<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2025:8670</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T11:14:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/219209-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:8670">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:8670</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T11:14:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:8670 Rechtbank Amsterdam , 12-11-2025 / 13/219209-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2025:8670:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak poging overdragen vuurwapen omdat bestanddeel zonder erkenning niet kan worden bewezen. Veroordeling voorhanden hebben vuurwapen. Anders dan advies reclassering legt de rechtbank geen voorwaardelijk strafdeel op. Gezien de aard en ernst van het feit en de recidive is daarvoor geen ruimte. Gevangenisstraf van 6 maanden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2025:8670:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bf0b04f3-d616-4a68-a5f0-dc5493317b67" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/219209-25 <?linebreak?>Parketnummer vordering tul: 15/171209-22</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,</para>
      <para>wonende op het adres: [adres] , [woonplaats] , </para>
      <para>nu gedetineerd te: [naam PI] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.L. Firet, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Doorn, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 2 februari 2025 tot en met 2 juni 2025 in Amsterdam of Zaanstad heeft schuldig gemaakt aan <emphasis role="italic">(primair)</emphasis> poging tot wapenhandel of <emphasis role="italic">(subsidiair)</emphasis> het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde kan worden bewezen. Verdachte heeft een video gemaakt van een echt vuurwapen, waarbij hij een verkoopprijs heeft genoemd. Deze video heeft hij via Snapchat naar derden gestuurd. Daarmee heeft hij kennelijk de bedoeling gehad het vuurwapen over te dragen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, omdat verdachte niet de bedoeling heeft gehad het vuurwapen ter beschikking te stellen, te verhandelen en/of over te dragen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Over het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman geen bewijsverweer gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Vrijspraak van wapenhandel</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte geen houder is van een erkenning zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Dit volgt noch uit het dossier, noch uit het verhandelde ter terechtzitting. Dit bestanddeel van de delictsomschrijving kan dus niet worden bewezen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het primair tenlastegelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Bewezenverklaring wapenbezit</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is op grond van de verklaring van verdachte op de terechtzitting en de andere bewijsmiddelen van oordeel dat hij op enig moment in de periode van 2 februari 2025 tot en met 2 juni 2025 in Zaanstad een vuurwapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad. Gelet hierop acht de rechtbank het subsidiair tenlastegelegde bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 2 februari 2025 tot en met 2 juni 2025, te Zaanstad, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten: Makarov, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Daarbij heeft de officier van justitie gevorderd dat de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met uitzondering van het contactverbod, worden opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft – gelet op de proceshouding van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden – de rechtbank verzocht om aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijk strafdeel gelijk is aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Nu de reclassering heeft gerapporteerd dat zij fors willen interveniëren en verdachte daarvoor openstaat, heeft de raadsman de rechtbank daarnaast verzocht om aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering te koppelen, met uitzondering van het contactverbod.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De aard en ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Verdachte heeft verklaard dat hij zonder na te denken het vuurwapen heeft vastgepakt en daarvan filmpjes heeft gemaakt om stoer te doen. De rechtbank twijfelt aan de geloofwaardigheid van die verklaring. Daarbij baart het de rechtbank zorgen dat verdachte laconiek omgaat met een vuurwapen. Het voorhanden hebben van een vuurwapen is een ernstig strafbaar feit, omdat het ongecontroleerde bezit van vuurwapens een onaanvaardbaar risico vormt voor de openbare orde en de veiligheid van personen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De persoon van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 22 oktober 2025, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden meermalen is veroordeeld terzake de Wet Wapens en Munitie. Kennelijk hebben eerdere veroordelingen hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 22 oktober 2025. De reclassering concludeert dat  verdachte instabiele levensomstandigheden kent. Hij beschikt niet over een vaste dagbesteding, er is sprake van schuldenproblematiek en van een negatief sociaal netwerk. De reclassering schat de kans op herhaling in als hoog. De reclassering adviseert bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met oplegging van bijzondere voorwaarden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De straf</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde strafbare feit is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf is gerechtvaardigd. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft zij rekening gehouden met de afspraken die de rechtbanken onderling hebben opgesteld. Gelet daarop neemt zij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden als uitgangspunt. In strafverzwarende zin houdt de rechtbank rekening met het strafblad van verdachte. Ook weegt zij in strafverzwarende zin mee dat verdachte onvoldoende de ernst en het gevaar van het voorhanden hebben van een vuurwapen lijkt in te zien. Anders dan de reclassering heeft geadviseerd zal de rechtbank geen voorwaardelijk strafdeel opleggen, omdat zij van oordeel is dat daar, vanwege de aard en ernst van het feit in combinatie met de veelvuldige recidive van verdachte, geen ruimte voor is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in haar vordering tot tenuitvoerlegging van het vonnis met parketnummer 15/171209-22, omdat het vonnis in die strafzaak niet onherroepelijk is.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeelt</emphasis> verdachte tot een<emphasis role="bold"> gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart  het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in haar vordering tot tenuitvoerlegging van het vonnis met parketnummer 15/171209-22.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. B.J. Blok, 	                                                                                                      voorzitter,</para>
      <para>mrs. G. Oldekamp en H.J. Bos,	                                                                            rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. T. Alexeas, 	                                                               griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>