen van 13 juni 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Oostenrijks recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_41d612b6-a6d7-4399-a875-1c39b34ed38e" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten onder I aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	deelneming aan een criminele organisatie;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	georganiseerde diefstal of gewapende diefstal.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Oostenrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten onder II, III en IV niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic"> bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">opzettelijk een ontploffing te weeg brengen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">overtreding van art. 40 lid 1 WVW 1994.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Rechtbank voor strafzaken te Wenen <emphasis role="italic">(Landesgericht für Strafsachen Wien)</emphasis> heeft op </para>
      <para>21 oktober 2025 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“De rechtbank voor strafzaken te Wenen [Landesgericht für Strafsachen Wien] heeft de eer om met betrekking tot de overlevering van de Nederlandse staatsburger [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] -1990, de navolgende gevraagde garantieverklaring af te geven:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank voor strafzaken te Wenen garandeert, overeenkomstig artikel 5, lid 3, van het Kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (2002/584/JBZ) in juncto met § 29, lid 3, van de [Oostenrijkse] Federale wet inzake justitiële samenwerking in strafzaken met de lidstaten van de Europese Unie [EU-JZG], en op verzoek van de Nederlandse autoriteiten alsmede op vordering van het openbaar ministerie van Wenen [Staatsanwaltschaft Wien].</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zij garandeert dat [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] -1990, in geval van overlevering aan de Republiek Oostenrijk na afloop van de strafprocedure naar Nederland zal worden teruggezonden, mits in Oostenrijk een gevangenisstraf of andere vrijheidsbenemende maatregel tegen deze persoon wordt opgelegd en de betrokkene zelf verzoekt om terugkeer naar Nederland. Deze garantie is bindend voor de Oostenrijkse gerechtelijke autoriteiten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorts garandeert de Rechtbank voor Strafzaken te Wenen dat de overgeleverde persoon in de loop van de procedure officieel zal worden geïnformeerd over zijn recht om een verzoek in te dienen tot het ondergaan van de opgelegde gevangenisstraf of een andere vrijheidsbenemende maatregel in Nederland.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW  <?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat de overlevering dient te worden geweigerd nu dit een schending inhoudt van het recht op ‘family life’, dat is neergelegd artikel 7 van het van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). De raadsman verwijst naar de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 21 december 2023<footnote-ref linkend="_3c240edb-3d81-41c7-9e56-28e671b4041b" /> en voert aan dat hier soortgelijke omstandigheden aan de orde zijn, nu ook in dit geval de zorg voor het minderjarige kind van de opgeëiste persoon volledig op hem rust. De raadsman voert aan dat de overlevering onder deze omstandigheden op zichzelf reeds een reëel gevaar van schending van grondrechten meebrengt.  </para>
      <para>Subsidiair verzoekt de raadsman de behandeling van de zaak aan te houden om de antwoorden af te wachten op de prejudiciële vragen die in de zaak [naam]<footnote-ref linkend="_6c76c6b1-bc2e-43db-9013-bff20c1196c6" /> aan het HvJ EU zijn gesteld, nu die antwoorden ook van belang kunnen zijn voor het oordeel over de toelaatbaarheid van de overlevering in de onderhavige zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is - met de officier van justitie - van oordeel dat het verweer van de raadsman niet kan slagen. Overlevering is, gelet op artikel 52, eerste lid, Handvest, een toegestane inmenging in de uitoefening van het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven. De rechtbank ziet in hetgeen over de persoonlijke omstandigheden is aangevoerd geen aanleiding van dit uitgangspunt af te wijken. De inmenging in de uitoefening van het recht op <emphasis role="italic">family life</emphasis> levert daarom geen beletsel op voor overlevering. </para>
      <para>De rechtbank ziet verder ook geen aanleiding om de behandeling van het EAB aan te houden om de antwoorden op de prejudiciële vragen af te wachten in de zaak Wilkerk. Het gaat hier niet om soortgelijke situaties, zodat de betreffende vragen voor de vraag of de overlevering van de opgeëiste persoon kan worden toegestaan geen relevantie hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 157 en 285 Wetboek van Strafrecht, de artikelen 40 en 177 WVW 1994 en de artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[de opgeëiste persoon]</emphasis> aan de Arrondissementsrechtbank te Wenen (Oostenrijk) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.K. Glerum,	  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. E.G.M.M. van Gessel en D.L.S. Ceulen,                         			     	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos,			                         		     griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_eeb1cc16-4ced-4b48-bb1c-b9dee8728c46" label="1">
    <para> Zie artikel 23 OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_409e02ea-ba41-43c1-93da-ad10cb38d8bd" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
    <para>ÁG113123494225PÈ </para>
    <para>G113123494225</para>
  </footnote>
  <footnote id="_41d612b6-a6d7-4399-a875-1c39b34ed38e" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3c240edb-3d81-41c7-9e56-28e671b4041b" label="4">
    <para> ECLI:EU:C:2023:1017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c76c6b1-bc2e-43db-9013-bff20c1196c6" label="5">
    <para>ECLI:NL:RBAMS:2025:626.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>